Hervertelling Bijbel toont eigen tijd
17-12-2010 21:37 | KerkredactieKAMPEN – Elke hervertelling van de Bijbelse geschiedenis laat iets zien van de tijd waarin zij ontstaan is. Dat werd vrijdag duidelijk tijdens een minisymposium in Kampen.
De bijeenkomst in het universiteitsgebouw vond plaats naar aanleiding van de verschijning van het boek ”Bijbelse geschiedenis herverteld” van prof. dr. C. Houtman.
De emeritus hoogleraar Oude Testament aan de Protestantse Theologische Universiteit in Kampen geeft hierin een documentatie van allerlei hervertellingen van de Bijbel in de loop der eeuwen. Kinder-, jeugd- en gezinsbijbels, lees- en leerboekjes, prentenbijbels en Bijbelse prentenboeken van protestantse, rooms-katholieke en joodse signatuur passeren de revue. Ook de bekende Bijbelse geschiedenissen uit de gereformeerde gezindte komen aan de orde. In het tweede deel van het boek gaat de schrijver aan de hand van enkele Bijbelgedeelten dieper op de hervertellingen in.
Tanja Kootte, conservator van het Utrechtse museum Catharijneconvent, maakte gisteren met behulp van beeldmateriaal van prentbijbels duidelijk dat mensen in de 16e en de 17e eeuw de zeventienjarige Jozef die naar Egypte werd gevoerd, zagen als een jongen van een jaar of tien. Dat is een heel verschil met de hedendaagse Joseph uit een gelijknamige musical, die gespeeld wordt als stoere puber.
Kerkhistoricus Jasper Vree wees erop dat een ondogmatisch boekje met hervertellingen van Ahasveros van den Berg aan het eind van de achttiende eeuw trendsettend was. Orthodox-gereformeerde predikanten als Dirk Molenaar, C. E. van Koetsveld en A. P. A. du Cloux maakten gebruik van het boekje, dat in totaal honderd drukken kende. De Vree: „De vertellingen van Johan Vreugdenhil waren pas mogelijk doordat de orthodoxie zich in de negentiende eeuw deze moderne benadering eigen maakte.”
Jan Greven, oud-hoofdredacteur van Trouw, gaf aan in de vorige eeuw een duidelijke verschuiving in de hervertellingen te zien. Tot het midden van de eeuw waren dogmatische begrippen, zoals de leiding van God en een beschrijving van de hemel, heel gewoon in de hervertellingen. Daarna kwamen vooral verhalen met een ethisch doel aan bod. De latere hervertellingen, zoals die van ds. Nico ter Linden, ruimen een grote plaats in voor het gevoel, met bijvoorbeeld beschouwingen over het ouder worden.
Moderne hervertellingen weten, aldus Greven, weinig raad met onderwerpen als de zon die stilstaat (Jozua 10) en de beren die de kinderen verscheuren (2 Koningen 2). Hij erkende dat hij zich ook in die richting ontwikkeld heeft, maar vroeg zich af of hij veel is opgeschoten met zo’n „gekuist geloof.”