Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Psalm 1 als advies in de cartoonkwestie

LEIDEN - „De wet beschermt geen profeten, maar burgers.” „Atheïsten zetten bewust een verkeerd beeld van de islam neer.” Twee citaten uit een pittig debat woensdagmiddag tussen de jurist prof. dr. Afshin Ellian, voorvechter van de vrijheid van meningsuiting, en de radicale Haagse imam Fawaz Jneid.
De zaal in de rechtenfaculteit van de Leidse universiteit zit bomvol. Tassen blijven buiten, bewakers spieden rond. Het publiek is gevarieerd: veel studenten, maar ook ouderen. Dames met en zonder hoofddoek. Aanleiding voor het duel tussen Ellian, een naar Nederland gevluchte Iraniër, en Fawaz Jneid, behorend tot de strengste islamitische stroming, is de Deense cartoonkwestie.

De Arabischsprekende imam -een tolk vertaalt hem- vuurt de openingsvraag af. Of de vrijheid van meningsuiting onbeperkt is? Natuurlijk niet, reageert Ellian. „Die wordt beperkt door het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast zijn er de grenzen van wijsheid en moraal. Maar die zijn in het Westen wel heel ruim”, zegt de jurist veelbetekenend.

Ellian haalt de filosoof Nietzsche erbij. In diens boek ”De antichrist” wordt het christendom getypeerd als „een grote vloek, een onsterfelijke schandvlek van het mensdom.” Stel dat we het christendom vervangen door de islam, hoe reageert de imam dan? wil Ellian weten.

Fawaz Jneid -baard, hoofdbedekking en islamitisch gewaad- omzeilt de vraag met een bevlogen uiteenzetting over de vrijheid van meningsuiting. Die moet gebaseerd zijn op „eerlijkheid en het opkomen voor de waarheid.” De imam hekelt het meten met twee maten. „Als Amerika Irak binnenvalt, is dat geen terrorisme. Als moslims iets doen, wel.”

Ellian weerstaat de verleiding om over Amerika te beginnen. „Dat is nu niet relevant.” Fawaz Jneid schiet een nieuwe pijl af. „Vindt u het niet logisch dat wij ons gekrenkt voelen als het heiligste van onze religie, de profeet Mohammed, beledigd wordt?” Ellian: „De wet in Nederland beschermt geen profeten, maar burgers. Wie zich beledigd voelt, moet naar de rechter gaan.”

Dat is de imam te makkelijk. „De cartoons beelden Mohammed af met een bom op zijn hoofd, alsof de profeet een terrorist is. Leugens. De vrijheid van meningsuiting is geen recht om te liegen.” Ellian: „Al was Mohammed de meest fantastische man op de wereld, dan nog hebben anderen het recht dat hartgrondig te bestrijden.”

Fawaz Jneid houdt vast. „Mohammed werd door God gezonden om de mensen te behoeden voor het vuur. Er is een hel en een paradijs na dit leven. Als iemand dat niet gelooft, is dat zijn eigen probleem. Daar hebben wij niets over te zeggen. Maar mensen die de waarheid over Mohammed en de islam verdraaien, verdienen geen respect. Die zijn net als de man die in een brandend huis bewust de verkeerde uitgang wijst aan de mensen die willen vluchten.”

De Haagse imam komt terug op het meten met twee maten. „Je mag in Nederland niets beledigends zeggen over Joden en de Holocaust. Dat verbiedt de wet. Maar je mag wel Mohammed beledigen. Misschien hebben we over een paar jaar wel een wet die dat ook verbiedt.”

Ellian snijdt een ander thema aan. In een preek zou Fawaz Jneid moslimmannen hebben opgeroepen hun vrouw te slaan als zij een andere man in huis heeft toegelaten. „Vrouwen slaan is in strijd met de Nederlandse wet”, zegt de jurist streng. De imam schudt zijn hoofd. „Dit citaat heb ik te danken aan NOVA. Daar hebben ze zitten knippen en plakken in een interview met mij. In werkelijkheid heb ik de mannen juist tot de orde geroepen. Een echte moslim slaat zijn vrouw niet.”

De Iraanse jurist houdt zijn twijfels bij de antwoorden van de imam. Dat de islam voor vrijheid van meningsuiting zou zijn, wil er bij hem niet in. „Kijk naar Iran, waar de politieke islam de absolute macht heeft. Is daar vrijheid?” Voor de imam lijkt de zaak helder. Ellian gelóóft niet; dat is het probleem. „Als u zou geloven dat Mohammed de profeet is, dan zou u ook geloven dat hij de waarheid spreekt.” Fawaz Jneid legt in één adem atheïsten over de knie. „Zij zetten bewust een verkeerd beeld van de islam neer. Ze zaaien tweedracht en willen hun atheïsme opleggen aan anderen. Dat leidt tot gevaarlijke dingen.”

Na anderhalf uur staan de jurist en de imam nog net zo tegenover elkaar als aan het begin. De decaan van de Leidse rechtenfaculteit heeft een wijze raad voor ze. Hij citeert Psalm 1: „Gelukkig is de mens die niet neerzit in de kring van de spotters, maar zich dag en nacht verdiept in de wet.” „Misschien moeten we dat doen.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek