Joustra zegt in de krant: „Als iemand zulke dingen zegt, dan kijk ik daar met gemengde gevoelens naar.” „Zulke radicale uitspraken kunnen individuen die op de rand van geweld staan, het laatste duwtje geven.”
De terrorismebestrijder benadrukt in het artikel dat vrijheid van meningsuiting boven alles gaat. „Iedereen mag zeggen wat hij wil, maar dat betekent ook niet dat je alles móet zeggen. Je moet er goed bij nadenken.”
Joustra vervolgt: „We hebben bijna 1 miljoen moslims in Nederland, maar de overgrote meerderheid keurt elke vorm van geweld af. De groep extremisten waar wij ons zorgen over maken, bestaat uit enkele honderden mensen. Als je sommige discussies de laatste tijd beluistert, lijkt het erop dat mensen dat perspectief niet zien.”
Wilders noemt in de ochtendkrant de uitspraken van Joustra „ongepast.” De politicus had in het voorjaar al een opmerking van een NCTb-medewerker gekregen over zijn uitspraken.
VVD-leider Rutte toonde zich in het Radio 1 Journaal „verbaasd” dat Joustra zich in de discussie mengt. Hij vindt het vreemd dat Joustra zich uitlaat over uitspraken van politici. Hij wil morgen hierover in de Tweede Kamer vragen stellen aan minister Hirsch Ballin (Justitie).
Kardinaal Simonis heeft zich ook in het islamdebat gemengd. De islam is wezensvreemd aan de westerse cultuur. Dat constateerde de kardinaal zondag in het televisieprogramma Buitenhof. De niet-moslims in Nederland zullen zich echter wel moeten inleven in de waarden en normen van moslims.
Simonis (75), die in december officieel afscheid neemt als aartsbisschop van Utrecht en hoofd van de Nederlandse kerkprovincie, staat een „vreedzame co-existentie” tussen de moslims en overige Nederlanders voor ogen. Als voorbeeld noemde hij, hoe in zijn geboortedorp Lisse rond de Tweede Wereldoorlog 5000 protestanten vreedzaam met 5000 rooms-katholieken samenleefden.
Simonis is er niet gelukkig mee dat zo veel moskeeën met hoge minaretten het stadsbeeld bepalen. Mensen die klagen dat zo veel kerken verdwijnen, moeten echter volgens hem naar zichzelf kijken. Als zij naar de kerk zouden gaan, zouden veel christelijke gebedsgebouwen behouden blijven.