Peter Smulders, Genootschap Onze Taal: „Taalbeheersing is een breed begrip. Bij jongeren zie je dat ze steeds taalvaardiger worden: ze wisselen gemakkelijk van register, van sms-taal naar gewoon. De klassieke taalvaardigheid -grammatica en spelling- is deze zeker niet verbeterd. Jongeren zijn er slechter in dan volwassenen. Het gaat erom wat je meekrijgt op school. Goed spellen staat al sinds een jaar of dertig onder druk. Er is wel weer een tegenbeweging. Vaak worden d’s en t’s verkeerd gespeld en soms worden bepaalde werkwoorden verkeerd gebruikt, zoals in de zin: „ik irriteer me”, wat „ik erger me” of „dat irriteert mij” moet zijn.”
Prof. dr. Frans Hinskens, Meertens Instituut en Vrije Universiteit, en prof. dr. Pieter Muysken, Radboud Universiteit, in Taalschrift: „Met de beheersing van het Nederlands is het zorgwekkend gesteld, vinden velen. De geringe kennis van het Nederlands zou zich verspreiden van migrantenjongeren naar de blonde ”ruggengraat der natie”. Wij weten niet of de boodschap juist is. Misschien gaan migrantenkinderen op termijn ook een ander Nederlands spreken: een etnolect. Zoals duidelijk is geworden uit onderzoek ontwikkelt een etnolect zich in de loop van het leven van veel sprekers tot een spreekstijl die vooral ingezet wordt in het contact met leden van dezelfde groep. De meeste etnolectsprekers lijken ook inheemse variëteiten van de heersende taal volledig te beheersen - vaak de prestigieuze standaardvariëteit.”
Dita Brakel, eindredacteur Reformatorisch Dagblad: „Je stuit dagelijks op verschrijvingen in grammatica en spelling, maar daar staat tegenover dat er ook veel meer wordt gepubliceerd. Neem nou e-mail en internet: wat voorheen in een brief aan één geadresseerde werd verwoord, kan nu door iedereen worden gelezen. Niet elke schrijver is even sterk in Nederlands, vandaar dat via Google zoeken naar de constructie ”ik wordt” flink wat treffers oplevert.”
Citaat uit Taalpeil 2007, uitgave Nederlandse Taalunie: „Naar welke onderdelen van het vak Nederlands zou op dit moment meer aandacht uit moeten gaan? Het antwoord is eensluidend: naar spelling en grammatica. Volwassenen, leraren en leerlingen in alle drie de landen (Suriname, België en Nederland) rekenen dit tot de nuttigste onderdelen van het vak Nederlands. Van de volwassenen vindt 43 procent dat er meer aan spelling moet worden gedaan, en 34 procent dat er meer grammaticaonderwijs moet worden gegeven. Van de leraren wil maar liefst 50 procent meer spelling en 30 procent meer grammaticalessen geven.”
Willemijn Terlouw, docente Nederlands middelbare school: „Het valt mij als docent op dat leerlingen gewoon Nederlands en MSN-taal naast elkaar gebruiken. Dat gaat de meeste van mijn leerlingen ook nog goed af. Natuurlijk zie ik soms in een schrijfopdracht ”egt” staan, wat ik dan ook fout reken. Als taalkundige vind ik het veel interessanter om te kijken naar verandering van de taal. Taal is geen statisch verschijnsel, maar verandert en ontwikkelt zich juist. Dit vergeten we nogal eens. In de afgelopen eeuwen zijn we bijvoorbeeld het gebruik van naamvallen kwijtgeraakt en daar ligt niemand wakker van.”
Michiel Pronk