David gaf zich in het begin niet zomaar gewonnen. Hij sloeg terug. Het gevolg was dat hij nog meer tegenstand uitlokte. „Ik doe dat nu niet meer”, zegt hij in het kale kantoortje van SMUG, drie hoog achter in de nieuwbouwwijk Ntinda van Kampala, hoofdstad van het Oost-Afrikaanse land Uganda. „Als mensen nu ruzie zoeken, probeer ik een gesprek aan te gaan. Het werkt vaak erg goed als ik mijn aanvallers uitnodig om ergens wat te gaan drinken. Op die manier heb ik zelfs al vrienden gemaakt.”
Die nieuwe tactiek om te praten in plaats van terug te vechten heeft David onder andere met hulp van de Nederlandse ambassade geleerd. „Daar waren mensen die ons als organisatie leerden dat we niet alles in één keer moeten willen”, legt hij uit. „Wij verwachtten dat we als homo’s en lesbiennes in Uganda meer rechten zouden krijgen als we maar hard genoeg riepen. Maar zo werkt het dus niet. Medewerkers van de ambassade leerden ons dat we ons doel stap voor stap moeten bereiken. Door praten in plaats van door te demonstreren of te vechten.”
Juist dit soort hulp van buitenlanders uit „die rijke en tolerante westerse landen” stuit Stephen Langa tegen de borst. „Dat is nou precies de manier waarop de homolobby werkt. Ze verdraaien feiten en proberen hun gif langzaam in onze samenleving door te laten dringen.”
Aangeleerd gedrag
Stephen is directeur van de Family Life Network (FLN), een organisatie die Bijbelse waarden en normen in de Ugandese samenleving wil herstellen. Zo’n 80 procent van de Ugandese samenleving rekent zich tot een van de vele christelijke kerken. „Het belangrijkste meningsverschil dat wij met de homolobby hebben, is of homogevoelens zijn aangeleerd of niet. Zij beweren dat het is aangeboren. Dat is een leugen. Het is aangeleerd gedrag waar mensen vrij van kunnen komen.”
Begin maart organiseerde FLN een cursus voor mensen die willen leren hoe zij jongeren die problemen hebben met hun seksuele gevoelens moeten omgaan. „Het belangrijkste is dat je jonge mannen en vrouwen die het aandurven om voor hun gevoelens uit te komen, nooit moet afwijzen”, zegt Stephen. „Dan zonderen ze zich af van de maatschappij en komen ze terecht in kringen van de homolobby, die hun wijsmaakt dat ze nu eenmaal zo geboren zijn en dat het goed is.”
„Ik heb het zelf vaak meegemaakt dat zo’n universiteitsstudent naar me toe kwam en zei: „Ik voel me zo vies. Ik wil dit niet. Ik wil zelfmoord plegen.” Dan zeg je natuurlijk niet dat hij of zij fout is. Dat is niet barmhartig. Je moet uitleggen dat ze lijden aan een afwijking die te verhelpen is. Die misschien het gevolg is van iets ergs dat ze hebben meegemaakt.”
De cursus die FLN organiseert is naar eigen zeggen de eerste in Uganda waar deelnemers leren hoe ze „op een christelijke manier” kunnen omgaan met mensen die zich met „afwijkende gevoelens” aanmelden voor counseling of die „betrapt werden.”
Ingevlogen pastors
Speciaal voor de cursus zijn enkele Amerikaanse voorgangers naar Uganda gevlogen. Het zijn leden van een select gezelschap pastores die „met Bijbelse argumenten seksuele minderheden willen helpen om te genezen van hun afwijkende gevoelens.”
Onder de genodigde Amerikaanse pastors is ook Scott Lively, die in zijn boek ”Het roze hakenkruis. Homoseksualiteit in de nazipartij” beweert dat homoseksuelen in grote mate bijdroegen aan de opkomst van het nazisme.
Voor aanvang van de driedaagse cursus waarschuwden mensenrechtenactivisten op voornamelijk Amerikaanse websites tegen deze „fundamentalistische predikanten” die „homohaat verspreiden in Uganda.”
In het cursuszaaltje van een middenklassehotel zitten op 5 maart ongeveer vijftig cursisten die drie dagen lang leren hoe zij zichzelf en hun gezin kunnen beschermen tegen „beïnvloeding door de homolobby” en hoe homoseksualiteit genezen zou kunnen worden.
Tijdens zijn les legt de Amerikaanse prediakant Don Schmierer er de nadruk op dat het verkeerd is om homo’s af te wijzen. „De toename van homoseksualiteit is slechts een van de tekenen van de eindtijd”, onderwijst hij de leraren, voorgangers, kerkelijke counselors en leden van christelijke Ugandese mensenrechtenorganisaties in de zaal. „Het is belangrijk dat ouders en verzorgers hun kinderen helpen om een goed mens te worden. Als je bijvoorbeeld als kind niet meekrijgt dat je waardevol bent, kun je minderwaardigheidsgevoelens krijgen. Dat kan leiden tot homoseksualiteit.”
