Waarom zou Masfirdaus, met zijn Indonesische uiterlijk, überhaupt als landverrader worden getypeerd? De jonge sergeant haalt zijn schouders op. „Achter hun reactie gaat vooral veel onwetendheid schuil. Ze zien iemand die niet blank is maar die wél een uniform draagt dat voor westerse waarden staat. Dat valt niet goed.”
Onwetendheid of niet, in Engeland arresteerde de politie in 2007 terroristen die een lijst van Britse moslimmilitairen bij zich hadden die zij beschouwden als landverraders. Masfirdaus, fel: „Het rare is dat die figuren kennelijk medemoslims mogen omleggen die de regels uit de Koran iets anders interpreteren. Maar diezelfde Koran verbiedt het doden van geloofsgenoten. Terroristen geven een eigen draai aan de Koran om hun acties te rechtvaardigen.”
Hetzelfde geldt volgens de Rotterdamse militair –al twee keer op missie in Uruzgan geweest– voor de opstandelingen in Afghanistan. „Ze keren zich tegen westerse mogendheden, maar ze hebben er blijkbaar geen moeite mee geloofsgenoten in datzelfde land te vermoorden om hun doelen te bereiken.”
Westerse moslim
Het opstootje dat Masfirdaus in Rotterdam had met Marokkaanse geloofsgenoten tekent dat een baan in het leger in elk geval niet voor iedere moslim vanzelfsprekend is. En de bijdrage die Nederland op dit moment levert in het islamitische Afghanistan, vermindert die gevoelens niet echt.
Masfirdaus herkent zulke vijandige gevoelens ten opzichte van het Westen op geen enkele manier. Toegegeven, de sergeant is dan ook geen moslim van de meest orthodoxe soort. Hij typeert zichzelf als „westerse moslim.” „Ik ga wat vrijer om met de voorschiften uit de Koran. Zo ben ik ook opgevoed. Pas vanaf een jaar of zeven ging ik mee naar de moskee. Bovendien ga ik lang niet elke vrijdag. Mijn ouders –een Indonesische vader en Surinaamse moeder– hebben me daarin altijd vrijgelaten.”
Vijf keer per dag bidden doet Masfirdaus niet. „Ook de drie moslims uit mijn groep heb ik dat nog nooit zien doen. Dat is ook geen enkel probleem, want binnen de islam geldt dat de gebeden best ’s avonds mogen worden ingehaald als het overdag niet is gelukt.”
Masfirdaus hangt in het leger niet aan de grote klok dat hij moslim is. Afgezien van zijn ondergeschikten weet niemand het. „De cultuur binnen de krijgsmacht is er ook niet naar om je levensovertuiging voortdurend nadrukkelijk onder de aandacht te brengen.”
Toch zijn alle religies in het leger welkom, benadrukt de sergeant. Zo houden de militairen in de eetzaal op Kamp Holland in Uruzgan voor het eten een moment stilte in acht als bekend is dat iemand de maaltijd graag met gebed wil beginnen. En wil een militair meedoen met de ramadan, dan wordt hem geen strobreed in de weg gelegd. „Ik deed er zelf niet aan mee, maar collega’s wel. Zij werden juist vanwege hun verminderde lichamelijke conditie ontzien bij bepaalde taken.”
Loyaliteitsconflict
Moslimmilitairen die op missie gaan naar Afghanistan, hebben volgens Masfirdaus een grote meerwaarde. „Mensen in het gebied gingen tijdens mijn verblijf daar anders met me om. Hoe ze wisten dat ik moslim ben? Dat zagen ze automatisch aan me. Aan hoe ik eruitzie, aan hoe ik me gedroeg. Ik groette hen bijvoorbeeld op de islamitische manier. Dat brak het ijs.”
Als verbindingsman kwam Masfirdaus, afgezien van de paar keer dat hij als schutter op een Bushmasterpantservoertuig meereed, niet vaak buiten de poort. „Maar op het kamp ontmoette ik regelmatig lokale Afghanen die de wasserette draaiende hielden. Bovendien had ik prettige contacten met onze tolken die vanuit Nederland met ons naar Uruzgan reisden. Ik zag ze bij het vertrek vanaf Vliegbasis Eindhoven al staan, behoorlijk onzeker. Het blijven toch burgers die zijn gemilitariseerd. Ik merkte dat mijn geloof voor hen een geweldig aanknopingspunt was. Doordat er nog een moslim in het leger was, werd het een stuk makkelijker voor hen.”
Uit onderzoek blijkt dat de plaatselijke bevolking een enkele keer probeert iets te ritselen via tussenkomst van een moslimmilitair. Masfirdaus heeft het niet meegemaakt, laat staan dat het hem een loyaliteitsconflict bezorgde: ben ik nu militair of moslim? „Het is heel simpel. Samen met collega’s breng ik vrede en veiligheid in een land als Afghanistan. Als lokale Afghanen naar me toe komen, ga ik hen echt niet voortrekken omdat we allebei moslim zijn. Wij zijn er voor de hele bevolking. Niet alleen ik als moslim, maar ook mijn christelijke, joodse of humanistische collega’s. We dienen als militair allemaal hetzelfde doel.”
Kan Masfirdaus zich voorstellen dat een meer orthodoxe moslim dat conflict soms wel ervaart? „Jawel. Maar ook dan ga ik ervan uit dat hij zijn loyaliteit bij de groep legt; dat hij zijn eigen mensen niet in gevaar brengt.”
