De lichtbundel van Heckers’ zaklamp rust op een met houtskool aangebrachte inscriptie. Met zijn spiegelreflexcamera maakt hij er een foto van. Dan scrolt hij door de tekst. De inscriptie verhaalt onder meer van ”Een druppel water troost”. „Het is in ieder geval Nederlands”, stelt de Maastrichtenaar vast. „Iemand heeft het jaartal 1916 door de tekst gekrast. Het verhaal zelf moet dus ouder zijn. Ik wil wel meer over deze inscriptie weten. Hier ga ik een projectje van maken.”
Alva
Al tientallen jaren is Heckers, voorzitter van de Studiegroep Onderaardse Kalksteengroeven, geïntrigeerd door de tienduizenden inscripties en tekeningen op de wanden in het doolhof van gangen onder de Sint Pietersberg. Sinds eeuwen laten bezoekers van de grotten er hun naam achter.
Het waren niet de minsten die een kijkje in het ondergrondse gangenstelsel namen. Onder meer landvoogd Alva en Napoleon vereerden de mergelgroeves met een bezoek en brachten eeuwen geleden hun handtekening aan.
De kunst is om het historische verhaal achter een inscriptie boven water te krijgen, zegt Heckers. Als er bij collega-geschiedenisliefhebbers al geen belletje gaat rinkelen, kan internet uitkomst bieden. „Soms kun je binnen vijf minuten via Google iemands naam in het juiste verband plaatsen. Een andere keer duurt de zoektocht wekenlang.”
Als er bij een naam een functie vermeld staat, vereenvoudigt dat de zoektocht. Heckers richt zijn lamp op een inscriptie uit 1781. ”Majoor W. R. van Heeckeren. Ritmeester van Steenhardt. Die man is gemakkelijk te achterhalen.”
Kruis
Heckers is verguld dat hij zelf anderhalf jaar geleden een krabbel van de zeventiende-eeuwse schilder Valentin Klotz ontdekte. „Ik was al vele keren langs die wand gelopen, maar ineens viel mijn oog op zijn naam. De naam Klotz kende ik van mijn studie kunstgeschiedenis.”
Bijzonder is ook dat de naam van de Oostenrijkse pedagoog-psycholoog Fröbel op een van de wanden prijkt. „Hij is rond 1814 in deze omgeving geweest. Veel mensen uit het zuiden van Nederland beschouwen hem als de man die de kleuterschool hier heeft ingevoerd.”
Op de groevewanden zijn tal van religieuze symbolen te vinden. „In de zogeheten boerengroeves, waar boeren mergel uithakten voor eigen gebruik, vinden we bijvoorbeeld kruisafbeeldingen. De ongeletterde boeren krasten die tekens in de wand.”
Het licht van Heckers’ lamp glijdt langs een IHS-teken. Die letters worden onder meer uitgelegd als de Griekse beginletters van ”Jezus, redder van de mensheid”. Minder fraaie uitdrukkingen zijn er ook achter gelaten. „Er zijn vroegmiddeleeuwse afbeeldingen te zien waarop bijvoorbeeld een man zijn ziel aan de duivel verkoopt.”
Nederig
In een nis beschijnt Heckers de inscriptie Janno, uit 1699. „Het is een afkorting van bergloper Jan Olieslagers. Zijn naam kom je overal tegen. Kruip in een nis en je ziet Janno. Waarschijnlijk heeft hij tijdens zijn onderaardse tochten op allerlei plekken gegeten en gedronken en toen maar meteen zijn handtekening gezet.”
Links, rechts, rechts, dan weer links. Waar een argeloze bezoeker binnen luttele minuten elk richtingsgevoel kwijt is, stapt Heckers trefzeker door het doolhof aan duistere gangen. Vrijwel wekelijks is hij in de onderaardse mergelgroeves te vinden. „Ik houd van de rust, de stilte en de duisternis onder de grond. Vaak loop ik met mijn lamp in mijn eentje door de gangen te dwalen. Je staat als het ware tot aan je knieën in de historie. Ik blijf onder de indruk van de immense hoeveelheid werk die de mergelwinners in vroeger tijden hebben verzet. Dat maakt je nederig en klein.”
Dit is het tweede deel in een serie over schatzoekers.