Het weer is schitterend, overal groen en oranje, het is gezellig. De mensen staan zes rijen dik, in afwachting van de koninklijke familie.
Iets na elven klinkt een soort van knal – en je schrikt. Maar, het blijkt het startschot te zijn voor een ”historische optocht” vanaf Paleis het Loo. Nog geen Koningin dus. Het programma is wat uitgelopen.
De tijd verstrijkt, mensen gissen: hoe laat zal de Koningin hier arriveren? En dan? Ergens in je hoofd heb je tóch het idee: het kon vandaag wel eens zover zijn dat ze haar aftreden bekend gaat maken. Het kon wel eens een historische dag worden, een historisch moment, een –juist vanmorgen moest ik aan het woord denken– een, zoals prof. dr. A. A. van Ruler dat zo kon zeggen, een Kairosmoment.
Misschien is het dat inderdaad geworden, maar dan wel inktzwart gekleurd.
Rond kwart voor 12 komen vanaf de overkant, de Loolaan, twee politiemotoren aangereden. En daarachter: ja, dáár komt de bus. Een open bus. Ik zie Pieter van Vollenhoven zitten, zwaaien. De bus neemt de bocht, linksaf, door de stoplichten heen, de Zwolseweg op. Já: de Koningin, en Máxima en Willem-Alexander. Ze zwaaien, en wij ook.
Maar dan.
Ineens: vanaf rechts, geschreeuw, glasgerinkel, en: een klein zwart autootje. Met een noodvaart komt het aangereden. Even denk je nog: dit hoort erbij – je herinnert je de knal van zo-even nog. Maar meteen is die gedachte weg. Dit is niet goed, dit gaat fout, hier gaat iets verschrikkelijk fout.
Het zwarte autootje rijdt door, en komt dan tot stilstand – naar ik achteraf begrijp, tegen de Naald. De koninklijke bus zie ik nog net de laan naar Paleis het Loo inrijden.
Er heerst paniek. Ik kijk naar rechts en zie op de kruising mensen liggen. Doden, realiseer ik me – één, twee, daar nog één, vijf, zes. Later blijkt gelukkig dat het niet allemaal doden zijn.
Overal mensen, politieagenten, huilende kinderen. Paniek. Mijn vrouw en dochter zijn al weggelopen.
Nog geen paar minuten later: de eerste sirenes. De eerste ambulance arriveert, en al snel volgen er meer. Mensen sluiten elkaar in de armen. Moeders proberen hun kinderen te troosten. Maar een enkele vader kan zijn eigen emoties ook niet bedwingen.
Zal ik nog een foto maken? Ik bel Kranendonk, de hoofdredacteur – die het juist heeft gehoord. Ik sms wat collega’s. Bellen gaat al snel niet meer, het netwerk is overbezet.
Al snel daarna manen verkeersregelaars ons weg te gaan, de weg vrij te maken voor de hulpdiensten. In de lucht cirkelt een politiehelicopter.
De écht Hollandse Koninginnedagsfeer is omgeslagen. Dit kon de laatste Koninginnedag op deze wijze wel eens zijn geweest.
Terug in de auto horen we dat het kleine zwarte autootje al eerder was gesignaleerd, met hoge snelheid achter ons over de Amersfoortseweg was genaderd, maar door de politie was tegengehouden. De auto ging een zijweg in, stond even stil, reed daarna snel weg en kwam later via de Jachtlaan richting de menigte.
Met déze gevolgen. Hopelijk gebeurt er één ding niet: dat alle beschuldigende vingers nu naar de politie en beveiliging gaan. Want dit was niet te voorzien. Dit gebeurt. Dit is er, ineens. In een moment.
Op de radio wordt de vraag gesteld of het hier om een aanslag ging of toch niet. Voor ons lijdt het geen enkele twijfel.