Islamitische begrafenis
Een maand geleden sneuvelde de 20-jarige soldaat eerste klasse Azdin Chadli, die net als Masfirdaus een islamitische vader heeft. Chadli, die zichzelf geen moslim noemde, had aangegeven geen islamitische begrafenis te willen. Hoezeer defensie ook probeert aan religieuze wensen tegemoet te komen, het was sowieso onmogelijk geweest.
Logisch, meent Masfirdaus. „Het islamitische voorschrift dat iemand na zijn dood binnen een etmaal moet zijn begraven, stelt de leiding al direct voor een onmogelijkheid. Als iemand in Afghanistan sneuvelt, is het door eventuele sectie op het lichaam en een afscheidsceremonie op het kamp onmogelijk om het lichaam binnen 24 uur in Nederland te laten arriveren.”
Zowel Masfirdaus als zijn familie hangt niet aan de rituele islamitische gebruiken rond de dood. „Als ik zou sneuvelen, zou ik slechts met militaire eer begraven willen worden. Dat staat ook te lezen in mijn zogeheten nabestaandenboekje, dat alle militairen invullen voordat ze op missie gaan.” De sergeant lacht. „Nu ja, boekje. Eigenlijk is het nog een hele pil die je moet doorwerken. Als ik onverwachts sneuvel, weten ze bij defensie echt alles van me.”
Legerimam
Mocht de militair in geestelijke nood komen, dan kan hij binnenkort terecht bij een heuse legerimam. De benoeming van de eerste twee islamitische geestelijk verzorgers kwam vorige maand rond. Voor een van hen, Ali Eddaoudi, hing de benoeming aan een zijden draadje. Eddaoudi liet zich in het verleden onder meer bijzonder kritisch uit over de missie in Afghanistan.
Kan zo iemand eigenlijk wel de belangen van Masfirdaus behartigen, die immers zonder enige terughoudendheid in Afghanistan werkte? „Het is jammer dat Eddaoudi verkeerd is begonnen”, zegt de Rotterdamse sergeant. „Gelukkig heeft hij afstand genomen van zijn harde kritiek. Ik heb er geen moeite mee dat juist hij geestelijk verzorger is geworden.”
Masfirdaus sluit zelfs niet uit dat hij gebruik zou maken van de diensten van een legerimam. „Het zou mij helpen om er actiever voor uit te komen dat ik moslim ben. Niet dat ik me daarvoor schaam, maar ik ben wel zo ongeveer de enige in mijn onderdeel. In de tien jaar dat ik bij defensie zit, heb ik in totaal maar drie andere moslims leren kennen.”
Landverrader ben je voor sommigen al snel
Het is voor sommige –meestal jonge– allochtonen een geliefde bezigheid: een geïntegreerde moslim uitmaken voor landverrader. Welk land deze precies verraadt is niet altijd duidelijk, maar voor hen is het zonneklaar dat een moslim niets met de Nederlandse staat te maken moet willen hebben.
Je land verraden kan blijkbaar op verschillende manieren. Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam kan daarover meepraten. Toen hij begin januari eerste burger van de Maasstad werd, is hij door Marokkaanse geloofsgenoten diverse malen uitgemaakt voor landverrader. Hij zou zijn afkomst als Marokkaan willens en wetens verloochenen door de post van burgemeester in een westers land te ambiëren.
Maar toen Aboutaleb op vakantie in Marokko onverwachts een onderscheiding kreeg van de koning van dat land, bleek hij óók een landverrader. De beschuldigers waren toen van onverdacht Hollandse afkomst en het lafhartig verraden land was in dit geval niet Marokko, maar Nederland. Aboutaleb had radicaler moeten breken met zijn land van herkomst, vonden zij.
Spagaat
Het tekent de lastige positie van geïntegreerde allochtone moslims op hoge maatschappelijke posten. Voor het leger geldt dat minder, omdat er van de naar schatting 2000 moslims in de Nederlandse krijgsmacht voor zover bekend nog geen enkele is doorgestoten naar een hoge rang. Wel kunnen zij een spagaat ervaren als ze worden uitgezonden naar islamitische landen, zoals momenteel naar Uruzgan.
Volgens dr. Femke Bosman, die vorig jaar aan de Universiteit van Tilburg promoveerde op de culturele diversiteit bij defensie, houden sommige militairen hun moslimachtergrond bewust verborgen omdat ze anders het slachtoffer zijn van grapjes en stereotiepe opmerkingen. „Zij die hier niet mee om konden gaan, hebben de organisatie inmiddels verlaten”, signaleert Bosman in haar proefschrift. „Zij die hier (goed) mee om kunnen gaan, lijken uiteenlopende strategieën te hanteren, variërend van relativeren en accepteren, tot hard optreden en van je af bijten. Er is sprake van een (zelf)selectieproces, resulterend in de zogenaamde survivors die in de organisatie blijven.”
Maskeren
Nederlandse defensiemedewerkers neigen naar negatieve houdingen ten opzichte van multiculturalisme in het leger, concludeert Bosman. „Vergeleken met vijf jaar eerder blijkt dat deze houdingen voornamelijk negatiever zijn geworden.”
Er zijn echter geen aanwijzingen dat moslimmilitairen door hun collega’s minder betrouwbaar worden gevonden als ze op missie zijn in een islamitisch land. De meeste ervaringen zijn juist positief, vooral doordat moslimmilitairen veel meer ingang hebben bij de plaatselijke bevolking. Bosman: „Er was echter ook sprake van ontmoetingen waarin druk werd uitgeoefend door de lokale bevolking. Daarnaast waren er ontmoetingen waarbij de moslimmilitairen het gevoel hadden hun etnische identiteit te moeten maskeren. In een enkel geval heeft er een vijandige ontmoeting plaatsgehad.”