Sinds 1987 is Jan Jansen organist van de Utrechtse Domkerk. Op z’n vakanties na is hij er: vaak doordeweeks en elke zondag. „Je bekleedt hier het ambt van organist. Je wordt er voor ingezegend, al ben je geen lid van de kerkenraad.” Sinds vroeg jaren zeventig werkt hij mee aan de befaamde zaterdagmiddagconcerten in de Dom. Een mooie opmaat voor de zondag.
„De zondag begint zó heerlijk als ik in alle vroegte vanuit Soest de 18 kilometer naar Utrecht fiets. Voor ik in de kerk ben, heb ik al een paar reeën gezien, soms een vosje. Geïnspireerd arriveer ik. Het licht valt de kerk binnen via de hoge glas-in-loodramen. Als de cantorij arriveert voor de repetitie, zijn de tongwerken al gestemd, want ik houd niet van vals. Er zijn collega’s die liever wat langer slapen. Voor mij moet het hele palet bruikbaar zijn.”
Een liturgie in een dienst van het Citypastoraat in de Dom wijkt sterk af van wat gebruikelijk is in protestantse kerken. De ongeveer 200 gemeenteleden die er op zondagmorgen zitten, zijn „muzikaal goed opgevoed.” De Domcantorij van 35 stemmen maakt vast deel uit van de uitgebreide morgendienst van Schrift en Tafel. Laatmiddag is er een vesper, dan speelt vaak een orgelstudent.
Lofprijzing
„Het gaat bij kerkmuziek om de lofprijzing”, zegt Jansen. „Muziek kan in de dienst zeker een theologische dimensie hebben. Een koraalfantasie van Reger legt de tekst uit, die staat er zelfs onder. Waar woorden tekortschieten, gaat de muziek verder.”
Jansen zingt dikwijls hardop mee als hij begeleidt. „Met Pasen laat je iets van de opstanding horen, met Pinksteren mag de Geest waaien. De heilsfeiten moeten je na aan het hart liggen om er voluit uit te kunnen spelen. Ben je bezig in zo’n dienst, dan dient dat vanuit het geloof te gebeuren. Ik laat me inspireren door de teksten. Dingen ontstaan in de dienst. Als je de lezingen goed volgt, kun je er op reageren. Een mooie liturgieviering is een kunstwerk.”
Vaste organist van de Domkerk, Jansen ervaart het al meer dan twintig jaar als de hoofdprijs. „Het hoofdorgel is zo’n karakteristiek instrument: de klank is meteen herkenbaar. Speel ik elders, dan denk ik: ’t is wel mooi, maar de Dom heeft een veel briljanter plenum. Op dit orgel passen zo veel verschillende stijlen. Een derde van het pijpwerk stamt uit de zestiende eeuw: renaissancepijpen van Peter Janszoon de Swart vullen bijna het hele rugwerk. Een ander deel is van de gebroeders Bätz, uit 1831. Na die tijd is er nog een zwelkast op gebouwd: onontbeerlijk voor de Franse symfonische muziek en fijn voor het begeleiden van koorzang. Mooie grondstemmen op alle klavieren: de volle, warme klank werd al geroemd door de Franse orgelbouwer Cavaillé-Coll. Gelukkig is al dat moois bij de restauratie in 1975 allemaal intact gelaten. Je moet er toch niet aan denken dat het instrument was afgebroken, zoals ooit wel is overwogen.”
Ontplooien
Organist zijn in de Dom, dat schept verplichtingen, die Jansen graag en perfect nakomt. „Je kunt je op een plaats als deze prima ontplooien, maar het vraagt wel hard studeren. In mijn geval komt dat toch neer op vijf uur per dag. Wil je een breed repertoire bieden, dan vraagt dat veel inspanning. Een grote Regerfantasie instuderen, daar moet ik geen week van tevoren aan beginnen.”
Jansen ervaart het als een voorrecht dat hij na 35 jaar lespraktijk aan het Utrechts conservatorium twee jaar geleden kon afzwaaien. „Een baan van 38 uur met studenten, Domorganist, een concertpraktijk en ook nog continuo spelen bij diverse ensembles, het was wel wat veel van het goede. Gelukkig heb ik tegenwoordig wat meer tijd. Bijvoorbeeld om een nieuwe cd te maken, die komend najaar uitkomt.”
De Domcantor is nog vrij jong, de predikante is van middelbare leeftijd en de organist is 63. In de sacristie- en kerkbestuurgesprekken is een- en andermaal de opvolging van het oudste lid van het trio al aan de orde geweest. „De Domcantorij bestaat in 2011 veertig jaar, oktober 2010 moet er een nieuwe organist zijn benoemd, die alle voorbereidingen kan meemaken. Vanaf mei zal de procedure over mijn opvolging in gang gezet worden, precies een jaar later hoop ik terug te treden. Of het storm gaat lopen voor deze eervolle functie? Ik heb geen idee.”
Nieuwe generatie
Op onderdelen is de jonge generatie wellicht wat minder gedreven, zegt hij voorzichtig. „Je moet je hier wel helemaal geven.” Zoon David Jansen (40) volgt hem niet op, verwacht hij. Hoewel een getalenteerd organist –vaste bespeler van het orgel in de Utrechtse Tuindorpkerk en samenspeler met z’n vader op cd– is zoonlief minder gegrepen door kerkmuziek dan vader Jan.
Nuchterheid overheerst in Jansens gedachten als hij denkt aan een tijd ná de Dom. „Als vrijwilliger hoop ik mee te blijven doen, er zijn altijd gelegenheden waarbij mijn diensten van pas komen. Denk alleen al aan de vakanties.”
De data staan vast: op 14 en 15 mei 2011 neemt Jansen afscheid en zal hij voor het laatst officieel als Domorganist ‘voorgaan’. „Dan heb ik vijftig jaar diensten gespeeld, bedacht ik laatst. Een mooiere plek, een beter orgel kon ik me niet wensen. Ik ben een gelukkig mens.”
Dit is deel 6 in een serie over organisten in een grote stadskerk. Volgende week deel 7: Amersfoort.