Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Joods-Duits muzikaal genie

 Felix Mendelssohn Bartholdy, in maart 1835 geschilderd door Wilhelm von Schadow in Düsseldorf.

Felix Mendelssohn Bartholdy, in maart 1835 geschilderd door Wilhelm von Schadow in Düsseldorf.

Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847) is in de 19e eeuw een van de belangrijkste Duitse componisten. Ook als pianist, dirigent en organist is hij in zijn vaderland en daarbuiten zeer bekend. Morgen is het 200 jaar geleden dat Mendelssohn werd geboren. In dit katern aandacht voor zijn leven en zijn muziek.
Felix wordt op 3 februari 1807 in Hamburg in een rijke joodse familie geboren. Vader Abraham Mendelssohn is bankier, grootvader Moses Mendelssohn (links op de afbeelding, in gesprek met schrijver Lessing) was een bekende joodse filosoof. Moeder Lea Salomon staat bekend als een zeer artistieke en literair begaafde vrouw. In 1811 zien Abraham en Lea zich genoodzaakt uit te wijken naar Berlijn. Aangezien joden in het Pruisische rijk niet als volwaardige burgers worden gezien, laat vader Salomon zijn vier kinderen in 1816 in de protestantse Evangelische Kirche dopen. In 1822 worden ook Abraham en Lea luthers. Eveneens met het oog op de acceptatie in de samenleving nemen de Mendelssohns vanaf dat moment een tweede naam aan: Bartholdy. Felix groeit op in een intellectueel milieu. Zijn opleiding krijgt hij vooral van privéleraars.

Muzikaal gezien is het vooral Carl Friedrich Zelter (afbeelding) die de jonge Felix (en zijn zus Fanny) vormt. Zelter (1758-1832) is componist, muziekleraar en dirigent van de Berlijnse Singakademie. Zelter onderwijst Felix in het contrapunt bij Bach en in het latere werk van Mozart. Onder invloed van Zelter schrijft het wonderkind Felix vanaf zijn twaalfde zijn eerste composities: pianowerken, zangstukken en symfonieën voor strijkorkest. De muziek wordt uitgevoerd tijdens de concerten op zondag ten huize van Mendelssohn, waar musici en muziekliefhebbers elkaar ontmoeten. Het is ook Zelter die de jonge Felix in 1821 meeneemt naar Weimar en hem in contact brengt met de dan 72-jarige dichter Goethe. „Wie weet wat er zonder Weimar, zonder Goethe van mij geworden zou zijn”, zegt Felix later.

Felix moet de wereld zien. Zo neemt vader Abraham Felix in 1825 mee naar Parijs. Daar laat hij de 16-jarige jongen spelen voor de directeur van het Parijse conservatorium. Op grond van diens oordeel mag Felix de muziek in. Vlak voordat Felix in 1829 een studiereis maakt -acht maanden naar Engeland en Schotland- baart de 20-jarige dirigent op 11 maart 1829 in Berlijn opzien door in de Singakademie de Matthäus Passion van Bach uit te voeren. Het stuk heeft dan een eeuw onder het stof gelegen. Een tweede grote studiereis, van mei 1830 tot juni 1832, voert Felix naar Wenen, Venetië, Florence, Rome, Pompeï, Napels, München, Parijs en Londen. Hij geniet van alle cultuur, niet het minst van de beeldende kunst. Zelf is hij ook geen onverdienstelijk tekenaar. Onderweg heeft hij zijn schetsboek dan ook voortdurend bij de hand, zoals te zien is aan de aquarel ”Blick auf Florenz”, die hij in 1830 maakt (afbeelding).

Tijdens Felix’ grote studiereis sterft Carl Friedrich Zelter. Terug in Berlijn, probeert Felix Zelters functie als dirigent van de Berlijnse Singakademie te bemachtigen. Zonder resultaat. Gekrenkt verlaat Felix Berlijn en gaat naar Düsseldorf, waar hij in 1833 stadsmuziekdirecteur wordt. Tijdens de concerten zet hij nogal eens Händels oratoriums (waaronder ”The Messiah”) op het programma. In lijn hiermee schrijft hij zelf een oratorium, ”Paulus”, dat op 22 mei 1836 in première gaat. Felix waagt zich in Düsseldorf ook aan het uitvoeren van opera’s, te beginnen met Mozarts ”Don Giovanni”. Al in 1835 vraagt Leipzig of hij de leiding van het Gewandhaus aldaar op zich wil nemen. Het is het begin van een lange reeks uitvoeringen in het Gewandhaus (afbeelding, concert in 1842). Felix vraagt in zijn programmering aandacht voor de historie (Bach, Händel, Mozart, Haydn), maar ook voor eigentijdse muziek (Schumann, Liszt, Berlioz).

