Met dat laatste heeft hij natuurlijk gelijk. Maar een oproep aan gemeenten om nieuwe trouwambtenaren te weren die vanwege hun geweten geen homohuwelijk willen sluiten, strijdt wel degelijk met de geest van het regeerakkoord. Daarin is immers de passage opgenomen dat zittende gewetensbezwaarde trouwambtenaren niet ontslagen mogen worden en dat, mochten zich op dit terrein problemen voordoen, het kabinet maatregelen zal nemen ter bescherming van die ambtenaren. De teneur is dus: christelijke ambtenaren mogen er zijn, mét hun gewetensbezwaren.
Dat Bos dan, geconfronteerd met kritiek uit de eigen achterban, van schrik de andere kant uitschiet, is -zacht uitgedrukt- niet chic. Een man een man, een woord een woord. Wie een regeerakkoord sluit, moet staan voor de gemaakte afspraken, ook als die zijn eigen publiek niet welgevallig zijn. Die moet het regeerakkoord naar de geest ervan interpreteren en er niet, met een beroep op de letterlijke tekst, een draai aan geven die er wezensvreemd aan is.
Voor Rouvoet kunnen de uitspraken van Bos een les zijn. Hij moet op zijn tellen passen. Blijkbaar kan het je als politicus zomaar overkomen dat een grote coalitiepartner, zij het onder zware druk van de eigen achterban en de altijd actieve homolobby, wegduikt voor een afspraak die voor jou van wezenlijke betekenis is.
Rest de vraag of Rouvoet de onrust die de achterliggende weken over dit thema ontstond, had kunnen voorkomen. Het antwoord luidt: nee. Een van de opties was geweest het hele punt in het regeerakkoord niet aan te roeren. Onder het motto: geen slapende honden wakker maken. In de praktijk zijn op dit punt nauwelijks problemen bekend, dus laten we niet onnodig tegenkrachten oproepen en laten we eventueel optredende problemen met stille diplomatie oplossen.
Maar het geheel verzwijgen van dit thema zou voor de ChristenUnieachterban, die op dit punt gerustgesteld wil worden, onbevredigend zijn geweest.
Een andere optie was geweest om zo scherp te onderhandelen dat in het regeerakkoord een juridisch spijkerharde tekst was opgenomen die garandeerde dat zittende en toekomstige trouwambtenaren nooit een strobreed in de weg gelegd zal worden. Maar dat is technisch haast onmogelijk, omdat de rijksoverheid het benoemingenbeleid van gemeenten nooit kan controleren. Bovendien zou de PvdA zo’n bepaling hoogstwaarschijnlijk niet hebben gepikt.
Vooralsnog lijkt de nu vastgelegde passage het hoogste haalbare. Aan Rouvoet de taak om te bewaken dat dit kabinet ook werkelijk handelt in de geest van wat is afgesproken. Hij zal Bos ervan moeten overtuigen en moeten blíjven overtuigen, dat het enige probleem dat er op dit terrein bestaat de onwil van de homolobby is om gewetensbezwaarde christenen enige ruimte te gunnen.
Dat homostellen in problemen zouden komen omdat er geen ambtenaar is die hen in het huwelijk wil verbinden, is je reinste kolder. Van zo’n situatie is geen enkel voorbeeld bekend. Wie een zogeheten homohuwelijk wil sluiten, vindt altijd een ambtenaar die dat doen wil.
Bos moet zich op dit punt vooral geen probleem laten aanpraten. Was het niet zijn partijgenoot Cohen die destijds als staatssecretaris van Justitie in de Tweede Kamer aangaf dat gewetensdwang niet wenselijk was en dat men er ten aanzien van de trouwambtenaren op gemeentelijke niveau altijd in goed overleg uit moest kunnen komen?
Wie religieuze minderheden onnodig gaat dwingen precies gelijk te denken en te leven als de meerderheid van de bevolking, ontkent de grote plaats die godsdienst in het leven van mensen heeft. Een plaats die niet beperkt kan worden tot strikt het privéleven. Dat te ontkennen is pas echt in strijd met de geest, de rode lijn, de essentie van het regeerakkoord.