DEN HAAG – Historicus Cees Faseur (r.) overhandigde gisteren in Sociëteit De Witte in Den Haag het eerste exem plaar van het boek ”Juliana & Bernhard” aan Marijke Beel, dochter van oud premier Beel. Fasseur kreeg als enige toestemming van koningin Beatrix om alle stukken in het Koninklijk Huisarchief over het huwelijk van koningin Juliana en prins Bernhard in de periode 1936 1956 in te zien. Foto
De grote zaal van de chique Nieuwe of Littéraire Sociëteit De Witte in Den Haag is deze dinsdagnamiddag afgeladen. Er hangt een zenuwachtige spanning in de lucht. Dé ontknoping is aanstaande: hét boek over dé huwelijkscrisis.
Fasseur benadrukt in zijn toespraak dat koningin Beatrix hem op geen enkele manier beperkingen heeft opgelegd toen zij de historicus als eerste, en „voorlopig als enige”, toegang gaf tot relevante stukken over het huwelijk en de Greet Hofmansaffaire. „Ik heb alles kunnen inzien en alles kunnen schrijven.” „Dat ik die bevoorrechte positie kreeg, kan ik ook niet helpen.” „Het is niet anders”, prikkelt hij collega-historici die die kans aan hun neus voorbij zagen gaan.
Uitgeverij Balans heeft een viertal mensen gevraagd op het boek te reageren. De Leidse emeritus hoogleraar geschiedenis Henk Wesseling vindt het bijzonder dat koningin Juliana en prins Bernhard ondanks alles bij elkaar zijn gebleven. „Het was een zeer bestendig huwelijk, dat 67 jaar heeft stand gehouden.”
Ook de linkse Elsbeth Etty reageert. Net als Fasseur prijst zij de koningin voor haar medewerking. „Het moet vandaag een pijnlijk moment voor haar zijn. Het is moedig dat zij bereid is geweest om de feiten niet uit de weg te gaan. Fasseur is verder gekomen dan wie ook.”
Voor de rest borduurt Etty in haar reactie op het boek voort op haar feministische gedachtegoed. Ze heeft medelijden met koningin Juliana, die volgens haar gekleineerd werd door prins Bernhard.
Geen enkel begrip kan zij opbrengen voor de pogingen van de „katholieke” commissievoorzitter Beel en de „gereformeerde” oud-premier Gerbrandy om een echtscheiding tussen de koningin en de prins te voorkomen. „Hun standpunten scheelden niet zo veel van die van de huidige minister voor Jeugd en Gezin”, ratelt zij verder, zonder er oog voor te hebben dat de tijdgeest in de jaren vijftig heel anders was -meer van het christelijk geloof doordrongen - dan anno 2008.
De koninklijke familie heeft geleerd van de Hofmansaffaire, stelt Oranjehuiskenner Reinildis van Ditzhuyzen in haar betoog. „Op vijf punten. Als eerste, een ’gewone’ koningin is een contradictio in terminis. Distantie hoort bij het levenslot van een koningin. Daarom is bij koningin Beatrix het protocol weer terug aan het hof, daarom is het weer „majesteit” in plaats van mevrouw.
Twee, het hof is weer strak georganiseerd; mensen worden op basis van zakelijke kennis benoemd en rouleren regelmatig van functie.
Drie, de twee aparte hofhoudingen in Den Haag en Soestdijk waren slecht aan te sturen, zo is gebleken. Daarom resideert koningin Beatrix weer in Den Haag.
Vier, het levenslot van een koningin brengt mee dat je onder grote spanning moet kunnen functioneren. Dan moet niets aan het toeval worden overgelaten. Daarom het perfectionisme van Beatrix.
En tot slot heeft de koninklijke familie erkend dat een koningin ook met moeilijke zaken te maken krijgt. „Daarom de medewerking aan de publicatie van dit openhartige en onthullende boek”, aldus de historica, die erop wijst dat aan veel andere hoven vergelijkbare kwesties hebben gespeeld. Meestal liepen die minder goed af.
Het boek van Fasseur betekent niet dat de affaire nu de wereld uit is, stelt onderzoekster Annejet van der Zijl. Zij is bezig met een biografie over prins Bernhard die eind volgend jaar moet verschijnen. Ze vindt dat Fasseur te veel vanuit het mannelijke perspectief naar de zaak heeft gekeken en daardoor „voor de kant en zienswijze van de prins heeft gekozen.”
Van der Zijl las in de door Fasseur opgesomde feiten een ander verhaal. „De echte oorzaak van de crisis ligt in het gebrek aan emotioneel evenwicht tussen Juliana en Bernhard. Juliana heeft het verdriet van de wending in haar huwelijk weggeslikt en daartegenover steun gezocht bij de Hofmansgroep, waar zij bevestiging, warmte en troost vond.”
De zaal stroom leeg. Op weg naar het boek: 500 bladzijden gedegen werk. Verheffend en minder verheffend. Dat laatste ligt echter niet aan Fasseur, maar aan de paleisbewoners.
Zie ook pag. 19: ”Boellaard wilde Bernhards aanzien redden”.