Voorafgaand aan de bijeenkomst spreken de vijf leden van de koninklijke familie met slachtoffers en nabestaanden van „de zes onschuldige doden” die de aanslag vergde. Deze gesprekken lopen uit. De bijeenkomst begint daardoor niet om 20.15 uur, maar een halfuur later. Dan komt de koningin met in haar gevolg onder anderen premier Balkenende binnen. In de zaal zitten ook de bewindslieden Bos, Rouvoet, Van Middelkoop en Bijleveld. Onder de genodigden zijn veel toeschouwers van het drama, hulpverleners en betrokkenen.
Op het podium branden zes grote kaarsen, voor elk slachtoffer één. Het licht in de zaal is gedimd. Een voor deze gelegenheid samengesteld barok-ensemble speelt het ingetogen Canon van Pachelbel.
Theologe Jacobine Geel leidt de bijeenkomst. Zij spreekt van een „woedende wanhoopsdaad van één mens die ons land in ongeloof achterliet. Vanavond herdenken wij in woorden, muziek en door samen stil te zijn.”
Burgemeester De Graaf van Apeldoorn spreekt de namen van de slachtoffers uit. Hij benadrukt het belang van meeleven met de nabestaanden en spreekt de bereidheid hen en de andere slachtoffers bij te staan in de verwerking van het verdriet. Ook spreekt hij zijn waardering uit voor alle mensen die hulp verleenden.
De Graaf zegt te zijn begaan met de koningin en haar familie „tegen wie de aanslag was gericht. Wij prijzen ons gelukkig dat u in ons midden bent.” Ook is hij ingenomen met de belangstelling die de koningin en haar gevolg toonde en toont voor de slachtoffers en de nabestaanden.
De burgervader vraagt zich af hoe het verder moet met Apeldoorn. „Is er een Apeldoorn voor en na de aanslag?” „Er is maar één Apeldoorn”, luidt zijn antwoord. „Dat moet de veerkracht tonen om in het reine te komen met deze zwarte bladzijde in zijn geschiedenis.”
Somber klinken de tonen van het Lament uit de Cry of the Celts van Ronan Hardiman, uitgevoerd door het trompetterkorps van de Koninklijke Marechaussee.
Premier Balkenende spreekt zijn afschuw uit over de „onbegrijpelijke daad, waardoor argeloze omstanders zwaar werden getroffen.” Met De Graaf prijst hij de inzet van hulpverleners en de betrokken houding van de koninklijke familie.
Over de verwerking van het leed zegt hij tegen de slachtoffers en nabestaanden: „Veel tijd zal het kosten, als het al verwerkt kan worden. U staat er niet alleen voor. Nederland staat naast u. Nederland is in zijn ziel geraakt. We zijn één in verbijstering en verdriet, maar ook in de vastberadenheid om door te gaan. Ik hoop van harte dat u zich gedragen mag weten door de steun van zo velen, en dat u hieruit kracht mag putten om verder te gaan.”
Mezzosopraan Tania Kross zingt het donkere lied Plegaria van Oswin ‘Chin’ Behilia, begeleid door Randal Corsen op de piano.
Nadia van Opstal beschrijft de gebeurtenissen van Koninginnedag vanuit haar perspectief. Haar moeder raakte gewond en kwam in het ziekenhuis terecht. Dat bericht „voelde aan als een nachtmerrie.” Ook zij bedankt de koninklijke familie voor haar „welgemeende betrokkenheid.” die ze als een „warme steun” ervaart.
Het barokensemble speelt de sobere Air uit de Suite in D-groot van J. S. Bach.
Voorzitter Boon van de Stichting Oranjefeesten Apeldoorn beschrijft hoe de euforische gevoelens van hem en de duizenden vrijwilligers over Koninginnedag omsloegen. Hij vraagt naar de motieven van de dader. „Aafgunst? Wraak? Onmacht?” De reactie: „Dit is te wreed om waar te zijn, onwerkelijk. Ongeloof, vertwijfeling, gebroken toekomst. Kwaadheid dringt zich richtingsloos op.” Volgens Boon verbindt nu „de inktzwarte deken van droefheid.”
Hij benadrukt de blijvende opdracht om deze gebeurtenis te herdenken, maar ook de band met het koningshuis te bekrachtigen. „Vandaag hebben we deze traditie bevestigd.” Wel zei hij dat Koninginnedag in Apeldoorn voortaan „anders wordt.”
Het trompetterkorps, ondersteund door het barokensemble, speelt de Nederlandse Taptoehymne. Daarna houdt de zaal twee minuten stilte, ter nagedachtenis aan de dodelijke slachtoffers. Met het Wilhelmus besluiten de 1200 aanwezigen de bijeenkomst.
Geel spreekt de hoop uit dat de „kracht van verbondenheid, vastberadenheid en saamhorigheid, die vanavond zo voelbaar werd, sterk genoeg is om ons ook na vanavond te dragen.”
Alle gasten werden met bussen vanaf Paleis het Loo naar het theater gebracht. De route voerde langs de Naald, de plek waar de aanslag plaatshad.