Het op een goede manier leren omgaan met haar agressie was een van de doelen waaraan Anita, bij wie de gedragsstoornissen ADHD en ODD werden vastgesteld, bij Jeugdhulp moest werken. Daarvoor volgde ze onder meer een Rots en Watertraining. „Daarvan heb ik niet veel geleerd. De therapie was bedoeld om m’n agressie te leren beheersen, maar het waren vooral lessen zelfverdediging. En mezelf verdedigen, dat kon ik al.”
Naarmate ze langer bij Jeugdhulp verbleef, stond Anita meer open voor de begeleiding die ze er kreeg. „Als de leiding iets tegen me zei, dacht ik eerst: Zeur niet, ik ben nu eenmaal zo. Later dacht ik: Als ik weer thuis wil wonen, moet ik me wel anders gaan gedragen.”
Anita herinnert zich een gesprek dat haar hielp de knop om te zetten. „Er was iets gebeurd waardoor ik niet lekker in mijn vel zat. Ik had een gesprek met Jeroen, een van de leiders, en mijn moeder. Jeroen zei: „Je hebt een muur om je heen gebouwd. Die moet steentje voor steentje worden afgebroken.” Dat gesprek was voor mij heel belangrijk. Vanaf dat moment dacht ik: Nu ga ik echt mijn best doen.”
Anita probeerde zaken die haar dwarszaten niet langer op te kroppen, maar er met anderen over te praten. „Elke keer als ik dat deed, zei Jeroen: Kijk, daar gaat weer een steentje.” Dat stimuleerde me. Ik dacht: Als ik zo doorga, mag ik weer naar huis. Uiteindelijk heb ik zelfs twee maanden korter bij Jeugdhulp gezeten dan eerst de bedoeling was. In mijn laatste week hadden we met de groep een kamp in Valkenburg, met als hoogtepunt een bezoek aan de Efteling. Dat was heel geslaagd. Na het kamp mocht ik naar huis.”
Taart
Afgelopen maand ging Anita nog een keer terug naar het behandelcentrum in Broeksterwoude voor een officiële afscheidsbijeenkomst. „We hebben met z’n allen taart gegeten. De groepsleden en de leiders vertelden wat ze het leukste moment met mij hadden gevonden. Jeroen zei: Je kwam binnen als een lief, klein schattig meisje dat sloeg als een kerel. Dat vond ik grappig. Veel mensen denken inderdaad dat ik lief en schattig ben, maar als het erop aankomt kan ik heel fel zijn.”
Anita vond het afscheid „gezellig, maar op sommige momenten ook even moeilijk. Annet, mijn mentor, zei dat ze me zou missen. Toen ik dat hoorde, dacht ik: Ja, ik zal deze mensen ook best missen. Ik heb toch tien maanden met hen doorgebracht. Het was niet altijd gemakkelijk, maar ik heb de hulpverlening wel nodig gehad om nu weer thuis te kunnen wonen.”