Felix bewaart aan zijn ouderlijk huis goede herinneringen. Met zijn vader (overleden in 1835) en moeder (overleden in 1842) onderhoudt hij de contacten middels talloze brieven. Vooral met zijn oudere zus Fanny heeft hij een bijzondere band. Haar overlijden in mei 1847 raakt hem diep. Intussen heeft Felix in 1836 in Frankfurt am Main een acht jaar jonger meisje leren kennen: Cécile Jeanrenaud (afbeelding, schilderij van Eduard Magnus uit 1846). Zij is een nakomeling van de Franse hugenoten. Op 28 maart 1837 trouwen de twee en gaan na een halfjaar in Leipzig wonen. Het stel krijgt vijf kinderen: Carl, Marie, Paul, Felix en Elisabeth. Naast gezin en familie spelen vrienden een belangrijke rol in Felix’ leven. Onder hen zijn Niels W. Gade en het echtpaar Clara en Robert Schumann. Ook als de afstand te groot is om hen persoonlijk te ontmoeten, weet Felix middels brieven het contact te onderhouden.

De laatste jaren van zijn leven woont Felix met zijn gezin in Leipzig, vanaf september 1845 in de Königstrasse. Aan het huidige Mendelssohn-Haus is te zien dat Felix er goed de ruimte heeft. Er is zelfs een muzieksalon waar concerten worden gegeven. De aquarel van Felix’ werkkamer uit 1847 (afbeelding) laat zien in welke sfeer de musicus zijn werk verricht. In Leipzig staat Felix aan de wieg van het eerste Duitse conservatorium, dat in 1843 wordt geopend. Intussen wordt vanaf 1846 het werk Felix te veel. Wél dirigeert hij in Birmingham de première van zijn oratorium ”Elias”. Een aantal maanden later reist hij voor het laatst naar Engeland. Op de terugweg hoort Felix van het overlijden van Fanny; zijn gezondheid krijgt een grote knauw. Tijdens een retraite in Zwitserland leeft hij echter nog één keer op, met als vrucht een aangrijpend requiem voor Fanny: het Strijkkwartet in f (opus 180). Op 4 november 1847 overlijdt Felix, slechts 38 jaar oud.

Na Felix’ dood spreekt men aanvankelijk wereldwijd van een groot verlies. Algauw komt er echter minachting voor in de plaats. Richard Wagners antisemitische pamflet ”Das Judentum in der Musik” doet de reputatie van Mendelssohn geen goed. Veelbetekenend: pas in 1892 krijgt de musicus in Leipzig een standbeeld (afbeelding). Er zijn ook lovende woorden, onder anderen van Robert Schumann, Max Reger en Johannes Brahms. Vanaf 1933 mag de muziek van Mendelssohn in Duitsland niet meer gespeeld worden; zijn standbeeld wordt zelfs omvergehaald. Na het naziregime is er een kentering: er komt aandacht voor Mendelssohns héle oeuvre. Heden ten dage wordt de componist gezien als een van de belangrijkste voortzetters van de klassieke stijl. Zelfs historisch georiënteerde dirigenten als Frans Brüggen en Philippe Herreweghe voeren zijn werk uit. Na 200 jaar is Mendelssohn niet meer weg te denken uit de muziekgeschiedenis.

Levensloop
1807: Jakob Ludwig Felix op 3 februari in Hamburg geboren.
1811: gezin Mendelssohn verhuist naar Berlijn.
1816: Fanny (10), Felix (7), Rebecka (5) en Paul (3) gedoopt.
1816: pianoles van Ludwig Berger, vioolles van Wilhelm Henning.
1818: eerste openbare optreden als pianist.
1819: les in muziektheorie van Carl Friedrich Zelter.
1821: reis naar Leipzig en Weimar; eerste ontmoeting met Goethe.
1822: begin zondagsconcerten in huize Mendelssohn.
1827: inschrijving universiteit Berlijn; colleges van o.a. Hegel.
1829: uitvoering Matthäus Passion van Bach in Singakademie Berlijn.
1829: studiereis naar Engeland en Schotland.
1830-1832: studiereis naar Italië, Frankrijk en Engeland.
1835: muziekdirecteur van de Gewandhausconcerten in Leipzig.
1836: première van oratorium ”Paulus” in Düsseldorf.
1837: huwelijk met Cécile Jeanrenaud (1817-1853).
1841: koninklijke kapelmeester van Saksen en Pruissen; huiscomponist van Friedrich Wilhelm IV.
1842: zevende reis naar Engeland; ontvangst bij koningin Victoria.
1843: oprichting eerste conservatorium in Leipzig.
1846: première van oratorium ”Elias” in Birmingham.
1847: dood van zus Fanny op 14 mei.
1847: dood van Felix op 4 november in Leipzig; begrafenis op 8 november in Berlijn.


Lees ook:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek