AMSTERDAM – Waarom werkten zo veel mensen mee aan de uitvoering van de Holocaust? De Amerikaanse Holocaustexpert Christopher Browning zoekt het antwoord in de psyche van „gewone mannen.”
De eerste Russische troepen marcheerden vrijdag op de kop af 67 jaar geleden Auschwitz binnen. Ze troffen op die januaridag in 1945 duizenden uitgemergelde gevangenen aan: mensen die de Duitsers niet meer tijdig uit de weg hadden kunnen ruimen.
Het Nederlandse Auschwitzcomité grijpt de dag van de bevrijding van het kamp sinds negen jaar aan om de Nooit meer Auschwitz-lezing te organiseren. Vrijdag werd die in het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam uitgesproken door een van de grootste hedendaagse Holocaustonderzoekers: de Amerikaanse historicus Christopher Browning.
Centraal in diens werk, en ook in zijn vrijdag gehouden lezing, staat de met hoofdletters geschreven vraag: Waarom? Browning wil het weten: hoe kan het dat gewone mensen zo makkelijk moordenaars werden? Hoe kunnen mensen andere mensen doodschieten terwijl ze hen in de ogen kijken?
Browning koos nadrukkelijk voor een sociaal-psychologische verklaring: „De meeste mannen werden moordenaars toen hun eenheden met die taak werden belast. Ze werden geconfronteerd met sterke druk om zich aan te passen en met ontzag voor autoriteit.”
In die situatie maakten de meeste daders geen uitgesproken keus tussen loyaliteit aan het naziregime of moraliteit. „De grote meerderheid weigerde te kiezen voor de overwinning van Duitsland en de triomf van het nationaalsocialisme enerzijds of het verlies van Duitsland en de overleving van de christelijke Europese beschaving, zoals Dietrich Bonhoeffer stelt. De meesten dachten dat ze het allebei konden krijgen.”
Die menselijke conditie is niet veranderd, betoogde de historicus aan het eind van zijn lezing. Hij trok parallellen met de genocide in Rwanda. Wie iets over het menselijk vermogen om massamoorden te plegen wil zeggen, kan volgens Browning niet heen om blijkbaar „universele factoren in de menselijke natuur.”
En dus kan de Holocaust opnieuw gebeuren.