Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Betonnen kolos in het bos

  
 1 van 2  

 

SCHAARSBERGEN – Twee bommen waren niet in staat om de grootste Duitse bunker in Nederland op te blazen. Nu maakt het Nationaal Archief dankbaar gebruik van de kolos in het bos. „Als mensen hier het pad afkomen, zie ik vaak hun mond openzakken.”
Een brede laan leidt naar park De Hoge Veluwe. Net even verder dringt een veel smaller pad het bos in. Het betonweggetje daalt af in een metersdiepe kuil. Daar doemt opeens een grauwgrijs gevaarte op. Ooit een zenuwcentrum van de Duitse militaire macht, nu een vredig archiefdepot. „Ze noemen dit het lelijkste monument van Nederland.” Maar daar is beheerder J. Combé het niet mee eens.

De bunker is 60 meter lang, 40 breed, 16 hoog. Muren en dak zijn 3 meter dik. Al met al is er 65.000 kubieke meter beton in verwerkt. Alle toegangen konden met zware stalen deuren worden afgesloten. De enorme hoeveelheden materiaal werden tijdens de bouw aangevoerd via het spoorlijntje dat de Duitsers tussen Wolfheze en vliegveld Deelen hadden aangelegd en dat een aftakking naar de bouwplaats had. „Er zijn geruchten dat hier tijdens de bouw iemand in het beton gevallen en ingemetseld is, maar dat is niet bewezen”, zegt Combé. „Ik zeg altijd: Blijf fantaseren, dan blijft het leuk.”

Het gevaarte werd gebouwd als radarpost. Vanuit deze kuil in het bos regelden de Duitsers een deel van hun vliegverkeer. Het gebouw droeg de codenaam Diogenes. De grond waarop de bunkerbouw in augustus 1942 begon, was onttrokken aan De Hoge Veluwe. Omstreeks juli 1943 was de bouw gereed en een maand of twee later was ook de inrichting van de bunker klaar.

De post was ongeveer een jaar in gebruik. In de grote zaal in het centrum van de bunker stond een matglazen kaart (9 meter hoog, 12 meter breed) van het operatiegebied, de ‘drukste’ sector van de Duitse luchtverdediging. Aan de ene kant waren amfitheatersgewijs zitplaatsen voor zo’n veertig dames van de verbindingsdienst, aan de andere kant zaten de divisiecommandant en zijn staf op enkele balkons. In het schemerdonker werden de vliegbewegingen gevolgd en de Duitse nacht­jagers op de geallieerde bommenwerpers afgestuurd.

Diogenes werd nooit door vliegtuigen aangevallen, hoewel het Nederlandse verzet er meermalen op had geattendeerd. De bunker werd ook tijdens de voorbereidingen van Operatie Market Garden over het hoofd gezien en dat kwam de geallieerden duur te staan: een melding uit Diogenes zorgde ervoor dat de Duitsers de Britse opmars naar Arnhem wisten te ontregelen.

De radarpost werd vanuit de gevarenzone overgeplaatst naar Duisburg. Met twee bommen verwoestten de Duitsers het interieur van de grote zaal. Achteraf was dat niet nodig geweest; waarschijnlijk hebben de Duitsers er spijt van gehad.

De bunker zelf bleef overeind. Na de oorlog lagen er explosieven opgeslagen. Sinds 1951 heeft de radarpost een vrediger bestemming: archiefdepot. Overheden, particulieren en instellingen hebben hier de herinneringen aan hun verleden veiliggesteld.

In de nissen die vroeger als slaapruimten dienstdeden, staan nu stellingen. Zes personeelsleden hebben er de zorg over zo’n 25 kilometer archief. „Dagelijks zijn veertien vrijwilligers bezig gegevens van de burgerlijke stand te digitaliseren. Al meer dan tien jaar. We moeten nog 1,6 miljoen geboorten invoeren; dan zijn we klaar.”

Hol klinken de voetstappen door de betonnen ruimten. De hoofdingang is afgesloten, de brede „statietrap” erachter is er nog. De vroegere eetzaal staat vol gonzende machines: „De bunker is duur in onderhoud. Na een regenbui is de buitenkant gitzwart. Het vocht trekt langzaam door de muren heen. Daarom is een goede luchtbehandeling nodig.”

Dit is het zesde deel in een serie over gebieden of gebouwen die niet toegankelijk zijn voor publiek.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek