In een Arnhemse rechtszaal is duidelijk te merken dat onderhoudsschilder Rinaldo G. –witte pet, wit T-shirt, werkkleding– zich verre van gemakkelijk voelt.
Niet eerder verscheen de jongeman voor de rechter. Wie welke functie vervult achter de tafel, is de jongeman niet meteen duidelijk. „Ik zie er eentje typen”, weifelt hij, wijzend naar de griffier.
Rinaldo staat terecht voor mishandeling van zijn moeder in november 2008.
De jongeman zit die bewuste dag niet lekker in zijn vel, in verband met onenigheid met zijn ex-vriendin. Hij is moe en drinkt vijf blikjes bier. Nuttigt Rinaldo naar eigen zeggen al jarenlang alcoholvrij bier, ditmaal slaat hij echt bier achterover. Van zichzelf weet hij dat hij niet goed met drank kan omgaan. Op bed slaapt hij zijn roes uit.
Zijn moeder en zijn huidige vriendin nemen poolshoogte bij de woning van Rinaldo. Ze vertrouwen de zaak niet helemaal. Als de jongeman taal noch teken laat horen, slaan ze een raampje in. Op die manier bereiken ze zijn bed.
Dan gaat het jammerlijk mis. Rinaldo is niet gediend van het onverwachte bezoek van de twee vrouwen en ergert zich aan het „kabaal.” Vooral het gedrag van zijn moeder zit hem dwars. Naar zijn zeggen is ze onder invloed van drank. En een paar weken eerder stond de vrouw, ook al dronken „met een mes voor de deur.” „Het was dus al de tweede keer dat ze met hoge poten naar me toekwam.”
Rinaldo „zet een knop om” en gaat zijn moeder te lijf. Hij slaat haar op het hoofd. Meerdere keren, zal het slachtoffer later verklaren. De moeder doet aanvankelijk aangifte tegen haar zoon, maar trekt die later weer in.
Ook voor zijn moeder is drank funest, zegt Rinaldo. „Ze is niet meteen een alcoholiste die de hele dag door drinkt. Maar wel is het zo dat ze niet kan stoppen als er eenmaal een fles staat. Dan moet-ie op.”
Rinaldo verwijt zichzelf dat hij kort voor de confrontatie alcohol is gaan drinken. „Ik leefde in een heel moeilijke tijd. Ik dacht: Laat ik wat bier kopen. Een domme actie. Alcohol maakt me moe en opstandig.”
In 2003 werd de jongeman al eens aangehouden voor dronken rijden, houdt politierechter mr. W. Bruins hem tijdens de zitting begin april van dit jaar voor.
„Dronken is een groot woord”, protesteert Rinaldo. „Er zat iets te veel alcohol in mijn bloed.”
„Het is een algemene uitdrukking die in de Wegenverkeerswet staat”, verduidelijkt de rechter.
„Dat boek ken ik niet”, reageert Rinaldo.
Het geweld tegen zijn bloedeigen moeder zit de schilder niet lekker. De relatie met zijn moeder is „nu gelukkig goed.”
Om zijn driftbuien de baas te worden, is Rinaldo uit eigen beweging in therapie gegaan. „Ik vind dat ik niet goed reageer in bepaalde situaties. Ik leer tijdens de therapie hoe ik ermee om moet gaan als mijn ex-vriendin mij het bloed van onder de nagels haalt.”
De rechter houdt de man voor dat de reclassering zich wat zorgen maakt over Rinaldo’s gedrag. Hij kan, zeker tegenover zijn ex-vriendin, tamelijk onbehouwen uit de hoek komen en bagatelliseert zijn eigen foute gedrag.
„Bagatelliseert? Kunt u dat wat makkelijker zeggen?”
„U neemt de zaak een beetje te makkelijk op”, antwoordt de rechter.
Daar is Rinaldo het niet mee eens. „Het spijt me dat ik mijn moeder heb geslagen. Maar ik ben niet zo’n type dat dan nu gaat zitten janken.”
Officier van justitie mr. J. M. Graat eist 500 euro boete, waarvan 250 euro voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. In die tijd, vindt de aanklager, moet hij contact houden met de reclassering.
De officier van justitie laakt het gewelddadige optreden van Rinaldo. „Zo hoor je niet te reageren. Uw moeder zal niet zo sterk zijn als u.”
Wel noemt de aanklager het „lovenswaardig” dat de man op zijn eigen initiatief wat wil doen aan zijn agressieve buien. De rechter vonnist overeenkomstig de eis.