AMSTERDAM – Hij stoort zich eraan dat overheidsinstanties in het Nederlandse strafrecht slachtoffers van ernstige misdrijven „constant achterstellen.” Advocaat mr. Richard Korver: „Iedereen is maar bezig met de crimineel.”
Geef slachtoffers –van zware misdrijven– in het Nederlandse strafrecht meer rechten. Dat is het pleidooi van de Amsterdamse advocaat Korver. Als voorzitter van het Landelijk Advocaten Netwerk Zeden Slachtoffers stuurde hij daarom recent een brandbrief aan alle hoofdofficieren van justitie en rechtbankpresidenten.
Doorn in het oog van Korver is dat slachtoffers en hun advocaat nu geen recht hebben op de dagvaarding aan een verdachte en het strafdossier. Hij pleit ervoor dat recht wel vast te leggen in de wet. „Voor een verdachte wordt de rode loper uitgelegd. Hij of zij heeft wel de beschikking over het dossier, inclusief namen en persoonsgegevens van getuigen en slachtoffers. Een slachtoffer en diens advocaat moeten maar afwachten of een officier van justitie het dossier wil geven. Als een advocaat van een slachtoffer geen stukken krijgt, is hij in feite met twee handen op de rug gebonden. Is dat dossier wel beschikbaar, dan kan een advocaat van een slachtoffer bijvoorbeeld veel beter een schadevergoeding onderbouwen.”
Leed
Als een slachtoffer of nabestaande over een strafdossier beschikt, helpt dat vaak bij verwerking van leed, zet Korver uiteen. „Mijn ervaring is dat veel slachtoffers willen weten hoe bijvoorbeeld iemand tot zijn daad is gekomen. Waarom heeft die man jarenlang een kind misbruikt? Ik denk aan een zaak waarbij een meisje van vijf jaar is doodgereden. De ouders willen graag weten hoe alles precies is gegaan. In het dossier kunnen ze lezen dat er een mevrouw was die het handje van hun dochtertje in de laatste minuten van haar leven heeft vastgehouden en met haar heeft gepraat. In het dossier zaten ook shockerende foto’s van het lichaam van het meisje. De ouders vroegen me om die in een aparte envelop te doen. Misschien zouden ze er later aan toekomen die afbeeldingen te bekijken.”
Het argument dat vrijgeven van het dossier aan slachtoffers de privacy van de verdachte aantast, vindt de Amsterdamse advocaat bepaald niet sterk. „Een beroep op de privacy is een pavlovreactie. Een verdachte in een zware zaak zit vaak vast. Dan wordt als verblijfplaats het adres van de gevangenis vermeld. Bovendien is een beroep op de privacy van de verdachte nogal hypocriet, omdat die immers zelf wél het dossier kunnen krijgen, met alle gegevens over slachtoffers en getuigen.”
Het zou goed zijn als nabestaanden en slachtoffers ook de beschikking krijgen over psychiatrische rapportages over een verdachte van een ernstig misdrijf, vindt de advocaat. „Als je kind is vermoord, wil je weten wat de dader heeft bewogen. Wist hij echt niet wat hij deed? Heeft je kind de dader geprovoceerd? Antwoorden op zulke vragen, die in zo’n rapport kunnen staan, kunnen mensen helpen bij het verwerken van hun leed. Tijdens een openbare rechtszitting, als een psychiatrische rapportage wordt besproken, hebben slachtoffers lang niet altijd de rust om wat er dan gezegd wordt, goed te volgen. Ze moeten zo’n rapport rustig kunnen lezen.”
Mails
Het zint Korver niet dat slachtoffers tijdens hun spreektijd op de zitting, een recht dat sinds enige jaren wettelijk is geregeld, niets mogen zeggen over bewijsvoering of strafmaat. „Als een slachtoffer het dossier heeft ingezien, kan hij bijvoorbeeld aperte onzin van een advocaat van de verdachte weerspreken. Ook kan het slachtoffer in de stukken zaken opmerken die een officier van justitie over het hoofd ziet. Ik zie maar al te vaak dat een officier van justitie zaken onvoldoende scherp heeft, die krijgt het dossier misschien een dag van tevoren op zijn bureau. Daarom zou het goed zijn als een slachtoffer of diens advocaat een grotere rol in het proces krijgt en wél wat mag opmerken over bijvoorbeeld de bewijsvoering.”
Blij is de Amsterdamse raadsman met een nieuwe wet, die het binnenkort mogelijk maakt dat het slachtoffer bewijsmateriaal kan toevoegen aan het dossier. „Denk bijvoorbeeld aan mails of video’s die een slachtoffer heeft en die belastend kunnen zijn voor een verdachte.”
De advocaat pleit ervoor dat slachtoffers en hun advocaat in de rechtszaal een vaste tafel en stoel krijgen toegewezen. „Nu zitten het slachtoffer en zijn advocaat vaak ergens op de publieke tribune. Voor de advocaat is dat lastig, als hij in een dossiermap wil bladeren of even overleg met een slachtoffer wil voeren.”
Het zit de advocaat dwars dat slachtoffers en nabestaanden vaak niet goed worden geïnformeerd als een dader op vrije voeten komt. „Twee van mijn cliënten zijn slachtoffer van de door de rechtbank veroordeelde mensenhandelaar Murat O. Ze kwamen via de pers te weten dat hij tijdelijk vrij was. Die vrouwen zijn zich wezenloos geschrokken.”
Verdriet
Advocaat Korver kan zich goed vinden in de stelling van Joost Eerdmans, voorman van het Burgercomité tegen Onrecht, dat het strafrechtsysteem in Nederland is doordesemend van lankmoedigheid jegens de dader en dat het slachtoffer er bekaaid afkomt. „Iedereen heeft maar aandacht voor de dader. De rechter, reclassering. Dat is al vanaf de invoering van ons rechtsysteem sinds Napoleon zo. Kennelijk vindt een rechter het makkelijker om iemand achter de tralies te stoppen dan dat hij zich bekommert om de pijn en het verdriet van een slachtoffer en die een schouder biedt.
Het huidige tijdsgewricht vraagt echter ook om aandacht voor het slachtoffer. Die moet bij de behandeling van een strafzaak niet nog eens een trauma oplopen. Ik sta een van de slachtoffers bij van de Amsterdamse serieverkrachter Florian K. Typerend is dat bij het uitroepen van de zitting zíjn naam in de hal wordt omgeroepen. De zaak-K. „Nee,” reageerde Marieke, een verontwaardigd slachtoffer. „Het is de zaak-Marieke.””