Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Goes’ orgel: puur én poëtisch

 Kees van Eersel was bijna veertig jaar organist van de Grote Kerk in Goes. „Het is een feest van een orgel. Echt een kerel. Het is met 43 stemmen relatief klein, maar het is zeker geen mietje.” Foto RD, Anton Dommerholt

Kees van Eersel was bijna veertig jaar organist van de Grote Kerk in Goes. „Het is een feest van een orgel. Echt een kerel. Het is met 43 stemmen relatief klein, maar het is zeker geen mietje.” Foto RD, Anton Dommerholt

Hij maakte als organist van de Grote Kerk van Goes bijna 35 jaar vol. Volgende maand neemt Kees van Eersel echter noodgedwongen afscheid van de plek die hem lief is en van het orgel dat hem voortdurend inspireerde.
Kees van Eersel is duidelijk bitter gestemd over wat hem wordt aangedaan nu hij op 15 augustus 65 hoopt te worden. „Ik heb aangeboden om pro Deo nog een paar jaar door te gaan. Maar de meerderheid van de kerkenraad heeft besloten voor mij een vervanger te zoeken.” In de profielschets die is opgesteld voor de nieuw te benoemen organist van de Maria Magdalenakerk wordt duidelijk aangegeven wat voor cantor-organist de gemeente nu zoekt: iemand die breed is, ruimdenkend en geen stokpaardjes berijdt. Van Eersel: „Dat is behoorlijk zuur, ja.”

Er blijkt volgens de organist een hoop oud zeer te zitten. En dat stamt al uit de jaren 80. „Toen liep de spanning zo hoog op, dat mij ontslag is aangezegd. Ik weigerde echter, tenzij men mij helemaal schadeloos zou stellen. Maar dat geld had de kerkenraad niet. Dus bleef ik zitten.”

Waar de kwestie over ging? „Over een predikant die niet wenste te overleggen over de te zingen liederen. En dat terwijl ik verplicht studies kerkmuziek aan het conservatorium had gevolgd! Ik liet dat een poosje gebeuren, maar kon op geen enkele manier nog geïnspireerd raken. De liedkeuze leek vaak nergens op! Daar deed ik dus niet aan mee.”

Het populaire lied blijkt een gevoelig punt bij Van Eersel. „Als ze opwekkingsliederen willen gaan zingen, prima, maar dan stuur ik een vervanger. Aan theologisch slechte en muzikaal flauwe liedjes wens ik niet mee te werken. Als kerk heb je met het Liedboek en het Dienstboek een liturgische en kerkmuzikale traditie waar je zuinig op moet zijn.”

Professional

Overigens gaat het nu al jaren goed tussen organist en predikanten. „Met het huidige viertal is er heel goed overleg over de erediensten. Daarom begrijp ik niet dat ze me niet nog even verder laten gaan. In de meeste stadskerken gaan organisten langer door. Neem Wim van Beek in Groningen. Of Jan Bonefaas, die tot z’n overlijden in Gorinchem aanbleef. Het gekke is: ze laten hier een amateur die iedere zondag onbevoegd en niet al te best zit te spelen, gewoon doorgaan; als ik me niet vergis is hij de 80 gepasseerd. Terwijl een professional die alle kennis en kunde in huis heeft, niet mag blijven. Bizar.”

Op 5 augustus geeft Van Eersel een slotconcert. Dan trekt hij de deur in Goes achter zich dicht. Om er niet meer te komen. „Wij wonen in Kloetinge, dus ik hoef hier niet meer te komen. En dat wil ik ook niet meer.”

Enorme diepte

Als Van Eersel achter de klavieren van ‘zijn’ orgel kruipt, is direct duidelijk dat hij hier als een vis in het water is. „Moet je horen wat een mooie fluiten. Die zijn hier van een schoonheid die je elders in Nederland niet vaak aantreft. Of de strijkers die B.A.G. gerealiseerd heeft.” Met het zwelwerk, dat er door zijn eigen toedoen in 1980 gekomen is, is hij zichtbaar in z’n nopjes. „De tongwerken in combinatie met het zwelwerk: dat geeft een enorme diepte in de klank.”

Het orgel van de Maria Magdalenakerk stamt oorspronkelijk uit 1643, gebouwd door de Engelsman William Deakens. Alleen de kas en een enkele stem resteren uit die tijd. Het huidige binnenwerk, verdeeld over drie klavieren, werd in 1970 door de firma Marcussen gerealiseerd.

Hoe Van Eersel zijn instrument typeert? „Het is een feest van een orgel. Echt een kerel, zoals Arie J. Keijzer hier in het gastenboek schreef. Het is met 43 stemmen relatief klein, maar het is zeker geen mietje.”

Het mooie vindt de organist dat het instrument zo veelzijdig is. „Officieel is dit een neobarok instrument. Maar je kunt hier alles op spelen. Klassiek werk van Buxtehude? Prima.” Hij trekt een fors plenum open en begint een feestelijk preludium. „Maar Franck kan hier net zo goed. Dat Frans-romantische repertoire speel ik dan ook regelmatig. Of Duitse romantiek van Reger. Of deze Engelse muziek.” Hij pakt de ”Introduction, Passacaglia and Fugue” van de relatief onbekende Healy Willan. „Dit ga ik binnenkort in de Laurenskerk in Rotterdam spelen. Prachtig om dat daar te doen. Maar hier klinkt het ook goed.”

Voordat Van Eersel in 1974 in Goes benoemd werd, had hij verschillende organistenfuncties in Rotterdam en Vlaardingen achter de rug. „Dit was wel een droomplek, ja. Ik was in 1970 naar de ingebruikname van het vernieuwde orgel geweest, en toen was me wel duidelijk dat het een mooi instrument was geworden.”

Het orgel heeft hem sinds zijn benoeming gevormd. „Het is een instrument waar je ontzettend veel mee kunt en dat voortdurend inspireert. Het is qua klank heel puur. Maar tegelijk kun je het ook heel poëtisch laten klinken. En die veelzijdigheid past bij mij. Ik ben een muzikale alleseter.”

Pijn

De gemeente van de Maria Magdalenakerk is niet meer zo groot als toen Van Eersel 35 jaar geleden kwam. „In de jaren 70 zat het hier helemaal vol. Zo’n 600 à 700 man. Nu zijn het er 120.”

Het doet hem pijn dat de kerk zo leeggelopen is. En dat, om de eeuwenoude kerk in stand te kunnen houden, er van alles georganiseerd moet worden om inkomsten te verwerven. „Een restaurant in de kerk, een modeshow. Zelfs een lingerieshow waarbij ze hier van de kansel naar het orgel over de catwalk lopen. Onbestaanbaar! Op zo’n manier raak je het gevoel dat de kerk een gewijde ruimte is helemaal kwijt.”

Ademloos

Wat hij het meest zal missen als hij hier is vertrokken? „De samenzang. Dat is het allermooiste van het organistenbestaan: met een psalm of lied voor je neus en dan de tekst verklanken. Dat is een vorm van evangelisatie.”

Hij zet het Liedboek voor zich. „Afgelopen zondag zongen wij hier Psalm 119 vers 5 en 6. De tekst daarvan probeer ik dan weer te geven in m’n voorspel.” Hij begint donker en zwaar. „Maar halverwege gaat er dan al wat meer open. En bij de blijdschap in vers 6 pak ik fors uit. Mooi als je dan merkt dat de gemeente ademloos zit te luisteren naar het voorspel en uit volle borst meezingt.”

Dit is deel 2 in een serie over organisten in een grote stadskerk. Volgende week deel 3: Rotterdam.


Lees ook: Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Gerelateerde artikelen
    Beluister Kees van Eersel op zijn orgel in de Grote Kerk van Goes: Van Eersel.
    Psalm 25:6 (Kees van Eersel)
    Kees van Eersel, Grote Kerk Goes (cd: "Een reis door tijden en landen", MMK01)
    Beluister Kees van Eersel op zijn orgel in de Grote Kerk van Goes: Boëly.
    Fantaisie et Fugue (A.P.F. Boëly)
    Kees van Eersel, Grote Kerk Goes (cd: "Een reis door tijden en landen", MMK01)
    Beluister Kees van Eersel op zijn orgel in de Grote Kerk van Goes: Buxtehude.
    Praeludium und Fuge in C-dur (D. Buxtehude)
    Kees van Eersel, Grote Kerk Goes (cd: "Een reis door tijden en landen", MMK01)
    Meer uit deze rubriek