Hoe is dat in Speuld?
„Wij kunnen hier ook steeds minder van de omgeving genieten. Vroeger kon je heerlijk door de bossen struinen, maar tegenwoordig zijn er steeds meer paden afgesloten. Het wild krijgt vrij spel in de bossen, maar de mens krijgt steeds meer beperkende maatregelen opgelegd.”
Hoe staat het met de landelijke omgeving?
„De boeren hebben het moeilijk. Er stoppen er steeds meer. In het onderzoek wordt dan gesproken over de ”verpaarding” van de Veluwe: boerderijen worden vaak overgenomen door mensen uit het westen die een paar paarden gaan houden. De gemeente Ermelo waar wij bij horen, heeft zelfs een beleidsnotitie geschreven om dit aan banden te leggen. Wij willen ons inzetten om de boerderijen rond ons dorp te behouden, zodat er koeien in plaats van paarden in de wei grazen.”
Welke problemen spelen er nog meer in de kleine kernen?
„Ik denk dat veel Veluwse dorpen vergrijzen. Voor starters is er niets te koop en mensen met gezinnen trekken weg omdat er weinig voorzieningen zijn. De vrijkomende huizen worden door 55-plussers gekocht. In Speuld merken we dat aan de dorpsschool, waar het leerlingaantal duidelijk afneemt.”
Wat kun je daar aan doen?
„Woningbouw op kleine schaal. Drie jaar geleden zijn hier tien huizen gebouwd, maar daar hebben we wel 25 jaar voor moeten knokken. Het is gewoon heel lastig om als buurtvereniging met vijf vrijwilligers iets van de grond te krijgen.
Daarom zijn we heel blij dat Speuld een pilotdorp is in het project ”Dorpen groeien op eigen wijze”. Met organisaties zoals de provincie Gelderland en de VKK inventariseren we bij de bewoners wat ze nu eigenlijk willen met hun dorp.
Maar ook bekijken we wat er nog mogelijk is. Het zou heel mooi zijn om af en toe wat huizen te mogen bouwen, zonder dat dat de waarde van het dorp aantast.”