Niettemin is volgens Van Klinken de indirecte invloed „ingrijpend.” „Die indirecte invloed zie je vooral terug in het mensbeeld. Darwin heeft de mens van zijn uniciteit beroofd, hij heeft het pronkjuweel van de schepping vernederd tot materie. Vanouds kende de pedagogiek het wezenlijke onderscheid tussen mens en dier. Hoe divers het mensbeeld ook was, of het nu humanistisch of liberaal of christelijk was, dát onderscheid bleef bestaan. Met Darwin is het gradueel geworden. Daardoor is ook de grens tussen opvoeden en dresseren vloeiend geworden.”
Volgens Van Klinken is opvoeding in darwinistische zin „humaniseren.” „Van het wezentje dat eigenlijk een dier is, probeer je weer een mens te maken. Dat is natuurlijk wezenlijk iets anders dan dat je een mens opvoedt. Dit mensbeeld van Darwin is in alle pedagogische stromingen gelijk aanwezig. Bavinck heeft er in zijn ”Paedagogische Beginselen” al op gewezen dat Darwin het begrip zonde niet kent.”
De Veenendaalse pedagoog vindt overigens dat je niet alle evolutionistische opvattingen van nu op rekening van Darwin kunt zetten. „Hij was wel een kind van zijn tijd. In het boek ”Koude rillingen over de rug van Charles Darwin” van J. H. van den Berg kun je goed zien dat het gedachtegoed van Darwin in de negentiende eeuw in de lucht zat. Wel is Darwin een belangrijke versneller geweest. Na hem werden de uitkomsten van experimenten met dieren ook geldend voor de mens. Een beroemd voorbeeld is de hond van Pavlov, de hond die ging kwijlen bij het branden van een lampje. Uitkomsten van dit soort experimenten met dieren werden ook gegeneraliseerd naar de mens, want het wezenlijke onderscheid tussen mens en dier is weggevallen. De mens is conditioneerbaar.”
Van Klinken komt wel eens directe verwijzingen naar het darwinisme tegen in lesmethoden voor aardrijkskunde en biologie. „Het is echter niet zo dat het evolutionisme uitgebreid aan de orde komt. Dus schokkend is het allemaal niet. Zelfs kinderen signaleren het direct als er bijvoorbeeld miljoenen jaren staat, en roepen dan: Hé, meester, dat klopt niet.”
Van Klinken komt met een advies: „Tussen 1970 en 1980 heeft de KLS ”In den beginne’’ uitgegeven, een lessenserie over de evolutie, geschreven door N. Verdouw en W. Oudijn. Daarin komen vragen aan de orde als: Heeft een dinosaurus echt geleefd? Hoe zit het met de ijstijd? Het zou goed als het in overleg met auteur en uitgever in het Darwinjaar tot een heruitgave kan komen.”