Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

„Homobrief Plasterk rammelt juridisch”

 Bijzonder hoogleraar onderwijsrecht aan de Universiteit van Tilburg mr. P.J. J. Zoontjens: Standpunt Plasterk staat haaks op dat van de regering.

Bijzonder hoogleraar onderwijsrecht aan de Universiteit van Tilburg mr. P.J. J. Zoontjens: Standpunt Plasterk staat haaks op dat van de regering.

TILBURG – Bijzondere scholen gaan in de fout als ze in de grondslag opnemen dat homoseksuele relaties niet passen binnen de opvattingen van de school, zegt minister Plasterk. Bijzonder hoogleraar onderwijsrecht aan de Universiteit van Tilburg mr. P.J. J. Zoontjens betwist die stellingname: „Zijn standpunt staat haaks op dat van de regering.”
In een maandag verstuurde brief over homodiscriminatie aan alle schoolbesturen stelt Plasterk onomwonden dat scholen in strijd handelen met de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) als zij in de grondslag opnemen dat ongehuwd samenwonen of het hebben van een homoseksuele relatie niet past binnen de opvattingen van de school.

Zowel RefoAnders als de stuurgroep homoseksualiteit van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs reageerden dinsdag geschokt. Volgens hen gaat Plasterk buiten zijn boekje in zijn uitleg van de AWGB.

Heeft Plasterk gelijk, in zijn brief?

„Er is in 1994 bij de invoering van de AWGB afgesproken dat christelijke scholen onder bijzondere omstandigheden homoseksuele sollicitanten mogen afwijzen", zegt Zoontjens. "Dat is het geval als voor de school godsdienst en leefstijl zo nauw met elkaar zijn verbonden dat niet kan worden gezegd dat de afwijzing “enkel” is gericht op het feit dat de betreffende sollicitant homoseksueel is. Dat was een zwaarbevochten compromis tussen mensen die het gelijkheidsbeginsel voorop stellen en mensen die vooral aan de vrijheid van godsdienst en onderwijs hechten.

In de brief die Plasterk nu heeft geschreven, meen ik te lezen dat hij stelt: Ongeacht de grondslag van een school is er altijd sprake van verboden onderscheid als een school vanwege de grondslag homoseksualiteit afwijst.

Daarmee legt hij de wet duidelijk te ruim uit ten opzichte van hoe het destijds in de Tweede Kamer is afgesproken.

Plasterk lijkt ook geen rekening te houden met nuanceverschillen tussen de diverse geloofsovertuigingen. Hij bestrijdt dat scholen in het kader van een bepaalde geloofsovertuiging eisen mogen stellen aan de levensstijl van medewerkers. Dat is niet juist. Die ruimte biedt de AWGB wel degelijk.”

Plasterk gaat dus te ver met zijn brief?

„Hij gaat inderdaad niet zorgvuldig om met deze kwestie. De juridische toetsing van zijn brief is erg slordig. Reformatorische scholen zien ruimte om eisen te stellen aan medewerkers op grond van hun grondslag. Die ruimte is ook toegekend en de Commissie Gelijke Behandeling en de rechter zijn bevoegd om te beoordelen in hoeverre scholen daar mee omgaan.

Daarnaast zit er duidelijk licht tussen de opvatting van Plasterk en die van het kabinet. Eurocommissaris Spidla heeft er vorig jaar bij de regering op aangedrongen om de enkelefeitconstructie uit de AWGB te halen. Die in 1994 gekozen formulering in de AWGB maakt duidelijk dat bijzondere scholen een docent weliswaar niet mogen weren om het “enkele feit” dat hij homoseksueel is, maar dat er bijkomende feiten of omstandigheden kunnen zijn die dat wel aanvaardbaar maken. Volgens Spidla is die constructie te ruim. Het kabinet heeft daarop duidelijk gemaakt bij de oorspronkelijke wettekst te willen blijven. Plasterk lijkt nu toch de kant van Spidla te kiezen. Dat is een visie die ik persoonlijk wel deel, maar haaks staat op die van het kabinet.”

Hoe nu verder?

„Ter geruststelling zou ik willen zeggen: Plasterk is niet bevoegd om te beoordelen of scholen de AWGB naleven.

Daarnaast zie ik wel wat in de suggestie van RefoAnders dat scholen duidelijk moeten maken wat de relatie is tussen de geloofsovertuiging, waarvan zij uitgaan, en de leefregels die zij in verband daarmee willen stellen.

Daardoor verdwijnt de nadruk op homoseksualiteit en kun je in één keer uitleggen waarom je geen vrouwen in lange broeken tolereert of televisiekijkende personeelsleden accepteert.

Voor veel mensen zijn de standpunten van orthodoxe christenen onbegrijpelijk. Dan is het goed om uit te leggen waarvoor je staat en hoe je het geloof beleeft. Dan laat je ook zien dat het niets met homofobie te maken heeft.”

Maar als het resultaat is dat er geen homoseksuelen werkzaam zijn op scholen, dan zal Plasterk nog niet rusten.

„Ook dan zeg ik: Plasterk is niet bevoegd om daar iets tegen of voor te doen. Er is een grondwettelijke vrijheid van scholen. Zo kan hij scholen ook niet opdragen om aandacht te besteden aan homofobie, als scholen dat niet willen. Hij zal de pedagogische autonomie van scholen moeten respecteren, zolang bepaalde thema’s niet in de kerndoelen van het onderwijs zijn opgenomen. Hij kan hoogstens aangeven iets graag te willen, maar scholen zijn niet verplicht daar gehoor aan te geven.”


Lees ook: Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek