Joustra zegt in de krant: „Als iemand zulke dingen zegt, dan kijk ik daar met gemengde gevoelens naar”. „Zulke radicale uitspraken kunnen individuen die op de rand van geweld staan, het laatste duwtje geven”.
De terrorismebestrijder benadrukt in het artikel dat vrijheid van meningsuiting boven alles gaat. „Iedereen mag zeggen wat hij wil, maar dat betekent ook niet dat je alles móet zeggen. Je moet er goed bij nadenken”.
Joustra vervolgt: „We hebben bijna een miljoen moslims in Nederland, maar de overgrote meerderheid keurt elke vorm van geweld af. De groep extremisten waar wij ons zorgen over maken, bestaat uit enkele honderden mensen. Als je sommige discussies de laatste tijd beluistert, lijkt het erop dat mensen dat perspectief niet zien”.
Wilders noemt in het AD de uitspraken van Joustra „ongepast”. De politicus had in het voorjaar al een opmerking van een NCTb-medewerker gekregen over zijn uitspraken.
VVD-leider Rutte toonde zich in het Radio 1 Journaal „verbaasd” dat Joustra zich in de discussie mengt. Hij wil dinsdag hierover in de Tweede Kamer vragen stellen aan minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie).