Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

„Bezwaren tegen homohuwelijk zijn bekend”

UTRECHT - De Commissie Gelijke Behandeling (CGB) buigt zich donderdag over de vraag of een gemeente een sollicitant mag afwijzen voor de functie van trouwambtenaar als die gewetensbezwaren heeft tegen het trouwen van homostellen. De zaak is niet uniek, maar de uitspraak staat nog lang niet vast.
Bijna zes jaar geleden oordeelde de commissie dat de gemeente Leeuwarden in strijd had gehandeld met de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB). De Friese hoofdstad stuurde trouwambtenaar Nynke Eringa naar huis, nadat ze duidelijk had gemaakt niet een huwelijk te willen sluiten tussen paren van hetzelfde geslacht.

Eringa stapte met succes naar de CGB. Die was van oordeel dat de ontslagen trouwambtenaar op grond van haar geloofsovertuiging bescherming van de AWGB genoot. „Ons uitgangspunt ligt op één lijn met de zienswijze van de wetgever, nu tijdens het wetgevingsproces duidelijk naar voren is gekomen dat er gewetensbezwaren van godsdienstige aard kunnen optreden en dat deze gerespecteerd dienen te worden”, schreef de commissie in de uitspraak. „Het is een feit van algemene bekendheid dat binnen orthodox-christelijke kringen principiële bezwaren bestaan tegen het afsluiten van bedoelde huwelijken.” Ook ging de commissie in op de eis van de gemeente dat trouwambtenaren zonder uitzondering de wet moeten uitvoeren: „Deze is weliswaar legitiem, maar niet zwaarwegend genoeg, gelet op de aanwezigheid van meerdere trouwambtenaren en het geringe aantal huwelijken tussen personen van gelijk geslacht.”

Ging het oordeel in de zaak-Eringa nog over een ’zittende’ trouwambtenaar, in dezelfde tijd gaf de CGB ook de gemeente Hattem een tik op de vingers over een min of meer afgewezen ’nieuwe’ trouwambtenaar. Daarbij gebruikte de commissie dezelfde argumenten als in de zaak-Eringa.

Onder vuur
De twee oordelen zijn helder. Maar ze liggen niet voor eens en altijd vast. De achterliggende jaren lagen deze uitspraken regelmatig onder vuur. Uiteraard werden ze scherp bekritiseerd door de homobeweging. Het COC wil niet dat er ook maar één trouwambtenaar in Nederland is die ruimte krijgt om bepaalde huwelijken te weigeren.

Maar ook voorzitter mr. A. G. Castermans van de CGB waarschuwde in 2004 in deze krant er nog voor dat de commissie op een gegeven moment anders kan gaan oordelen over eenzelfde zaak: „Er zijn open normen in het geding en die moet je als commissie invullen.”

Dat bleek vorig jaar duidelijk toen er commotie ontstond rond gewetensbezwaarde trouwambtenaren naar aanleiding van een opmerking daarover in het nieuwe regeerakkoord. Castermans zei toen in de Burgemeester Daleslezing dat gemeenten strenger mochten zijn voor gewetensbezwaarde trouwambtenaren.

Ondervoorzitter prof. mr. A. C. Hendriks deed daarna ook een duit in het zakje door in het Nederlands Juristen Blad te stellen dat christelijke ambtenaren alle huwelijken moeten voltrekken. „Met een beroep op de godsdienstvrijheid kunnen trouwambtenaren zich niet onttrekken aan de verplichting huwelijken te voltrekken zonder onderscheid naar seksuele voorkeur. Deze plicht geldt voor alle ambtenaren, ook voor christenen.”

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) concludeerde dan ook in mei vorig jaar dat een koerswijziging van de CGB denkbaar is. „Deze koerswijziging impliceert dat de CGB ruimte ziet voor gemeenten meer eisen te stellen aan de gewetensbezwaarde trouwambtenaar.” Zelf zet de VNG in op een pragmatische oplossing voor gewetensbezwaarden.

Op een congres in Utrecht over het gelijkheidsbeginsel kreeg de CGB in maart vorig jaar ook van diverse rechtsgeleerden de wind van voren over de uitspraak in de zaak-Eringa: het zou een hellend vlak zijn. Daartegenover staat een symposium in Amsterdam, waar onder andere dr. A. Schinkel, prof. mr. A. Soeteman en prof. mr. drs. B. P. Vermeulen het opnamen voor gewetensbezwaarden.

Het is de vraag of de afgewezen sollicitant er morgen in slaagt de commissie te overtuigen dat er genoeg redenen zijn om ruimte te blijven geven aan gewetensbezwaarde trouwambtenaren. Gezien de discussie over de uitspraak in de zaak-Eringa, het huidige maatschappelijke klimaat in Nederland en Europa rond homoseksualiteit -waarbij sterke kritiek is op het achterstellen van homo’s- én het gegeven dat het politieke draagvlak voor de CGB niet optimaal is vanwege de omstreden oordelen over moslims die weigeren mensen van het andere geslacht een hand te geven, staat het antwoord van de commissie niet op voorhand vast.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek