Mensen leren nieuwe dingen via hun werkgeheugen. Dingen die ze al weten liggen opgeslagen in het langetermijngeheugen. Bij het horen van nieuwe informatie worden bekende feiten uit het langetermijngeheugen gehaald en naar het werkgeheugen gebracht. Wetzels heeft nu vastgesteld dat degenen die veel voorkennis hebben genoeg hebben aan plaatjes om hun werkgeheugen te activeren. Ze kunnen op die manier grote brokken informatie in één keer aan.
Mensen met een laag kennisniveau hebben brede, algemene instructie nodig om iets nieuws te kunnen onthouden. Aantekeningen of plaatjes zijn voor hen niet voldoende, aangezien hun voorkennis niet toereikend is. Deze personen hebben veel structuur nodig om het hersenproces adequaat te laten verlopen. Notities brengen hen juist in de war.