Daar was in 2002 geen sprake van. Zo waren de reserveringen voor risico’s te klein en had de gemeente een voor zichzelf desastreuze deal met het Rijk gesloten. Die kwam er op neer dat de hoofdstad voor alle kostenoverschrijdingen zou opdraaien.
De commissie concludeert verder dat de informatievoorziening van het college aan de gemeenteraad niet altijd goed was. Na het zogenoemde go–besluit in 2002 gaf het stadsbestuur een te rooskleurig beeld van budgetoverschrijdingen.
„Het college heeft in de gehele onderzochte periode van het project Noord–Zuidlijn bij herhaling fouten gemaakt in de voorbereiding, besluitvorming en uitvoering van het project", stelt de commissie.
De Amsterdamse wethouder Gerson (Noord–Zuidlijn) wilde nog niet reageren op het rapport. Volgens fractievoorzitter Alberts van de SP in de gemeenteraad „bungelt" het college nu. Voor de PvdA, de grootste partij in de raad, staat de positie van het stadsbestuur echter niet ter discussie.
Toen de gemeenteraad in 2002 besloot de Noord–Zuidlijn te bouwen, schatte Amsterdam de kosten op circa 1,4 miljard euro. Inmiddels is dat 3,1 miljard.