Volgens Jochemsen realiseert het kabinet zich dat het afschaffen van de ethische wet- en regelgeving geen eind maakt aan de problemen die de vraag naar euthanasie en abortus in de hand werken. „Het doel is patiënten die erom vragen zo goed mogelijk te begeleiden en te helpen. Vandaar mijn verbazing. Het doden van mensen kan toch nooit een oplossing zijn?”
Met zijn opmerking reageerde Jochemsen op de vraag wat hem aansprak in het regeerakkoord. Hoogleraar medische ethiek E. van Leeuwen van de Radboud Universiteit Nijmegen liet een ander geluid horen. „Veel stemmers op de ChristenUnie lieten zich alleen door de sociale issues uit de stemwijzer leiden. Haar streven om euthanasie en abortus af te schaffen werd over het hoofd gezien en heeft nu onevenredig veel steun.”
De Nijmeegse gynaecoloog J. Kremer zei geen slapeloze nachten te hebben van het feit dat er de komende jaren geen embryo’s mogen worden gekweekt voor louter wetenschappelijke doeleinden. Hij debatteerde met Jochemsen over het kabinetsbeleid inzake embryonaal stamcelonderzoek.
„Ik lig alleen wakker omdat het moratorium waarin dit verbod is vastgelegd, komend najaar de status dreigt te krijgen van een wet. Bij een wetenschappelijke doorbraak kan de belangenafweging tussen het beginnende leven van een embryo en het leven van een patiënt met bijvoorbeeld Parkinson opeens anders komen te liggen. De wetenschap moet daar snel op kunnen reageren en een wet kan daarbij een belemmering zijn.”
Spijtig is volgens Kremer dat het regeerakkoord de mogelijkheden tot genetisch onderzoek bij embryo’s ter verbetering van ivf-behandelingen beperkt. Jochemsen: „Die keus is uit ethisch oogpunt juist goed te verdedigen. Als de uitkomsten van het genetisch onderzoek bepalen welke embryo’s er wel of niet in de baarmoeder worden geplaatst, voer je op het ongeboren leven een kwaliteitstoets uit.”
Dat de ChristenUnie het genetisch onderzoek en het belang daarvan voor vrouwen zou duperen, noemde Jochemsen geen doorslaggevend tegenargument. „Bij onvruchtbaarheid heeft een vrouw meer mogelijkheden dan een ivf-behandeling. Het is geen kwestie van alles of niets.”
R. Jonquière, directeur van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE), debatteerde met hoogleraar palliatieve zorg K. Vissers over het euthanasiebeleid van het kabinet. „Door de nadruk op palliatieve zorg spreekt uit het regeerakkoord een verkeerde ondertoon, namelijk ”euthanasie is verkeerd””, aldus Jonquière.
„Ik vrees dat de wettelijke mogelijkheden die er zijn om bijvoorbeeld euthanasie te verrichten bij een beginnende dementie daardoor beperkt zullen blijven. Een ander gevolg kan zijn dat de meldingsbereidheid van artsen daalt.”
Dat Vissers opmerkte euthanasie te beschouwen als „een legale uitstapregeling die we ook in de palliatieve zorg soms nodig hebben”, stelde Jonquìere niet gerust. „U benadrukt wel erg sterk dat de arts eerst een lijst aan behandelalternatieven moet doorlopen. Dat is niet in het belang van patiënten die in het volle bewustzijn zeggen: Voor mij hoeft het niet meer.”
Hoogleraar Van Leeuwen zei in discussie met VBOK-woordvoerster G. Lageman niet in te zien waarom het kabinet de drijfveren van vrouwen die om een abortus vragen anoniem wil registreren. „Het Nederlandse abortusbeleid is zorgvuldig, de abortuscijfers zijn wereldwijd gezien laag en de inspectie publiceert jaarlijks een uitvoerig rapport.”
Hij erkende dat het in 2005 verschenen evaluatierapport over de Nederlandse abortuspraktijk een aantal aanknopingspunten biedt ter „verfijning” van de praktijk. „Maar de uitwerking daarvan is aan het veld, niet aan de politiek.”
Alleen al om de kwaliteit van de hulpverlening te verbeteren, is het registreren van drijfveren profijtelijk, reageerde Lageman. De conclusie dat het criterium noodsituatie overeenkomstig de bedoeling van de wet wordt toegepast, noemde zij nietszeggend „zolang dit begrip niet concreet wordt gedefinieerd.”
Net als Jochemsen nam ook Lageman het op voor de ChristenUnie. „De partij wil abortus niet verdringen, maar terugdringen. Daarvoor komt steeds meer steun.”