De Zeeuwen hebben hun verzet echter niet opgegeven, ervoer het Zeeuwse CDA-Kamerlid Buijs de afgelopen maanden. Postzakken vol brieven van verontruste boeren en burgers heeft hij gekregen, aldus de parlementariër dinsdagmorgen in het Nederlands Dagblad. Buijs’ partijgenoot en oud-Kamerlid Eversdijk zet zich in Zeeland in om het verzet tegen de ontpoldering te steunen. CDA, VVD en SGP, die samen een forse meerderheid in de Staten van Zeeland hebben, zijn tegen. Zij hebben in hun verkiezingsprogramma’s voor de Statenverkiezingen opgenomen dat ze tegen het teruggeven van landbouwgrond aan het water zijn.
In de Tweede Kamer verzetten dezelfde partijen, gesteund door ChristenUnie en LPF, zich ook tegen gedwongen ontpoldering. De partijen richten hun pijlen op het verdrag tussen de provincie Zeeland, het kabinet en Vlaanderen over het uitdiepen van de Westerschelde. In dat verdrag is opgenomen dat 600 hectare grond wordt teruggegeven aan de natuur. Daarmee is 200 miljoen euro gemoeid.
Dat bedrag voor nieuwe natuur is „weggegooid geld”, aldus CDA’er Buijs. „De relatie die er zou bestaan tussen het uitdiepen van de Westerschelde en het verdwijnen van natuur is nergens aangetoond. Met een nieuwe baggermethode wordt geen schade aan het milieu toegebracht.”
Kabinet en provincie Zeeland hoopten er aanvankelijk op dat veel boeren hun grond vrijwillig zouden afstaan om het te laten ontpolderen. Dat gebeurt echter nauwelijks. Integendeel, het verzet tegen gedwongen ontpoldering neemt steeds verder toe. De Kamer wil daarom in september met minister Veerman om de tafel gaan zitten om gedwongen ontpoldering te voorkomen.
Als de plannen voor ontpoldering toch doorgaan, zullen in elk geval de Hedwigepolder en de Willem Leopoldpolder in Zeeuws-Vlaanderen onder water komen te staan.