WAGENINGEN - Van het darwinisme moeten we niet meer maken dan het is, stelt prof. dr. ir. G. van Dijk. "Ik constateer dat Darwin uit zijn context wordt gehaald en dat wetenschappers zijn denken betrekken in een wereldwijde visie. Ze gebruiken hem om te bewijzen dat God niet bestaat. Dat gaat te ver: wetenschap heeft haar grenzen.” Foto RD
Die grenzen zijn legitimatie en kwaliteit, aldus de Wageningse hoogleraar. „De legitimatie houdt in dat de academicus de vrijheid heeft om zijn eigen probleemstelling en onderzoekshypothesen te kiezen. Kwaliteit betreft het hanteren van analysemethoden en feiten en die gebruiken om tot een herhaalbare conclusie te komen. Volgens velen kan het darwinisme geen tegenspraak hebben en is het een ”theory of everything”.”
Economen gebruiken de term ”survival of the fittest” om concurrentie te verdedigen, zegt Van Dijk. „Ieder als ieders rivaal. Recent onderzoek laat zien dat dit uitgangspunt niet klopt. Een grote groep bij een beslissing betrekken, werkt beter. Blaise Pascal zei al dat de gewone mensen met elkaar meer wijsheid hebben dan de leiders.”
Van Dijk zet ook kanttekeningen bij de darwinistische hypothese van het vooruitgangsdenken. „Men dacht dat het financiële systeem van de jaren negentig beter was dan dat van daarvoor. Nu loopt dat uit de hand. Darwinisten zeggen dat de problemen wel zijn op te lossen en dat we er alsnog op vooruitgaan. Uiteindelijk belanden we in een paradijs. De nieuwe stroming in de economie laat de norm voor het maken van keuzes geheel uit de mens zelf komen.”
Het vastgrijpen aan het darwinisme heeft te maken met erbij willen horen, niet anders kunnen denken en gebrek aan fantasie, stelt de econoom. „Als je alleen lineair denkt, moet alles uit het vorige groeien en is er geen ruimte voor een Schepper Die verrast.”
Het scheppingsverhaal heeft Van Dijk nooit in verlegenheid gebracht. „Ik fok al dertig jaar schapen. Zij communiceren met me. Een schaap kan zich een aantal jaren de aanblik van zijn baas herinneren. Ik ben niet verrast door het verhaal dat de ezelin tot Bileam sprak. De scheidslijn met een sprekend dier is zo dun als een eierschaal.”
Botsingen met darwinistisch denkende collega’s heeft Van Dijk alleen in een sfeer van vriendschap. „Dan spreek ik met agnosten en darwinisten binnen de academische grenzen. Het botst over thema’s als bevolkingsgroei en geboortebeperking, onze manier van leven en het lijden van de schepping. Een darwinist ziet dat allemaal evolutionair. Dat het hogere uit het lagere voortkomt.”
Dit is het derde deel in een zevendelige serie over het doordringen van het evolutiedenken in de maatschappij. Morgen deel 4.