In Nederland lopen jaarlijks ongeveer twintigduizend vrouwen een depressie op na de bevalling. Dat is 10 procent van het totale aantal jonge moeders. Bijna de helft van alle kinderen met een depressieve ouder maakt zelf voor de achttiende verjaardag ook een depressie door, aldus Van Doesum.
Van Doesum, die behalve als onderzoeker ook als preventiefunctionaris bij het RIAGG IJsselland werkt, deed in 1989 de eerste Nederlandse studie naar de ontwikkeling van kinderen van ouders met psychiatrische problemen. Onder andere bleek dat al kort na de geboorte afwijkingen kunnen optreden in gedrag en fysiologie. Dergelijke problemen nemen toe naarmate het kind ouder wordt.
De moeders die deelnamen aan het nieuwe onderzoek kregen ongeveer tien keer thuis bezoek van een therapeut. Die maakte videobeelden van moeder en baby. De depressieve moeder zag op de beelden hoe haar kind om aandacht vroeg en leerde daar op te reageren. Volgens de promovenda namen hechting en contact met het kind beduidend toe.
Op dit moment doen ongeveer vijfhonderd moeders mee aan de antidepressietraining. Van Doesum vindt dat nog veel te weinig. Ze denkt dat het geringe aantal te wijten is aan het taboe dat nog altijd rust op het hebben van een depressie, zeker in een periode dat iedereen vindt dat je op een roze wolk zou moeten zitten. Volgend jaar starten enkele consultatiebureau’s in het land met een campagne om het voorkomen van een postnatale depressie onder de aandacht te brengen.