Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

CGB publiceert advies aan Plasterk

UTRECHT – De Commissie Gelijke Behandeling (CGB) maakte woensdag het aan minister Plasterk uitgebrachte advies over gelijke behandeling in het onderwijs openbaar. Dit advies vormde de basis voor de brief die de minister eerder deze week aan alle scholen verstuurde. „Het advies geeft geen pasklare antwoorden voor de onderwijspraktijk.”
In het advies van de CGB is er aandacht voor het spanningsveld tussen het onderschrijven van de grondslag van een school voor bijzonder onderwijs en de wettelijke bescherming van onder andere seksuele gerichtheid. „Of het onderschrijven van de grondslag met deze bescherming strijdig is, kan de commissie alleen beoordelen aan de hand van concrete feiten.”

De commissie maakt duidelijk dat in het geval grondrechten botsen het uitgangspunt is dat grondrechten geen rangorde kennen. „Het is dus niet zo dat het discriminatieverbod in alle gevallen vóór gaat op de vrijheid van godsdienst. Zo is de vrijheid van instellingen van bijzonder onderwijs om eisen te stellen aan werknemers en leerlingen die, gelet op het doel van de instellingen, nodig zijn om de grondslag te verwezenlijken, onder bepaalde voorwaarden uitgezonderd van het verbod van onderscheid. Daarbij dienen we te beseffen dat de vrijheid van godsdienst geen absoluut recht is.”

Wel laat de commissie bij de weging van rechten en belangen in het geval van botsen grondrechten en gelijkheidsaanspraken het voorkomen van uitsluiting zwaar wegen. „Hoe een weging bij de beoordeling van een verzoek uitvalt, hangt voor een groot deel af van de omstandigheden van het geval.”

Hoewel de positie van de homoseksuele leraar in het christelijk onderwijs veelvuldig aan de orde is geweest, geeft de CGB aan dat slechts een tweetal oordelen hierover is gegeven.

Het vroegere bestuur van de protestants-christelijke school De Rank in Westzaan handelde in 1999 in strijd met de wet door een homo te weigeren als sollicitant vanwege het enkele feit dat hij homoseksueel was.

In 2007 tikte de commissie de evangelische scholengemeenschap de Passie in Amsterdam op de vingers omdat in een scholengids stond dat homoseksualiteit niet strookt met de uitgangspunten van de school.

Het op voorhand in twijfel trekken van de geschiktheid van een medewerker vanwege het enkele feit van zijn openlijke homoseksuele gerichtheid is in strijd met de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB).

Het als school opnemen in de grondslag dat opvattingen over relaties en huwelijk zijn gebaseerd op de Bijbel en dat daarom ongehuwd samenwonen of het hebben van een homoseksuele relatie niet passen binnen de opvattingen van de school is volgens de CGB –in lijn met de brief van Plasterk– wettelijk niet toegestaan: de onderwijs­instelling maakt dan een verboden onderscheid op grond van burgerlijke staat en homoseksuele gerichtheid. „Deze eis leidt tot onderscheid op grond van het enkele feit van burgerlijke staat en homoseksuele gerichtheid. Hierbij is immers puur de homoseksuele gerichtheid of de burgerlijke staat in geding.”

De CGB erkent wél –wat Plasterk niet schreef– dat er bijkomende omstandigheden kunnen zijn, waardoor er geen sprake is van onderscheid op grond van het enkele feit. „Deze bijkomende omstandigheden hebben betrekking op gedragingen die afbreuk doen aan het functioneren van de leerkracht op een bepaalde school met een bepaalde opvatting.”

De commissie heeft nog geen oordeel gegeven over de vraag wat er exact onder bijkomende omstandigheden moet worden verstaan. „De commissie kan dan ook geen algemene richtlijn geven over wanneer precies sprake is van bijkomende omstandigheden. Ook tijdens de parlementaire behandeling van deze bepaling is niet concreet gemaakt waar nu precies de grens ligt en in welke gevallen een grens moet worden getrokken. De belangrijkste richtlijn die kan worden gegeven is dat in geval van bijkomende omstandigheden het gaat om het functioneren van de medewerker dat te zeer indruist tegen de grondslag van de school.”

De commissie herhaalt in haar advies het pleidooi om de AWGB te herformuleren in het licht van de spanning die er volgens Eurocommissaris Spidla bestaat tussen de Europese richtlijn over gelijke behandeling en de Nederlandse wet. De AWGB zou te veel ruimte geven om bijkomende feiten en omstandigheden aan te dragen, waardoor het maken van onderscheid op grond van homoseksualiteit kan worden gerechtvaardigd.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek