Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Voor de hele kerk en de stad

 „Ik probeer het te laten zingen vanaf de eerste dag dat ik hier ben”, zegt vaste bespeler Toon Hagen over zijn instrument in de Michaëlskerk in Zwolle. Foto RD, Anton Dommerholt

„Ik probeer het te laten zingen vanaf de eerste dag dat ik hier ben”, zegt vaste bespeler Toon Hagen over zijn instrument in de Michaëlskerk in Zwolle. Foto RD, Anton Dommerholt

Stoer hangt het Schnitgerorgel in de Zwolse Michaëlskerk, boven de achtkantige consistoriekamer. „Ik probeer het te laten zingen vanaf de eerste dag dat ik hier ben”, zegt vaste bespeler Toon Hagen over zijn instrument.
Hagen (50): „Dit orgel is niet helemaal in zijn alleroudste staat. Het heeft bijvoorbeeld geen oude stemming. Dat komt mij prima van pas, want daardoor kan ik er muziek uit alle stijlperioden op kwijt.

Daar ben ik heel blij mee, want het is een instrument van nu, geen oude molen die uit nostalgische of toeristische overwegingen nog een keer zijn wieken laat draaien. Het is een instrument waarmee je een verhaal moet communiceren, voor mensen van nu.

Qua orgel vind ik het instrument vrij universeel. Het is natuurlijk een barokinstrument, maar het heeft zo zijn eigen geschiedenis. Het is van 1721, maar ook niet. Er zitten rimpeltjes op, om het zo te zeggen. En een heel aantal van die rimpeltjes is mij bijzonder lief.

Registreren moet je hier absoluut niet doen volgens een boekje. Zeker als je hier Bach speelt, moet je vooral luisteren of je het vocale in zijn werken, vooral in zijn latere, voldoende beloont. Soms denk ik wel eens: Haal de registerplaatjes er maar af en luisteren maar.

Het preludium uit de grote e-moll van Bach speel ik de ene keer met een groot plenum. En de andere keer zit ik helemaal in m’n Passiongevoel bij zo’n stuk. Dan houd ik het veel grondtoniger en trek ik bijvoorbeeld een zachte stem zoals de Viola di Gamba. In combinatie met de Nasard klinkt dat schitterend, fantastisch. En waarom ook niet?

Ik ben altijd bezig met de vraag hoe ik dit orgel kan laten zingen. Soms trek je per ongeluk het verkeerde register en dan denk je: Dat klinkt mooi. Laatst zat er een Fluit 4’ in het plenum. Dan denk ik: Het zingt wel. Maar het gaat bij een paar noten fout, want die fluit gaat tegen een ander register aan staan wapperen. En dan moet-ie toch weer dicht.”

Naargeestig
„Ik ben een tijdje organist geweest in Zoetermeer. Op advies van Bert Matter besloot ik naar Wassenaar te solliciteren. Voor mijn gevoel begon ik daar weer opnieuw.

Toen kwam de advertentie met de vacature in Zwolle. Ik had het orgel een keer gehoord in een dienst. De hele sfeer kwam destijds wat naargeestig op mij over, maar bij het zien van de advertentie dacht ik: Als er qua kerkmuziek ergens iets opgebouwd kan worden, is het daar.

Ik ben kerkmusicus, maar met hoeveel liefde ik op zondagochtend in de Gereformeerde Bondsdiensten ook psalmen speel, het is voor mij niet genoeg. De kerk is breed en ik wil die hele breedte bespelen.

Daarom zijn we begonnen met Michaëlisvieringen en vespers. Vervolgens is daar een cantorij bijgekomen, de Michaëlscantorij. Toen dachten we: Wat kunnen we nog meer? Zijn we de cantatediensten opgestart. Een hele onderneming, want je moet een orkest en een koor hebben.

Het orkest met alleen professionele musici is heel goed. Inmiddels heten we orkest Musica Michaëlis. Dat is natuurlijk geweldig, dat mensen die niets meer met deze ruimte hadden, er weer zo snel een band mee kregen dat ze de naam van het orkest wilden verbinden met de kerk.

Tijdens het openingsconcert van de zomerorgelserie, eind juni, heb ik het orgel laten horen, naast ”Psalom” van Arvo Pärt, waarmee het orkest opende en ook weer afsloot. Wat ik het mooie vind aan Pärts muziek is dat hij noten schrijft alsof ze op kunnen. Zo kun je ook omgaan met muziek. Je hoeft niet zomaar al die klanken in de ruimte te gooien. Vroeg of laat raken ze op, ze doen ertoe.

De mensen die afkomen op het orkest win je niet automatisch voor het orgel. Maar de ruimte van zo’n kerk krijgt op zo’n avond helemaal betekenis. Alle muziek die je op zo’n avond uitvoert, klinkt in een bijna heilig kader. Fantastisch vind ik dat.

De fuga van Bach die ik daarna heb gespeeld komt dan ook in z’n context tot klinken. Alsof je de tijd aan het wijden bent op zo’n moment.

Een paar jaar geleden speelde een leerling van mij de F-moll Fantasie van Mozart. Hij deed het beter dan ik ’m toen kon spelen. Ik ben er maanden vol van geweest, voor mij was het het mooiste moment van het seizoen.”


Dialoog
„In een van de kerstnachtvieringen zongen we ”Hoe helder staat de morgenster”. Het hele orkest, waarmee we ook de eerste cantate uit het Weihnachts­oratorium uitvoerden, speelde mee, met strijkers, fluiten, hobo’s en trompetten erbij. Als gemeente en koor dan gaan zingen, vind ik dat zoiets prachtigs. Dat maak je bijna nergens mee.

Er was iemand die vroeg: Het is zeker wel kicken, spelen op zo’n orgel? Zo’n vraag zegt mij dus helemaal niets. Dit orgel staat een toon te hoog, dus je moet alles transponeren. Soms weet je helemaal niet meer in welke toonsoort je zit met al die instrumenten erbij. Maar als het allemaal klopt, zoals tijdens zo’n kerstnachtdienst, dan vind ik dat geweldig. Misschien is dat wat men onder kick verstaat. Dat je voelt aan zo’n lied: er is een verhaal gecommuniceerd dat gonst van het orgel tot aan de allerachterste banken. Dat de kerk met de wereld waarin ze staat in dialoog is en dat ze haar functie vervult in het hart van de stad.

Ik ben gelukkig als ik met mensen een verhaal mag maken. En niet eenzaam van achter mijn orgeltje applaus in ontvangst hoef te nemen; dat zou pas echt verschrikkelijk zijn.

Zo’n grote kerk als deze heeft zijn eigen verhaal, dat al eeuwen door deze ruimte heengaat. Als organist duik je in zo’n verhaal, je loopt een stukje mee. Je motiveert, als het goed is, zonder de mogelijkheden die er zijn in zo’n kerk te begrenzen. Dat is een hele kunst.”

Dit is deel 8 in een serie over organisten in een grote stadskerk. Volgende week deel 9 (slot): Groningen.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Beluister Toon Hagen op zijn orgel in de Grote of St. Michaëlskerk in Zwolle: Bach
    Wir glauben all\' an einem Gott (Johann Sebastian Bach)
    Toon Hagen, Schnitgerorgel Grote of Sint-Michaëlskerk Zwolle (VLS Records, VLC 0402/ Stichting Vrienden van het Schnitgerorgel)
    Beluister Toon Hagen op zijn orgel in de Grote of St. Michaëlskerk in Zwolle: Buxtehude
    Ciacona in e (Dietrich Buxtehude)
    Toon Hagen, Schnitgerorgel Grote of Sint-Michaëlskerk Zwolle (VLS Records, VLC 0402/ Stichting Vrienden van het Schnitgerorgel)
    Beluister Toon Hagen op zijn orgel in de Grote of St. Michaëlskerk in Zwolle :Pachelbel
    Ciacona in d (Johann Pachelbel)
    Toon Hagen, Schnitgerorgel Grote of Sint-Michaëlskerk Zwolle (VLS Records, VLC 0402/ Stichting Vrienden van het Schnitgerorgel)
    Meer uit deze rubriek