Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Nacht in het Finse bos

 Beren in het wild zijn in Europa een zeldzaamheid. Op de enige plek waar ze nog voorkomen, het oosten van Finland, is de populatie de laatste jaren teruggelopen. Er zijn er nu nog ongeveer duizend. Foto Wildscentre
 1 van 8  

Beren in het wild zijn in Europa een zeldzaamheid. Op de enige plek waar ze nog voorkomen, het oosten van Finland, is de populatie de laatste jaren teruggelopen. Er zijn er nu nog ongeveer duizend. Foto Wildscentre

Ontmoeting met een beer in een eenzaam bos; een fascinerende en tegelijkertijd schrikbarende gedachte. In het Finse Ruhtinansalmi is een nachtje doorhalen bij de beren indrukwekkend.
De kans om beren in het wild tegen te komen, is nagenoeg nihil. Een brekend takje, een knarsende rugzak of gewoon de geluiden die een groep mensen nu eenmaal maakt, zijn voldoende voor bruintje om een eindje om te lopen.

Beren in het wild zijn in Europa een zeldzaamheid. Op de enige plek waar ze nog voorkomen, het oosten van Finland, is de populatie de laatste jaren teruggelopen. Er zijn er nu nog ongeveer duizend.

Garantie
Markku Määttä uit Ruhtinansalmi weet erover mee te praten. In de dertig jaar dat hij werkzaam was voor de Finse grensbewaking kwam hij slechts drie keer een beer tegen. „Ondanks het feit dat we dagelijks in de bossen op patrouille waren.”

Hij leerde wel de sporen van de beren herkennen en kon zo in kaart brengen waar de wilde dieren veel verbleven. Nu maakt hij met het door hem opgerichte Martinselkonen Wilderness Centre in Suomussalmi, net onder de poolcirkel, die kennis te gelde door toeristen bij de beren te brengen. Vanaf half mei tot eind augustus, voor 145 euro per persoon per nacht, met beergarantie.

Uitvalsbasis is een overbodig geworden grenskazerne tegen de grens met Rusland. Een grens die maar liefst 1300 kilometer lang is en door diepdonkere bossen voert. Ten tijde van de Koude Oorlog konden de spanningen in dit gebied flink oplopen. Nu ademt het absolute rust en stilte.

De berentrip begint in de namiddag met een stevig maal, bereid door Oili, de echtgenote van Markku. Hun zoon Jani is vandaag de gids. Met een busje gaat het naar het nabijgelegen bos.

Vanaf de parkeerplaats voert Jani ons door het dichtbegroeide woud. Soms is er een heuveltje, dan weer een doorwaadbare sloot. Op fluistertoon gebiedt de jonge Fin ons „als groep bij elkaar te blijven.”

Na een halfuurtje wandelen is daar de verblijfplaats voor vannacht. Een grote houten hut met gordijntjes voor de ramen. Opvallend is een grote pijp die naar een boom leidt. „Om onze lucht en geur af te voeren”, fluistert Jani. „Beren kunnen ontzettend goed ruiken. Ze weten dan zo dat wij hier zitten.”

Voor de komende veertien uur is dit onze verblijfplaats. Als de deur eenmaal in het slot valt, gaat-ie voor morgenochtend zeven uur niet meer open. In de hut staan forse autostoelen op een rijtje voor de ramen. De leuningen kunnen plat. Voor wie wil slapen.

Binnen is een chemisch toilet, er is koffie en thee en er zijn broodjes. Laat de beren maar komen.

Zalm
De deur zit nog niet dicht of een moeder met drie kleintjes meldt zich. Als forse bollen wol hobbelen ze achter mama aan, op zoek naar eten. Dat is er in overvloed. Achter stenen en onder takken liggen kilo’s zalm. Daar eet een beer zijn vingers bij op. Het gesmak is niet van de lucht.

Als er een zwarte beer aankomt, klimmen de kleintjes in de eerste de beste boom. Moeder stelt zich strategisch op en de zwarte kanjer zoekt iets verderop een maaltje.

Zo gaat het urenlang door. De ene na de andere beer dient zich aan, het wemelt er op een geven moment van. Op soms nog geen 3 meter van de hut verslinden ze de zalm. Camera’s -het enige ’wapen’ waarmee op de beren mag worden geschoten- zoemen.

Waarom zalm om de beren te lokken? „Omdat het vriendelijker oogt”, zegt Markku Määttä. Er zijn collega’s die het doen met halve varkens en karkassen van elanden.

Maar een beer die er midden in het bos met de kop van een zalm vandoor gaat is niet erg natuurlijk. „Het is de enige manier om ze te lokken. Anders zit je hier de hele nacht en zie je niets anders dan bomen.”

Het beren kijken is in Finland commercieel uitgebuit. Er zijn tientallen bedrijven die de excursies organiseren. In de zomer (van 1 mei tot begin augustus) is Jani bijna iedere nacht met tien tot twintig toeristen op pad.

In de koude en donkere Finse winter zijn de wilde dieren niet te zien. De winterslaap duurt zeven maanden. In februari of maart krijgt moederbeer enkele jongen. In april steek papa als eerste zijn neus buiten het hol. Een maand later volgen moeder en kind(eren). Tijd dat ook de berenkijkers zich in de handen wrijvend opmaken voor het volgende seizoen.