Op een tafeltje achter in de zaal ligt materiaal dat de cursisten kunnen kopen. Daaronder het boekje ”Zeven manieren om ervoor te zorgen dat je kind niet gerekruteerd wordt”, ook geschreven door Scott Lively. Hij wil met het boek ouders helpen die willen voorkomen dat hun kind „in het web van de homolobby” terechtkomt. De belangrijkste manier om dat te bereiken, is volgens hem dat ouders liefhebbend zijn en dat zij zich actief met het leven van hun kind bemoeien.
Infiltratie
Ook de regering van Uganda maakt zich zorgen over de voor Uganda nieuwe openheid waarmee sommige leden van seksuele minderheden de afgelopen jaren via de media vragen om acceptatie.
De regering heeft in de persoon van James Nsaba Buturo een luide stem die geregeld laat horen dat Ugandezen vast moeten houden aan hun Afrikaanse tradities en cultuur. Buturo heeft als staatssecretaris ethiek en integriteit in zijn portefeuille.
Buturo windt zich zichtbaar op over de manier waarop de „homolobby de Ugandese samenleving wil infiltreren. De Europese homolobby is erg sterk en goed georganiseerd”, zegt hij tijdens een interview na afloop van een van zijn persconferenties in het gebouw van het mediacentrum van de Ugandese regering. „Die lobby heeft hier in Uganda handlangers geworven. Sommige mensenrechten- en ontwikkelingsorganisaties propageren hun ideeën op scholen en via de media. Ook buitenlandse overheden oefenen via hun ambassades druk uit. Daar strijden we tegen.”
Op dit moment legt Buturo de laatste hand aan een nieuwe wet die homofiele uitingen en gedrag aan banden moet leggen. Seks tussen twee mannen is in Uganda nu al strafbaar. Er is nog nooit iemand veroordeeld, maar volgens de bestaande wetten kan homoseksueel gedrag bestraft worden met een levenslange gevangenisstraf. Toch moet de wet volgens Buturo worden aangescherpt.
Buturo: „Ik heb al heel wat ambassadeurs bij mij op kantoor gehad die mijn vragen: „Waarom geven jullie homoseksuelen niet het recht homoseksueel te zijn?” Ik heb hun vriendelijk uitgelegd dat wij in Uganda onze eigen gedachten hebben op dat punt. Wij vinden dat het huwelijk er alleen is voor een relatie tussen een man en een vrouw. Hoe kun je anders kinderen krijgen voor toekomstige generaties? Als mannen met elkaar naar bed gaan, levert dat geen kinderen op. Wat is dan nog de toekomst van Uganda?”
Bromfietshelm
In 2006 hielden enkele organisaties van seksuele minderheden voor het eerst een persconferentie. In de zaal zaten homoseksuelen, lesbiennes en transseksuelen die aandacht wilden vragen voor hun problemen. Sommigen zaten met een bromfietshelm op in de zaal, omdat ze bang waren herkend te worden.
Vlak daarvoor was in het schreeuwerige Ugandese krantje Red Pepper een lijst verschenen van mannen (naam, beroep en adres) die homo zouden zijn. Enkele van deze mannen zijn als gevolg van die publicatie bedreigd of aangevallen. Enkele maanden later verscheen opnieuw een ‘verbeterde’ lijst.
Een opmerkelijk verschil tussen de homoscene in Uganda en die in bijvoorbeeld Nederland is dat het in Uganda veel minder een beweging is van intellectuelen dan in Nederland. Mensen met een goede baan en een goede opleiding komen in Uganda bijna nooit uit voor hun seksuele geaardheid als die afwijkt van de norm. Het gevolg is dat homo’s en lesbiennes die wel op de voorgrond durven te treden vaak niet of nauwelijks zijn opgeleid.
Dankzij de aanmoediging van westerse organisaties treden homo’s en lesbiennes in Uganda echter steeds meer in de openbaarheid. Ook de Nederlandse ambassade heeft daarin een rol gespeeld door erop te hameren dat organisaties als SMUG actief in contact moeten treden met Ugandese organisaties.
In Uganda is SMUG zeer te spreken over de Nederlandse ambassade. „Die is echt de beste”, zegt een medewerker in het kantoor van SMUG. „We krijgen ook wel steun van bijvoorbeeld de Deense en de Zweedse ambassade, maar Nederland heeft ons geleerd hoe wij de Ugandese samenleving het best tegemoet kunnen treden. Dat was nieuw voor ons.”
Dit is de vierde aflevering in een serie over homo-emancipatie in de derde wereld.