Vader Den Dulk kon daar niet zo aarden. In 1951 vertrok hij weer naar Nederlands-Indië als onderwijzer, maar een halfjaar later gooide Sukarno alle Nederlanders zijn inmiddels onafhankelijke land uit. De echtelieden Den Dulk keerden terug naar Nederlands Nieuw-Guinea, waar zij van 1953 tot 1959 verbleven. In de jaren ’60 leidden ze een particulier internaat voor Antilliaanse kinderen in Velzen. In 1968 ging Gijs den Dulk met pensioen. Hij vestigde zich wegens het klimaat en de gezondheidsklachten van zijn vrouw in Benidorm, aan de Costa Blanca in Spanje.
Zoon Leo stond inmiddels al lang op eigen benen. Op zijn negentiende deed hij belijdenis in de Gereformeerde Kerken. Hij trouwde met Hannie van Dijk, met wie hij vier kinderen kreeg.
Inmiddels was hij een carrière in de olie-industrie begonnen. „Ik was eerst technicus, later zat ik op de afdeling personeelszaken. Ik heb 22 jaar voor Mobil gewerkt, waarvan 7 jaar op de Nederlandse Antillen, waar mijn vader ook een halfjaar heeft gewerkt als invaller. Later werkte ik elf jaar voor Esso in Saudi-Arabië.”
Eruit
In 1994 ging Den Dulk met pensioen. „In Saudi-Arabië moet je als buitenlander eruit als je 60 wordt. Ik heb het nog iets kunnen rekken.” Toen het echtpaar Den Dulk jr. in dat jaar terugkwam in Almere, waar het in 1982 een huis had gekocht, voelde het zich niet zo thuis, met name op kerkelijk gebied. „We waren lid van een gefedereerde Samen op Weg-kerk, waarin hervormden en gereformeerden samenwerkten. Deze gemeente organiseerde geen activiteiten waardoor we andere leden konden leren kennen.”
Drie jaar eerder hadden ze al een huis gekocht in de buurt van Benidorm, aan de Costa Blanca. „Ik voel me wel verbonden met Nederland, maar ik heb me nooit een echte Hollander gevoeld.” Zijn vrouw: „Hij is een wereldburger.”
Het echtpaar overwinterde voor het eerst in zijn Spaanse huis in de winter van 1995/1996. Al snel werd Den Dulk actief voor de Nederlandse Evangelische Gemeente te Benidorm (NEGB), een oecumenische protestantse gemeente, door zijn vader opgericht. „In maart ’96 kwam ik in de kerkenraad, als scriba. Dat heb ik tot 2000 gedaan. Daarna ben ik voor de gemeente nog actief geweest in andere functies.” Zijn vrouw: „Als iemand hier op zijn 65e binnenkomt, zeggen we: Hè, hè, jong bloed in de gemeente. Velen zijn tachtigers met gezondheidsproblemen.”
De gemeente in Benidorm zoekt zelf de emeritus predikanten uit die de gemeente bij toerbeurt drie maanden lang mogen dienen. Den Dulk en zijn vrouw maakten in 2003 in Apeldoorn persoonlijk kennis met de Gereformeerde Bonder ds. W. Chr. Hovius, voordat deze in 2004 voor het eerst naar Benidorm kwam. „We willen hier predikanten met een behoorlijk open mind binnenhalen. Daar ben ik als zoon van een zendingsman ook voor. De kerkelijke verdeeldheid in Nederland spreekt mij totaal niet aan.”
Den Dulk vindt het prettig dat de predikanten die de NEGB bezoeken van ligging verschillen. „Dat is nuttig om de geest fris te houden. Ook in de gemeente is er grote verscheidenheid: we hebben gereformeerden, hervormden, remonstranten, baptisten, evangelischen, vrijgemaakten, mensen van de Gereformeerde Gemeenten, zelfs rooms-katholieken. Ik vind het altijd fijn als predikanten willen komen. Ze hebben al een hele carrière achter de rug en nemen toch de moeite om drie maanden lang elders te werken.”
Het echtpaar heeft zich niet in Spanje gevestigd. „Meestal komen we aan het begin van de winter, oktober, november, en gaan we in mei naar Nederland. We hebben drie kinderen in Nederland, en een dochter in de VS. Met haar hebben we bijna dagelijks emailcontact, de anderen ontmoeten we vaker persoonlijk in Nederland.”