De nacht valt over het Finse bos. Als de tijdelijke hutbewoners denken dat de berenshow voorbij is, sjokt moeder nog een keer met de kleintjes voorbij. Alsof ze nog even welterusten wil zeggen.

De rust daalt neer tussen de bomen. Donker wordt het in dit deel van Finland, met de poolcirkel op fietsafstand, nauwelijks. De stoelen klappen achterover, enkele gelukkigen gaan languit op twee bedden liggen die tegen de achterwand van de hut zijn gebouwd.

Als plotseling aan de andere kant van het hout een krassend geluid klinkt, is er even de angst dat bruintje voor de deur staat. Jani sust: „Niks aan de hand.”

www.wildscentre.fi.

Huisje aan het meer

Deuren gaan niet op slot, de post komt twee keer per dag en het zwangerschapsverlof duurt er negen maanden. Finland is misschien het ondergeschoven broertje van de Scandinavische landen; de Finnen zelf hebben hun zaken goed voor elkaar.

De uitgestrekte bossen van Finland vormen niet alleen een belangrijke economische factor, ze zijn ook een recreatiegebied van formaat. Elke Fin mag onbeperkt door de bossen trekken en daar naar hartenlust bessen en paddenstoelen plukken of in de zomer op de meren gaan vissen.

”Every mans right”, heet dat voorrecht. Overal een tentje opzetten is ook geen probleem. Er is geen veldwachter die daar iets van zal zeggen.

Er is een uitdrukking die zegt dat een Fin gelukkig is met „een huisje aan het meer en een aardappelveld.” Niemand is er ooit met enige zekerheid in geslaagd het aantal meren en eilanden van Finland te tellen.

Maar 188.000 lijken er meer dan genoeg om elke Finse familie een eigen meer te bieden. De ideale Finse zomer draait dan ook om een houten huisje aan het water, met een saunahut vlakbij. Een beetje vissen, een beetje zwemmen en de idylle is compleet. De hoofdstad Helsinki is in die maanden leeg.

Het land telt een sauna op iedere vijf bewoners. Ze zijn overal: in woningen, hotels, op campings en op schepen. De Finnen zijn trots op hun sauna’s, al was het alleen maar omdat sauna zo’n beetje het enige woord is dat de Finse taal aan de internationale gemeenschap leverde.

Er wonen 5,2 miljoen mensen in Finland van wie 1 miljoen in de hoofdstad Helsinki.

De bevolkingsdichtheid is slechts 17 inwoners per vierkante meter.

De totale oppervlakte van Finland is 338.000 vierkante kilometer, in grootte is het het zevende land in Europa.

Maar liefst 69 procent van het land is bedekt met bos.

Finland kent twee officiële talen: Fins en Zweeds.

Van de bevolking is 86 procent luthers.

www.visitfinland.com/nl en 020-2013489.

Staalblauwe ogen

Dobberen in een ijskoude rivier met snelstromend water; voor toeristen kan het niet gek genoeg. Dat weten ze in het Finse grensstadje Kuhmo, vlak bij de Russische grens, te midden van grote stukken bos en de wildernis van Kainuu, maar al te goed.

Na het neertellen van 144 euro krijgt de toerist een oranje reddingspak aan en laat zich zakken in de snelstromende rivier Paljakkakoski. Er kan niets gebeuren, verzekert de gids. Benen omhoog en naar voren steken. Alleen een beetje maaien met de armen om in de juiste positie te blijven, moet voldoende zijn.

Maar ook hier staan de beste stuurlui aan wal. Het ijskoude water slaat in het gezicht, maaien helpt niet, de juiste koers is ver te zoeken. Een bootje aan het einde van het 600 meter lange traject op de snelstromende rivier voorkomt dat de reddeloze waterrat ongewenst de Russische grens overspoelt.

Kuhmo is met bijna 5500 vierkante kilometer de grootste gemeente van Finland. Ze zette zichzelf internationaal op de kaart dankzij het Kuhmo kamermuziekfestival, dat in 1970 voor het eerst werd gehouden.

Enkele tientallen kilometers naar het oosten is Saunajarvi, het gedenkteken van de Winteroorlog in 1940. Deze wanhopige strijd van de Finnen tegen een overweldigende meerderheid duurde honderd dagen.

Echte aanrader in dit deel van Finland is een huskytocht. Bijvoorbeeld met de 3-jarige Johnny, een vriendelijke hond met staalblauwe ogen. Hij rukt aan het geleidetouw en wil naar rechts. „Roep maar”, zegt Jussi Valiaho van Ultima Taiga. „Engels, Russisch of Nederlands, het maakt niet uit. De hond hoort aan de toon van je stem wat je wilt.”

Valiaho heeft samen met zijn vrouw dertig honden, zogenaamde greenland dogs. „Het zijn onze kinderen en ze zijn dus onbetaalbaar”, glimlachen ze op de vraag wat een hond kost. Dat blijkt 700 tot 1000 euro te zijn.

Vanuit een oude grenspost, op 3 kilometer van de grens met Rusland, organiseren ze trektochten met de honden. Geen fastfoodtoerisme, zegt Valiaho. „Mensen moeten een relatie opbouwen met de honden. Ze willen rennen, rennen, rennen. Het zijn echte overlevers. Een greenland houdt altijd 20 procent van zijn energie over als reserve.”

De leiders van de groep zijn de vrouwtjes. „Ze zijn mentaal en fysiek het sterkst. De jongens zijn een klein beetje gek.”

www.ultimataiga.fi.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels