Het ramptoestel is gecrasht tijdens de landing, op ruime afstand van de Polderbaan op Schiphol. Het wrak ligt op pakweg 50 meter van twee boerderijen. De snuit in het zand. De vliegtuighuid is gescheurd, opgefrommeld door het geweld van de voortijdige landing.
De voorste breuk van de romp bevindt zich op twaalf, dertien meter van de cockpit. Aan de achterkant, net voor het staartstuk gaapt een groot gat. Wie zich de inzittenden tijdens de laatste minuten van de rampvlucht probeert in te leven, durft even niet verder te denken.
Hulpverleners zwermen om het gecrashte toestel. De vluchtdeuren van het toestel staan open. Een motor ligt iets verderop in het weiland. Wonder boven wonder is er geen brand uitgebroken. De brandweer houdt de situatie echter scherp in de gaten.
Ambulances rijden met gillende sirenes richting ziekenhuizen in de buurt. Motoragenten escorteren het vervoer van de gewonden in de ambulances.
Op een dijkje bij de ramplocatie staat een lange stoet ambulances paraat. Twintig, dertig. In een zijweg staan er twintig te wachten. De autoriteiten zetten massaal materiaal in. Twee traumahelis zijn vlak naast het toestel geland. Even later verschijnt er nog een derde traumaheli. Korte tijd later stijgt deze weer op.
De hulpverlening wordt bemoeilijk door het versgeploegde aarde van het weiland. Twee boeren zijn met sterke tractoren en platte aanhangers in de weer rond het wrak. Een rupsvoertuig van Schiphol voert met zwaailichten lading op een platte aanhanger af. Onduidelijk is wat er precies wordt vervoerd.
De situatie op de weg is chaotisch. De politie sluit aanvankelijk de A9 hermetisch af. Later gaat één rijstrook weer open. Rond Schiphol ontstaan lange files.
De onvermijdelijke ramptoeristen proberen een glimp op te vangen van de ramplocatie. De politie houdt nieuwsgierigen op geruime afstand.