Wat heeft u, als boer, met water?
„Altijd heb ik onder de dreiging van het water geleefd. Ik ben geboren en getogen op wat vroeger een eiland was, de Hoeksche Waard. Toen ik vier jaar oud was, kwam de watersnoodramp. Ik hoor de wind nog fluiten. De messen lagen thuis op tafel om de koeien los te snijden als het water door de kieren zou sijpelen. Maar het water kwam als een bulldozer, er was geen houden meer aan. De koeien spoelden tegen de dijk.
Later ben ik jaren waarnemend dijkgraaf geweest en in die hoedanigheid was ik betrokken bij de uitvoering van het Deltaplan. Als lid van de commissie-Luteijn heb ik meegedacht over de noodoverloopgebieden. Daarnaast had ik als minister van Landbouw te maken met water.”
Welke opdracht heeft de staatssecretaris uw commissie gegeven?
„Wij moeten voor de komende eeuw inzicht geven in de te verwachten zeespiegelstijging en andere klimatologische en maatschappelijke ontwikkelingen die van belang zijn voor de Nederlandse kust. We moeten ook advies uitbrengen over een samenhangend beleid dat leidt tot een duurzame ontwikkeling van het kustgebied. Ook het rivierengebied nemen we mee, omdat de zeespiegelstijging invloed heeft op de waterafvoer door de grote rivieren.”
U moet inzicht geven in de situatie over vijftig tot honderd jaar. Kan dat wel?
„Voorspellen is moeilijk, in het bijzonder waar het de toekomst betreft, zegt een oud Chinees spreekwoord. We moeten met de beste kennis en inzichten van nu, plus de nodige creativiteit, vooruit durven kijken. Dat het in de toekomst anders kan uitpakken dan wij denken, is waar. We weten immers nooit wat er morgen gebeurt. Maar het is onze taak om uit de heersende wetenschappelijke inzichten een soort gemeenschappelijke noemer te destilleren om daar vervolgens onze voorstellen op te baseren.”
Aan welke oplossingen voor de zeespiegelstijging denkt u?
„We kunnen niet toe met alleen maar de dijken verhogen. Daarom moeten we denken aan heel andere oplossingen dan we gewend zijn, zonder staal en beton. We zullen met onconventionele, praktische voorstellen komen. Te denken valt aan eilanden en lagunes voor de kust, of een kunstmatig rif waarmee je ook energie kunt opwekken.”
Niet iedereen zit te wachten op dat soort plannen.
„Dat klopt. Er zullen altijd belangen worden geschaad. Eilanden voor de kust hebben bijvoorbeeld gevolgen voor de visgronden. Omdat onze voorstellen voor de lange termijn zijn, is er voldoende tijd om oplossingen voor de gedupeerden te bedenken.”
Wanneer moet uw rapport klaar zijn?
„De staatssecretaris heeft ons een jaar de tijd gegeven. Rond de zomer van volgend jaar moet het rapport af zijn. We zullen dan duidelijk de richting aangeven die wij denken dat het opgaat. Wellicht zullen we een aantal alternatieven voor de lange termijn uitwerken waaruit de politiek kan kiezen. Hoe praktischer het rapport, hoe meer politiek gewicht het heeft.”