De Zeeuwse CU’er werd begin deze maand gevraagd of hij de plaats wilde innemen van J. J. van Ginkel, die wegens een burn-out al na zes weken het college moest verlaten. Hamelink: „Ik voel me gezond. Menselijk gesproken ben ik niet bang dat het te zwaar zal zijn. Ik zie het als Gods leiding in mijn leven dat dit op mij afkomt.”
In de portefeuille van Hamelink zitten enkele heikele dossiers. Eén daarvan is de voorgenomen fusie van de twee Zeeuwse waterschappen, te weten waterschap Zeeuws-Vlaanderen en waterschap Zeeuwse Eilanden. Het eerstgenoemde waterschap is geen voorstander van die samenvoeging. Saillante bijkomstigheid is dat Hamelink tot en met vandaag dagelijks bestuurder is van dat schap.
Het collegeprogramma bepleit een fusie, en uw eigen waterschap wil niet. Dat lijkt een onmogelijke positie voor u.
„Ik ben zelf in elk geval voorstander van goed onderzoek naar de voorwaarden waaronder een eventuele fusie gestalte moet krijgen. Maar groter is voor mij niet bij voor baat beter. Dat fusiespook hangt al tijden boven de organisaties en het remt de ontwikkeling van een toekomstvisie.”
Als onderzoek in de richting van een fusie wijst, gaat u die kar dan trekken?
„Als uit het onderzoek eenduidig blijkt dat samenvoeging het beste is, en als we de negatieve kanten zoals verlies aan werkgelegenheid in Zeeuws-Vlaanderen kunnen oplossen, zal ik daar achter staan. Voor mij is het collegeprogramma het uitgangspunt, al is het natuurlijk beter als je ook bij de totstandkoming daarvan betrokken bent geweest.”
Ook het omstreden natuurpakket Westerschelde komt op het bordje van Hamelink terecht. De nieuwe gedeputeerde vindt dat „tot het laatste moment moet worden voorkomen dat goede landbouwgrond teruggegeven wordt aan de zee.”
Dus er wordt niet ontpolderd in Zeeland?
„Daar kan ik nu nog niets definitief over zeggen. Je persoonlijke mening kan niet altijd de boventoon voeren. Op landelijk niveau en ook met de provincie zijn er verdragen gesloten; daarbinnen zul je toch moeten opereren. Aan het natuurherstel zal toch uitvoering moeten worden gegeven. Maar ik wil toch op z’n minst dat er in mijn periode helderheid komt over die kwestie.”
In de meeste plannen is vooral Zeeuws-Vlaanderen de klos. Speelt dat voor u als Zeeuws-Vlaming een rol?
„Dat speelt wel een rol, ja. Als alleen Zeeuws-Vlaanderen het moet oplossen, lijkt me dat niet goed. Het natuurherstel moeten we gespreider vormgeven, vind ik.”
Hamelink treedt aan in een college dat uniek is voor Nederland: 18 van de 20 coalitiezetels zijn in handen van CDA, SGP en ChristenUnie. Met 2 zetels van GroenLinks heeft de coalitie daarmee de kleinst mogelijke meerderheid.
Kunt u als christen verschil maken in de uitvoering van de taken die u krijgt?
„Ik heb vooral met natuur en water te maken. Dat werk kan ook gedaan worden door mensen met een niet-christelijke achtergrond. Maar mijn bijdrage in het college is natuurlijk breder dan alleen de eigen portefeuille. Zo wil ik letten op het evenwicht tussen economische ontwikkeling en de gevolgen voor de schepping. Of neem de gang van zaken op sociaal terrein, met name jeugd en gezin. Vanuit mijn christelijke overtuiging wil ik daar graag mede vorm aan geven.”