Hoe kwam de adellijke Adriaen van Nuijssenburgh erbij om tussen de gewone plattelandsbevolking te gaan wonen? Pieter Verrips vond het antwoord: „Hij haalde het als zoon van een Dordtse edelman in z’n hoofd om kunstschilder te worden - ik denk dat hij om die reden onterfd is. Hij begon een herberg op de Diefdijk onder Leerdam, en bij zijn overlijden had hij nauwelijks bezittingen meer, alleen schulden. Maar wat zat er nog wél in z’n kist? Een schilderij van Rembrandt. Het wordt omschreven als een tronie, waarschijnlijk is het dus een van de zelfportretten geweest.”
De geschiedenis van Adriaen van Nuijssenburgh is een van de meer opmerkelijke verhalen die Verrips (1971) over zijn voorgeslacht te vertellen heeft. Hij begon al jong met genealogisch onderzoek. „Ik was veertien toen er bij ons in Giessenburg een historisch museumpje kwam. Daar raakte ik, gestimuleerd door mijn vader, bij betrokken. Ik werd lid van de historische vereniging, en het allereerste kwartaalblad dat ik kreeg, was gewijd aan een boerderij waarin mijn voorouders gewoond hadden. Zo is het begonnen.
Ik had het grote voordeel dat mijn vader over een enorm geheugen beschikte, hij kon zijn voorgeslacht -compleet met jaartallen- tot ver in de negentiende eeuw opnoemen. Dan is de aansluiting met de archieven van de burgerlijke stand snel gemaakt. De eerste jaren heb ik me vooral beziggehouden met de familie Verrips, later heb ik het onderzoek uitgebreid naar de volledige kwartierstaat van mezelf en mijn vrouw.”
Eeuwenlang woonden leden van de familie Verrips vooral in Schoonrewoerd, Leerbroek en Leerdam. „De interessantste figuur is wel Hendrik Verrips, een omhooggevallen boer die burgemeester van Leerbroek werd. Over iemand met zijn functie valt in de archieven tamelijk veel te vinden. Ik weet bijvoorbeeld dat hij aan het eind van zijn leven blind werd, omdat hij toen geen handtekeningen meer kon zetten. Hij is ook de man geweest die verhinderd heeft dat dominee Gezelle Meerburg in Leerbroek kwam preken - al die onrust in de samenleving moest voorkomen worden. Je ziet dat nog altijd terug: er is geen afgescheiden gemeente in Leerbroek, wél een behoudende (hersteld) hervormde gemeente. De eenheid in het dorp is destijds bewaard gebleven dankzij burgemeester Hendrik Verrips.”
Verrips, zelf historicus en in het dagelijks leven docent geschiedenis en muziek aan het Van Lodensteincollege in Kesteren, heeft zijn onderzoek altijd in het bredere kader van de plaatselijke geschiedenis gezet. „Ik heb bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar sociale netwerken in de zeventiende eeuw en naar kindersterfte in Leerbroek. Als je dergelijke dingen erbij betrekt, besef je dat die mensen anders leefden dan wij, dat ze ook anders tegen de vergankelijkheid van het leven aankeken. Dat relativeert onze eigen tijd en onze eigen sociale systemen.”
Die belangstelling voor lokale geschiedenis in relatie tot het heden maakt dat Verrips zich vooral bezighoudt met de periode ná 1600: „Dat vind ik het interessantst, en ook het herkenbaarst. Via Adriaen van Nuijssenburgh kan ik heel makkelijk terechtkomen bij allerlei middeleeuwse adellijke kwartieren, maar de geschiedenis van dergelijke verre voorouders zegt me toch minder.”
De resultaten van Verrips’ onderzoek komen terecht op de website www.verrips.eu . „Ik publiceer de namen en de data, maar niet de verhalen. Niet alle nakomelingen uit een buitenechtelijke relatie vinden het prettig als hun geschiedenis op internet staat. Daar wil ik rekening mee houden, ook al doe ik er zelf niet moeilijk over. Anders moet je tenslotte niet aan dit onderzoek beginnen.”
Heeft u vragen of opmerkingen? Stuur een email naar Pieter Verrips