Greet Hofmans was een gebedsgenezeres die door prins Bernhard naar het paleis was gehaald in de hoop dat zij iets kon doen tegen de oogziekte van prinses Marijke (nu: Christina). Dit initiatief liep echter geheel uit de hand toen koningin Juliana in de ban raakte van Hofmans. Het hof was verdeeld in een Bernhardkamp en een Julianakamp en een constitutionele crisis dreigde.
Uit het boek van Daalder blijkt dat het premierschap van Drees in hoge mate werd bepaald door de huwelijkscrisis van Juliana en Bernhard en door spanningen tussen koningin en kabinet. De auteur weet aannemelijk te maken dat juist de terughoudendheid van Drees in de zaak-Hofmans ervoor zorgde dat een onbeheersbare escalatie uitbleef.
Drees kreeg van politieke tegenstanders soms het verwijt dat hij in deze zaak te angstig was en de koppige Juliana harder moest aanpakken. Volgens Daalder is het juist de voorzichtigheid van Drees geweest die de Nederlandse monarchie gered heeft.
De historicus laat zien dat de affaire-Greet Hofmans langer heeft geduurd dan tot nu toe werd aangenomen. Het hoogtepunt was in 1956, toen de gebedsgenezeres gedwongen werd te breken met de vorstin, maar de aanloop ernaartoe vond al plaats in 1951 en 1952, toen pacifistisch getinte redevoeringen van Juliana de ergernis van Bernhard en het kabinet opwekten. Ook de weigering van de koningin om het doodsvonnis van oorlogsmisdadiger Lages te tekenen, zette bij deze partijen kwaad bloed.
Voor de stelling dat Bernhard in de jaren vijftig Juliana uit haar functie ontzet wilde zien ten faveure van Beatrix, heeft Daalder geen bewijs gevonden.