Het vochtige weer heeft volgens hem als gevolg dat veel dieren op dezelfde plaats blijven. „Alles wat graast heeft prima te eten. Het gras is extra groen en sappig. Dieren hoeven niet te zoeken naar eten.”
De uitzonderlijke weersomstandigheden van dit jaar hebben invloed op heel wat dieren en planten. „Het voorjaar was deze keer erg vroeg. Daardoor hebben zwijnen voor de tweede keer biggen geworpen. Gewoonlijk werpen ze maar één keer.” Dat betekent volgens Blankena overigens niet dat er aan het einde van het jaar meer zwijnen zullen zijn. „Door afschieten houden we de zwijnenstand op peil.”
Veel dorpen op de Veluwe hebben te kampen met overlast van zwijnen. „Door een storm is bijvoorbeeld bij Vierhouten een deel van de afrastering kapot gegaan die het wild buiten het dorp moet houden. Er wordt aan gewerkt om de schade te herstellen.” De afrasteringen zijn soms echter lang niet voldoende om de zwijnen tegen te houden, erkent Blankena. „Het zijn erg nieuwsgierige beesten.”
Varen de zwijnen wel bij het vroege voorjaar, een aantal bijzondere vlindersoorten doet dat niet. Sommige vlinders zijn er dit jaar niet gelijktijdig met de planten waarvan ze afhankelijk zijn. Deze vlinders kunnen daardoor nauwelijks overleven.