Ook het nieuwe kabinet gedoogt trouwambtenaren met gewetensbezwaren tegen het homohuwelijk. Maar hoe juist is dat besluit? Schinkel komt in zijn proefschrift tot de conclusie dat wetgeving die ruimte maakt voor gewetensbezwaren een van de tastbaarste belichamingen van gewetensvrijheid is in onze tijd.
Die ruimte wordt steeds vaker bedreigd. Hoe kijkt u daar tegen aan?
„Ik waardeer het recht op het hebben van gewetensbezwaren als een groot goed. Het belangrijkste van die bezwaren is dat ze uitdrukking geven aan het zogenaamde ”ultimate concern”: dat wat voor mensen van absoluut belang is, wat richtinggevend en zingevend is in iemands leven.”
Schinkel constateert dat juist neoliberalen de meeste problemen hebben met gewetensbezwaren. „Dat heeft gedeeltelijk te maken met verlichtingsretoriek en een antireligieuze stemming. Maar dat een aantal kopstukken veel in de media komt, wil niet zeggen dat hun aanhang groot is.”
Toen de discussie over gewetensbezwaarde trouwambtenaren erg speelde, werd die volgens de promovendus niet altijd zuiver gevoerd. „Voor het overgrote deel is de discussie overbodig en verschrikkelijk opgeblazen. De eigen opvattingen over het homohuwelijk werden door voorstanders ervan als vanzelfsprekend beschouwd en die van de andere kant als achterlijk weggezet. Overtuigingen moet men niet willen opdringen aan anderen; dat willen de gewetensbezwaarden ook niet. Diversiteit is geen kwaad, dwang tot conformisme wel.”
Waarin onderscheiden gewetensbezwaren zich van andere bezwaren?
„Gewetensbezwaren zijn nooit op één lijn te stellen met persoonlijke voorkeuren, zoals die voor een bepaalde kleur. Maar ze gaan ook verder dan gewone morele bezwaren, onder andere vanwege de intieme verwevenheid met de persoon.
Verder zijn er in de praktijk allerlei andere aspecten aan gewetensbezwaren verbonden, zoals het afleggen van publieke verantwoording in termen die zo goed mogelijk door anderen zijn te begrijpen. Ook is er een eenduidigheid in leer en leven noodzakelijk.
Daarnaast moeten mensen met gewetensbezwaren een zekere bereidheid hebben bepaalde gevolgen te accepteren. Daarom vergt een gewetensbezwaar altijd moed.”
Hoe moeten overheden of rechters met gewetensbezwaarden omgaan?
„Dat hangt af van het concrete geval. In de samenleving zou er wat mij betreft een discussie mogen worden gevoerd of er ruimte moet zijn voor gewetensbezwaren van nieuwe trouwambtenaren voor het sluiten van homohuwelijken. Is daar geen ruimte voor, dan moeten we ons afvragen of er niet op basis van geloofsovertuiging gediscrimineerd wordt bij de benoeming van ambtenaren.
Aan de andere kant weet iemand die nu trouwambtenaar wil worden, dat het sluiten van een homohuwelijk bij zijn takenpakket hoort. Is het dan niet redelijk te stellen dat hij dit zal moeten accepteren, of anders zal moeten afzien van de ambitie om trouwambtenaar te worden? Het gaat bovendien om ambtenaren die een eed moeten afleggen dat ze de democratisch tot stand gekomen wetten zullen naleven. Ik heb hier helaas geen definitief antwoord op.”
Voor wie vormen gewetensbezwaren echt een probleem: voor de bezwaarden of voor de omgeving?
„Ze kunnen voor alle betrokken partijen een probleem zijn. In welke mate dat zo is, hangt af van de flexibiliteit waarmee andere partijen met iemands gewetensbezwaren omgaan. Het spreekt voor zich dat er gevallen zijn waarin een overheid niet mee kan gaan, zoals wanneer mensen een bepaald percentage van hun belasting niet willen betalen omdat dit naar defensie zou gaan.
Zelf ben ik niet kerkelijk; ik ben op filosofische wijze bezig met zingevingsvraagstukken. Ik voel sympathie voor gewetensbezwaarden in het algemeen en heb respect voor mensen die tegen de stroom in durven gaan of vasthouden aan hun overtuiging onder moeilijke omstandigheden.”