Woensdagmorgen om 8.00 uur had hij zijn eerste afspraak in Den Haag. Daarna moest hij naar het hoofdkantoor van MKB-Nederland in Delft. Vervolgens naar Amsterdam en ’s middags naar zijn woonplaats Beetsterzwaag voor dit interview. Na het gesprek ging Hermans even een halfuurtje bij zijn vrouw langs, daarna stond een rit naar Nijmegen op het programma. Daar zou Hermans een commissie leiden die een onafhankelijk onderzoek doet naar de dramatische gevolgen van een hete wandeldag van de Nijmeegse Vierdaagse. ’s Avonds laat vertrok Hermans weer naar Den Haag, waar hij een appartement heeft. „Doordeweeks is het onmogelijk om elke dag vier uur vrij te maken voor het heen en weer te rijden van Beetsterzwaag naar de Randstad.”
Door alle drukte kan Hermans in zijn spaarzame vrije tijd extra genieten van de rust op het Friese platteland. Het liefst doet hij dat op de golfbaan van Landgoed Lauswolt aan de rand van Beetsterzwaag. ’s Morgens om 8.00 uur slaat hij dan zijn eerste balletje. „Het is hier ’s morgens vroeg doodstil. Er is nog niemand te zien en er hangt een nevel over het gras. Aan de overkant van het riviertje de Koningsdiep steken de ruggen van zwarte Friese paarden boven de mist uit. Schitterend.”
Op het gladgeschoren gras van de golfbaan laat Hermans zien hoe het golfen in zijn werk gaat. „De bal moet vanaf de afslagplaats (de tee) in zo min mogelijk slagen in het putje (de hole) worden gedirigeerd. Dat is nog niet zo makkelijk. In het begin sloeg ik het balletje regelmatig in de bosjes. Omdat je de bal moet slaan vanaf de plek waar hij neerkomt, moest ik de bal uit de struiken het veld op slaan. Gelukkig komt dat tegenwoordig bijna niet meer voor.”
Voor de golfbaan staat één van de vele, statige landhuizen van het adellijke dorpje Beetsterzwaag: Hotel Lauswolt. Hermans komt er vaak om te dineren of zomaar wat te drinken. Donderdagavond opent hij er een galerie voor noordelijke realisten: kunstenaars die zo natuurgetrouw schilderen.
Hermans heeft in de twaalf jaar dat hij in Beetsterzwaag woont een band opgebouwd met het adellijke dorpje. Hij liet er in 1994 als commissaris van de Koningin een huis bouwen. Ook toen hij vier jaar later minister van Onderwijs werd, bleef hij Friesland trouw. „Ik ben langzaam opgeschoven naar het noorden. Geboren in Heerlen, gewoond in Arnhem en Nijmegen en burgemeester geweest in Zwolle. Elke provincie heeft zo zijn eigen charmes, maar de rust en de ruimte van het Friese platteland ben ik erg gaan waarderen.”
Hoewel hij zichzelf geen Fries voelt, heeft hij wel bewondering voor de Friese bevolking. „Het is een hardwerkend en vriendelijk volk. ’s Morgens heel vroeg rijden er allerlei bussen met werkvolk richting Randstad, ’s avonds om 18.00 uur zijn ze weer terug.”
Hermans maakt zich zorgen over de arbeidsmarkt in Nederland. „Er is een groot tekort aan technische mensen. Jongeren volgen graag een management- of communicatieopleiding, maar Nederland heeft mensen nodig die het niet erg vinden om vieze handen te krijgen. Nu wordt dat werk nog wel gedaan door Oost-Europeanen, maar als zij over een paar jaar in hun eigen land genoeg kunnen verdienen, komen ze echt deze kant niet meer op. Dan hebben we dus een probleem.”
De oplossing ligt volgens Hermans vooral in het weer aan het werk helpen van „de 100.000 mensen die momenteel langs de kant staan.” Het huidige kabinet heeft volgens VVD’er al een stap in de goede richting gezet. Daarnaast vindt Hermans dat de technici meer positieve aandacht moeten krijgen. „We moeten meer kijken naar het product dat iemand maakt, dan naar zijn opleiding. Iemand die plezierjachten betimmert, wordt nu vaak een timmerman genoemd, maar het is een scheepsbouwer. Dat woord laat meer zien welk schitterend product zo’n man of vrouw maakt.”
De tijd is om. De drukbezette bestuurder moet nodig verder. Dochterlief rijdt de auto al voor.