Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Voorzitter VOGG: Geen slordig maar spannend orgelspel

 Dirk Jan Versluis bij 'zijn' orgel in de gereformeerde gemeente in Stolwijk.

Dirk Jan Versluis bij 'zijn' orgel in de gereformeerde gemeente in Stolwijk.

„Gewoon lekker muziek maken.” Die zin valt een aantal keren in het gesprek met de kersverse voorzitter van de Vereniging Organisten Gereformeerde Gemeenten (VOGG). Dirk Jan Versluis (24) wil zich vooral niet in een hokje laten stoppen. Maar: „Spannend orgelspelen is wat anders dan slordig spelen.”

Het gesprek vindt plaats in het kerkgebouw van de gereformeerde gemeente in Stolwijk, waar Dirk Jan Versluis al twaalfenhalf jaar organist is. De gemeente beschikt over een elektronisch Monarkeorgel. Eigenlijk vindt Versluis, die zaterdag benoemd werd als nieuwe voorzitter van de VOGG, het wel een „statement” dat het boegbeeld van de organistenvereniging van de Gereformeerde Gemeenten zich moet behelpen met „een slecht elektronisch orgel.” De meeste literatuur komt op het instrument niet goed uit de verf, met als gevolg dat Versluis vooral improviseert in de eredienst. „Je moet je qua idioom aanpassen aan de mogelijkheden van een orgel.” Toch is hij niet ontevreden. „Het is een acceptabel orgel, als je er maar goed mee omgaat. Op ieder instrument kun je kwalitatief goed spelen.”

Hij wil zich in de zondagse eredienst vooral dienstbaar opstellen. „Ik ben meestal heel beknopt in m’n voorspelen, sober. Het gaat erom de sfeer van een psalm op te roepen. Verder vind ik het belangrijk om een relatief vertrouwd idioom te hanteren. Geen atonale dingen. Ook toccata’s zul je me eigenlijk nooit horen spelen. Je uitleven in concertante muziek hoort wat mij betreft niet bij de zondagse eredienst. Dat zijn voor mij twee gescheiden werelden.”

Als het over die concertante kant gaat, vallen de namen van Reger, Reubke, Liszt, Mendelssohn. „Grote stukken waar je echt op moet studeren, die hebben mijn hart. Ik ben een gevoelsmens, noem het romantisch. Gewoon in de toetsen grijpen; er moet wel wat gebeuren. Dát heb ik vooral van mijn leermeester Jos van der Kooy geleerd: lekker ordinair muziek maken. Als je de Boléro van Lefébure-Wely speelt, laat het dan ook gewoon ranzig zijn.”

Dat betekent niet dat Sweelinck, Bach en Buxtehude niet op Versluis’ belangstelling kunnen rekenen. „Sweelinck vind ik zeker wel mooi, Buxtehude heb ik veel gespeeld, Bach: natuurlijk. Maar het moet wel spannend gebeuren. Zoals Feike Asma destijds de grote g-moll van Bach speelde, of zoals Ton Koopman Bach vertolkt. Ook de manier waarop Jean Guillou speelt, vind ik interessant. Niet standaard, niet de geijkte paden, gedurfde accenten, keuzes maken. Neem de passacaglia van Bach. Hoeveel opnamen hebben we daar niet van? Alleen daarom al zou je kiezen voor een ‘foute’ registratie.”

De bachelorstudie bij Jos van der Kooy aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bracht hem aan de klavieren van het machtige Müllerorgel in de Haarlemse Sint-Bavo. „In Haarlem kennen ze het fenomeen stadsregistranten. Een ploeg van zo’n vijf man die assisteert bij de orgelconcerten in de Bavo. Tot voor kort was je in dienst bij de gemeente Haarlem, nu is het ondergebracht bij de Philharmonie. Veel organisten maken gebruik van die service. Ze kunnen heerlijk een grote Reger op het programma zetten en hoeven daarvoor alleen maar de regis­traties uit te schrijven. Ideaal.”

De achterliggende vijf jaar stond Versluis op die manier tijdens zo’n twaalf concerten per seizoen op de vingers te kijken van grootmeesters uit binnen- en buitenland. „Heel leerzaam. Jos van der Kooy, die het zelf vroeger ook deed, stimuleerde ons daartoe. Hij had daar meer geleerd dan bij Piet Kee, zei hij wel eens gekscherend. Inderdaad steek je er ontzettend veel van op.”

Wat een hoogtepunt was? „Vorig jaar zomer gaf de Parijse organist Olivier Latry een middagconcert waarop hij onder andere de eerste versie van de grote B.A.C.H. van Liszt speelde. Dat was een hoogtepunt, ja. Het gemak waarmee zo’n man speelt, alles uit z’n hoofd. Technisch gemak gaat bij hem samen met een scherpzinnigheid en een volledige controle over het orgel. Heel boeiend.”

Zulke ervaringen zijn belangrijk om een eigen stijl te ontwikkelen, zegt Versluis. „Je docent heeft één visie op hoe het kan. Als leerling ben je in eerste instantie erop gericht om het ook zo te doen. Maar als je anderen bezig ziet die het heel anders doen, kun je vergelijken. Zo ga je keuzes maken. Het kan op heel veel manieren, als het maar goed gebeurt.”

VOGG

Sinds zijn twaalfde is Versluis lid van de VOGG. „Maar wel vrij passief. Eerlijk gezegd had ik net m’n lidmaatschap opgezegd toen wij onlangs naar Gouda verhuisden.” Toch kwam de organistenvereniging bij hem terecht als opvolger van Chiel Jan van Hofwegen, die sinds 2006 aan het VOGG-roer stond. „Het heeft mij ook verbaasd. Ze vonden de combinatie van orgel en psychologie wel mooi. Dan ben je in ieder geval geen vakidioot, zei men.”

Waarom is de VOGG een leuke vereniging?

„Het is een serieuze vereniging die binnen de gereformeerde gezindte zich sterk wil maken voor goede kerkmuziek. De VOGG kiest ervoor de traditie vast te houden en niet te gaan experimenteren. Dat past me wel. Hier in Stolwijk functioneer ik ook in een betrekkelijk ouderwetse setting. Dat gaat me goed af. Ik ben ook echt een speler en geniet van massale samenzang. Bij mij is tijdens de studie weinig wakker gemaakt als het gaat om de bredere, vocale kerkmuziek. Daarbij is het verenigingsorgaan, Kerk en Muziek, een mooi blad dat velen, ook buiten de Gereformeerde Gemeenten, wat te bieden heeft. Dat vind ik stoer.”

Velen ervaren de VOGG als een elitaire club.

„Ik herken dat er mensen zijn die dat vinden, maar ervaar dat zelf niet zo. Natuurlijk kun je het hebben over de bruikbaarheid en kwaliteit van de jaarlijkse partitabundel. Maar het gaat mij om de visie op kerkmuziek van de vereniging, en daar is niets mis mee. Kijk, de VOGG wil graag slecht spelende organisten bereiken, maar die zitten daar in de regel niet op te wachten. Wat betreft de kerkenraden, onze broodheren om het zo te zeggen: ik zou willen dat de VOGG daar wat dichterbij kon komen. Het contact, daar is het me primair om te doen. Kerken­raden willen vooral een goede preek, de VOGG wil daarnaast ook goede muziek. Ten diepste wil je dus hetzelfde: een goede liturgie. Het is het proberen waard om de neuzen dezelfde kant op te krijgen.”

Wat kunnen liefhebbers van de stijl van Zwart en Asma van jou verwachten?

„Die komen wat mij betreft aan hun trekken. Ik heb niets tegen romantische orgelmuziek, die is in veel gevallen zelfs heel functioneel. Het punt is alleen dat zulke muziek vaak slordig wordt gespeeld, ongelijk, met slepend pedaal. Maar er is een groot verschil tussen slordig spelen en spannend spelen. Een grote Reger of een sonate van Mendelssohn moet je niet clean spelen, dat klinkt niet. Een beetje stevig in de toetsen grijpen is juist leuk. Wat betreft Zwart en Asma: zij hebben zeker mooie muziek. Psalm 146 van Jan Zwart zal ik niet gauw spelen op een VOGG-dag, maar Psalm 51 en 24 en 103: geen enkel probleem. ”Jezus is mijn toeverlaat” van Asma, of ”Alle roem is uitgesloten”, dat is gewoon mooie muziek.”

En de liefhebbers van populaire organisten als Martin Mans en Peter Wildeman?

„De VOGG heeft ook hun wat te bieden. Ik weet wel: als je gaat voor de kwaliteit van McDonald’s kom je niet bij de VOGG uit. Tegelijk rijd ik ook wel eens langs de McDonald’s. Een beetje flirten met de populaire stijl vind ik niet verkeerd. Het zit ’m vaak niet vast op de stijl, maar op de intentie. Ga je ervoor om goede muziek te maken? Als kerkorganisten kiezen voor concertante, makkelijk verteerbare muziek in de eredienst, dan is dat wat mij betreft een verkeerde intentie. Een toccatine met tremulant bij Psalm 42 past niet bij het karakter van de eredienst en ook niet bij de sfeer van die psalm. Maar bijvoorbeeld Pieter Heykoop vragen voor een bijdrage aan de partitabundel? Zeg nooit nooit. Het populaire idioom wil ik er wel bij halen, maar de intentie van veel populaire organisten niet.”

Waar gaat je eerste jaarrede als VOGG-voorzitter over?

„Ik denk dat ik wil benadrukken wat er allemaal al goed loopt. Er gebeurt binnen de vereniging heel veel wat goed is, constructief, positief. Zoals ik het nu zie, is er niets alarmerends. Dat is een mooie start bij een bestuurlijke wissel. Wel wil ik me sterk gaan maken voor het draagvlak van onze vereniging binnen de gereformeerde gezindte. Zowel bij organisten als bij kerkenraden. Het belangrijkste is wat mij betreft dat er in ieder geval contact is met elkaar.”


Dirk Jan Versluis

Dirk Jan Versluis (1987) uit Gouda werd geboren in Krimpen aan den IJssel. Vanaf zijn 6e had hij in Stolwijk orgelles van Arie Burggraaf. Daarna studeerde hij aan de Goudse muziekschool bij Jaap Niewenhuijse en Gerrit Chr. de Gier. Hij deed de bacheloropleiding hoofdvak orgel bij Jos van der Kooy aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Tegelijk studeerde hij aan de Open Universiteit psychologie. Hij werkt als psycholoog bij Psychologische Hulpverlening Haastrecht. Als kerkorganist is hij sinds 1998 verbonden aan de gereformeerde gemeente van Stolwijk.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
 
Reacties
Hallo allemaal,
Doen we niet wat moeilijk over een mogelijk verkeerd uitgewogen uitspraak? Waar kun je het nog meer mee vergelijken?

De VOGG staat voor kwalitatieve orgelmuziek, vooral gezien vanuit de eredienst.
Met alle respect voor mannen als Martin Mans. Toch vraag ik me de muzikale diepzin van zijn spetterende shows wel eens af. En dat is waar Dirk Jan op doelt. Dirk Jan wil graag muziek maken en niet verzanden in lichtverteerbare hapjes die er enorm smakelijk uit zien. Dan wordt het 'muziek' van de grote kudde die mens heet.

Ik denk dat de VOGG een goede tijd tegemoet gaat met Dirk Jan achter de klavieren van de organisatie. Hij weet overal wat van te maken, zelfs van een monarke-orgel, dat is al een compliment waard.

Gerrit
Gerrit | Werkendam | 25 okt 2011 - 22:15
 
Beste allen,

We kunnen er ook heel kort over zijn: laat iedereen in zijn/haar waarde. Het zal altijd zo blijven; kwaliteit en smaak zal blijven verschillen. Ik kan net zo genieten van een mooi stuk van Buxtehude of Vierne als van een mooie niet-ritmische samenzang van PH. Het is zeker een onderzoek waard, waarom orgelmuziek met eten wordt vergeleken.

Zaterdag 15 oktober jl. zou ik na afloop van het concert langs de MC Donalds gaan, maar helaas...daar was geen tijd voor.
Het was genieten om in Hasselt een jongerenkoor (100 leden) te begeleiden. Heerlijk...even geen literatuur studeren...dat doe ik namelijk all 3 uur per dag...en trouwens...De kwaliteit van het koor was meer dan Van der Valk....

Laten we zuinig zijn op 'onze' orgelmuziek.....want ook het orgel zal er niet aan ontkomen; ze wordt impopulair...
Kriston van Bemmel | Utrecht | 18 okt 2011 - 16:03
 
Mc Donalds, wokken, eten bij Pieter Heykoop in de Heyzon of even een patatje bij de snacbar, ik vind het een interessant gegeven dat muziek vaak met eten wordt vergeleken. Dat zou een onderzoek waard zijn. Want er is veel verwantschap tussen eten en muziek. De kok bereidt iets en de organist bereidt iets voor. De gasten eten en het is weg. De concertbezoekers luisteren en het is weg. De kok gooit ingrediënten in de pan en maakt het op smaak. De componist gooit muzikale ingrediënten in zijn werk en maakt het op smaak. Het ene om de smaakzin te prikkelen en de ander om de gehoorzin te prikkelen. Het gaat dus over smaak. En laat nou net de smaak van ieder mens totaal uniek zijn, zo onvoorspelbaar. Daar valt nu eenmaal niet over te twisten. Maar wat maakt een kok tot een goede kok en een componist tot een goede componist...
Ik denk dat de opvatting van Dirk Jan beter gelezen moet worden. Hij haalt de MC Donalds aan en verbindt dit aan "populair". Dus voor de "populatie." In de dikke van Dale betekent het zo goed als dit: "1 bevolking; 2 verzameling individuen waaruit men een steekproef trekt; 3 groep organismen waarvan de individuen onderling verwant zijn." Dirk Jan plaatst in zijn analogie de klemtoon niet op de negatieve klank van populair maar wil ermee "flirten." Daarna gaat hij verder met het wezenskenmerk van muziekmaken: de intentie. Ik denk dat je het beestje bij het naampje moet. Want laten we wel wezen, hoe populair Pieter Heykoop ook is, hij is in het dagelijks leven kok en bij de Heyzon zul je geen big-mac of quarter-pounder kunnen bestellen, of Georg W. Bush moet langskomen zoals jaren terug in Limburg, Margraten toen de kok een meestergerecht had gekookt en meneer wilde hamburgers. Over populair gesproken..
Groet,
Bas
Bastiaan Jan van Vliet | Haarlem | 14 okt 2011 - 00:41
 
Organisten praten niet op deze manier over collega's.
Zeker geen voorzitter van VOGG.
Neem als voorbeeld K.J. Mulder hoe hij dat deed.
Een leer les voor een volgende interview.
jp | w | 13 okt 2011 - 20:55
 
Leden van de Ger. Gem. en aanverwante kerken staan er om bekend dat zij altijd in alles alleen het beste van het beste willen.
Dit resulteerd dus in dure merkkleding, grote nieuwe auto's, weelderige hoofddeksels, een goede inhoudelijk diepgravende preek, verre en luxe vakanties en allen met een kwaliteit van de bovenste plank. Voor een goed totaaloverzicht van deze voor refo's zeer belangrijke en kenmerkende levenswijze, verwijs ik u graag naar de door deze krant georganiseerde beurs 'Wegwijs' die over enige tijd weer zal plaatsvinden.

Een grote tegenstelling met dit hierboven genoemde vormt de muzikale mening en smaak van de doorsnee refo.
Alles over één kam scheren met de term MCdonalds is misschien wat kort door de bocht, maar schept wel duidelijkheid in waar Dirk Jan op doelt. Het feit is er nu eenmaal dat de goegemeente lichtverteerbare muziek het meest waardeert en de organist met een VOGG bundel op de lessenaar kan die smaak echt niet veranderen. Hij speelt dus slechts voor een handjevol liefhebbers.
En dat kan toch ook weer niet de bedoeling zijn? Zeker niet zondag na zondag.

Ik wil u allen een voorstel doen:
Kunnen we niet gaan Wokken? Ben ik zelf ook een groot liefhebber van! Is ook lichtverteerbaar maar biedt toch net iets meer als de MCdonald. Bovendien is het ook erg gevarieerd en voor elk wat wils. Voor de complete menukaart verwijs ik u graag naar de vele cd-opnamen die er gemaakt zijn van de psalmzangdagen o.l.v. Peter Eilander. Op het menu staan o.a. gerechten van Asma, Zwart (J, WH, DJ), Sanderman, Bert Kruis, Frans van Tilburg, Rutger van Mazijk, Nieuwenhuyse, Cor van Dijk en op de nieuwste kaart prijken ook de namen van Marc de Leeuw en Jan Peter Teeuw. Zomaar een greep uit de vele lekkernijen die Eilander door de jaren heen al voor u heeft voorgeproefd!! Deze opsomming is moeiteloos uit te breiden met diverse andere soms traditionele en soms vernieuwende gerechten. Door het enorme zich nog steeds uitbreidende aanbod van wat een wokrestaurant ons te bieden heeft ben ik na al die jaren nog steeds niet uitgewokt. En zo af en toe voeg ik eens een scheutje uit een VOGG bundel toe! En juist deze afwisseling staat er garant voor dat ik blijf eten en dat nagenoeg ook iedereen altijd met mij mee wil uit eten! Uit ervaring blijkt gewoon dat wokken bij bijna iedereen in de smaak valt! Een uitnodiging voor een luxe 'VOGG-9-partita diner' wordt in de meeste gevallen voor bedankt, en voor de MCdonald heb ik zelf m'n geld niet over. En dat laatste komt dan weer omdat ik een bepaalde smaak en mening heb over wat ik persoonlijk kwalitatief waardevol en waardig vindt in een eredienst.

Dus Dirk Jan: Laten we nu eerst eens gaan Wokken met de VOGG, naar de MCdonald rennen kan altijd nog.

En tot slot: "Liever een eenvoudige speler die netjes met MCdonalds-muziek weet te boeien, dan een organist die met een VOGG-bundel of uit het hoofd zit te knoeien"
Cor | Lisse | 12 okt 2011 - 22:55
 
Wat een bizar figuur is deze nieuwe voorzitter! Om de prachtige, stijlvolle muziek van Pieter Heykoop te vergelijken met de McDonald! Deze Versluis zou zich diep en diep moeten schamen. Respect voor een ander is wat ons christenen past. Waarschijnlijk uit hij hier zijn jaloezie.
Sarél | Schiedam | 11 okt 2011 - 10:52
 
Ik denk dat we het nu niet hebben over talent of intellect maar over het feit dat iedere musicus mooie dingen heeft. Ik heb regelmatig concerten met bijvoorbeeld amateurmusici meegemaakt die dan wat hadden geschreven of geïmproviseerd voor de gelegenheid en ik kon daar best door geraakt worden, ook intellectueel... Zo van die kleinoden.
Wat is talent? Wat is muzikaal begaafd? Wat is intellect? Ik ben er nog steeds niet achter waarom sommige zeer getalenteerde mensen nooit zijn doorgebroken en waarom sommige ook zeer getalenteerde mensen wel. Als iemand mij daar een sluitend antwoord op kan geven dan zou dat geweldig zijn want dan bied kansen voor de "stillen in den lande." Kunnen niet getalenteerde mensen doorbreken met iets wat ze eigenlijk niet bezitten? Zo wat van die vragen. Peter Wildeman geen talent? Graag een sluitende definitie over talent vanuit honderden jaren muziekgeschiedenis om daar een antwoord op te kunnen geven.

Groet,

Bas
Bas | Haarlem | 6 okt 2011 - 22:10
 
Beste ch te K,
Je bedoelt het interview uit juni 2008: http://www.refdag.nl/muziek/muzieknieuws/gebakkelei_over_stijl_en_stigma_1_260540
muziekredactie RD | Apeldoorn | 6 okt 2011 - 15:34
 
Sorry, maar over talent gesproken, moet je om talent te ontdekken zelf ook niet een bepaald intellectueel muzikaal talent hebben? Ik kan me verbeelden, doch ik mis dat meestal bij Wildeman. Populair zijn bij breed publiek, wat vooral op soort gevoel is gericht, is nog niet een bewijs van muzikaliteit.
Mans is hoe dan ook wél muzikaal, maar kiest helaas een andere weg, dan die waarmee hij ooit begon.
Ref. gesprek in RD van ? met Chiel-Jan van Hofwegen.
ch | K | 4 okt 2011 - 19:25
 
Bastiaan Jan, je hebt helemaal gelijk hoor! Op z'n tijd kan populaire muziek zeker lekker ontspannend zijn.

Ik zeg niet dat alle muziek van Peter Wildeman en Martin Mans onbruikbaar zijn in de eredienst. Integendeel, ik speel zo nu en dan wat van hen in de dienst. Maar ik bedoelde meer hun toccata's/marsen/walsen, die vind ik niet echt passen in de eredienst. Zulke stukken wil ik niet zien in de VOGG partitabundel, maar net zo goed niet bpaalde psalmbewerkingen die ik nu tegenkom in de bundel, die erg modern zijn, of te complex voor de eenvoudige kerkganger.
JV | R | 4 okt 2011 - 10:05
 
Om een discussie populair/puriteins in de kiem te smoren, vind ik het denk ik belangrijk om niet naar de naam van een organist of componist ten eerste te kijken maar naar de muziek. Ik denk dat Dirk-Jan een helder statement neerzet. Duidelijk en zeker niet hokjes gericht. Ik heb naast Peter Wildeman in de kerkbank gezeten en ken hem al jaren, ging vaak met hem mee en heb bij hem geregistreerd en door hem ben ik met orgel in aanraking gekomen. Ik kan nog goed herinneren dat hij soms van die verrassende wendingen in zijn improvisaties kon hebben en hij heeft een paar cd's waar hij literatuur speelde en dat echt smaakvol deed. Ik heb zelfs veel van hem geleerd tijdens concerten. Laatst speelde ik als begeleider van instrumentalisten op vakantie een compositie van hem en dat zat gewoon goed in elkaar. Gewoon mooi en origineel. Wat wil ik hiermee zeggen? Iedere musicus, in welk idioom dan ook, heeft mooie dingen. Laten we daarnaar kijken. Zelf ben ik vooral bezig (componeren en daarom zeer veel analyse) met kamermuziek, orkestwerken en pianomuziek en ik bestudeer veel soorten interpretaties van grote componisten voor orgel enz. enz. en dan is een populair stukje muziek soms gewoon ontspannen, lekker, verfrissend en zonder pretenties. Laten we vooral genieten van muziek in de vrije tijd en opgebouwd worden door een goede preek + muziek op zondag.
DJ, succes met je functie!

Groeten, BJ
Bastiaan Jan van Vliet | Haarlem | 4 okt 2011 - 01:25
 
Inderdaad fijn dat er een jonge (24! jaar) positieve voorzitter is aangenomen! Jammer alleen dat er weer namen van organisten worden genoemd. Hier schieten we echt niets mee op. Het zijn namelijk wel dé musici die het jong talent ruimte proberen te geven. Om, als er over Heykoop gesproken wordt, te praten met de woorden zoals 'Zeg nooit nooit' is behoorlijk selectief en te terughoudend. Hier moeten we mee ophouden. We moeten bij elkaar houden wat nu nog bij elkaar te houden valt, de muziek wórdt al zó weinig gewaardeerd!
LL | ZH | 3 okt 2011 - 22:46
 
Nuchtere vent, zou wel eens bindend en verfrissend kunnen werken anno 2011, kunnen we wel gebruiken in (kerk)(orgel)land.
Proficiat, enne, je hoef je niet echte te schamen voor een Monarke, 't kan wel slechter.
Huib van der Geer | Oene | 3 okt 2011 - 21:42
 
Mooi zo'n positieve voorzitter!

Toch wil Pieter Heykoop niet onder de populaire organisten scharen. Peter Wildeman en Martin Mans zijn echt populair bezig, die stijl past inderdaad niet binnen onze eredienst. Pieter Heykoop is veel 'degelijker'. Die stijl past wel binnen de eredienst, en wordt door veel mensen gewaardeerd.

Bovendien hoort Pieter Heykoop gewoon bij de ger. gem. Dus wat mij betreft krijgt hij ook gewoon volop de ruimte binnen de VOGG. Peter Wildeman is ook ger. gem. Maar ik hoor hem soms muziek en liederen spelen, daar zou ik als ger. gem. organist niet achter kunnen staan.

JV | R | 3 okt 2011 - 20:52
 
Plaats een reactie
Naam
Woonplaats
E-mail
Bericht
 
Captcha
Verificatiecode

Hiermee wordt voorkomen dat via geautomatiseerde programma's reacties worden gemaakt en spam wordt verstuurd.

Door te reageren gaat u akkoord met de algemene voorwaarden.

 
Knipsels
    Fantasie über den Choral "Wie schön leucht' uns der Morgenstern" (Reger)
    Dirk Jan Versluis, orgel Westerkerk Amsterdam (live mei 2010)
    Preludio, uit Deuxième Symphonie in cis, op. 26 (Dupré)
    Dirk Jan Versluis, orgel Westerkerk Amsterdam (live mei 2010)
    Allegro, uit Concerto d-moll naar Vivaldi BWV 596 (Bach)
    Dirk Jan Versluis, orgel Westerkerk Amsterdam (live mei 2010)
    Meer uit deze rubriek