Onder het voormalige station komt rond mei een betonnen versteviging, erin een metalen frame waaraan het gebouw 2 meter de lucht in wordt getild. Wielen eronder, hijsframe weghalen en rijden maar. Na 150 meter stoppen, wielen weghalen, het gebouw netjes afwerken - en weg is het uitzicht van overbuurman Van der Wielen. Desondanks blijft hij nostalgische herinneringen koesteren. „Een vriendje van me woonde in het stationsgebouw. Soms mochten we mee met voorbijkomende loc’s. Als we een andere trein passeerden was het bukken, want eigenlijk mocht dat meerijden niet.”
Al sinds 1935 dient het statige pand niet meer als station. Eerst was het een school, daarna woonden er enkele families in, onder wie die van Van der Wielens vriendje, nog later huisde er een onder meer een muziekschool. Nu woont links een tijdelijk huurder, de rechterkant dient als provisorisch kantoor van ProRail. Na verplaatsing en restauratie komt er een cateringproject van Philadelphia Zorg, met een appartementencomplex voor 33 bewoners ernaast. Op zolder neemt een archeologische werkgroep zijn intrek.
Nu nog ontsieren vochtplekken het plafond en bungelt het snoer van een hanglamp met kroonsteentje boven de tafel. Projectleider spoorverdubbeling van ProRail Peter Luitjens is juist aanwezig. Hij laat het grote aantal kamers in het pand zien. „Kennelijk hadden Houtense stationschefs kinderrijke families.”
„Zelf zouden we het gebouw niet hebben bewaard”, zegt hij. „Het is niet uniek. De bouw van een centraal deel met twee zijvleugels komt vaker voor.” Stichting Station op Wielen, die zich inzette voor het behoud van het station en nu het project coördineert, noemt het Houtense exemplaar wel bijzonder. Ook al was het stationsgebouw in 1868 onderdeel van een serie van zes identieke stationnetjes van de eenvoudigste variant, het is de enig overgeblevene. De bouw ervan wijkt bovendien af van het standaardmodel: de hoge, herenhuisachtige villa.
Ook is het pand een zichtbare herinnering aan de grootscheepse spoorwegaanleg in de negentiende eeuw, betoogt de stichting. Rond 1860 komt er in tien jaar tijd -in opdracht van koning Willem III- zo’n 900 kilometer spoor bij en verrijzen er bijna honderd stations. Met succes: al het eerste jaar doen bijna 15.000 reizigers Houten aan.
Veel van die oude stations hebben inmiddels hun functie verloren. Maar helemaal nutteloos worden ze niet. Hergebruik van in onbruik geraakte panden is de trend. Als woning, zoals de vroegere stations van Oosterbeek Laag en het Achterhoekse Laren. Of zelfs als bloemenboetiek, zoals in het Brabantse Bosschenhoofd. De inwendige mens komt aan zijn trekken in de voormalige stations van Sliedrecht en Lisse. Nog even, en Houten mag zich in dit laatste rijtje scharen.
„Dolgraag hier werken”
Cliënten van Philadelphia Zorg staan te springen om een plekje in het oude stationsgebouw van Houten. „Diverse mensen zeiden me al: Daar wil ik dolgraag werken.”
Broodjes smeren, het buffet klaarzetten, prullenbakken legen en lichte onderhoudswerkzaamheden, dat zal ongeveer de taak worden van de verstandelijk gehandicapte werknemers in Houten, aldus Joop van Rossum, manager werk en dagbesteding van Philadelphia Zorg Utrecht.
De broodjes zijn niet bedoeld voor de cliënten zelf, maar voor bezoekers: gasten van andere delen van het bijna 250 m2 tellende stationspand. De gemeente Houten vindt dat namelijk een prima plek om te verhuren voor lezingen, trainingen en culturele activiteiten.
Naar verwachting zijn in totaal zo’n tien man nodig voor de catering.