Na vet en suiker is zout aan de beurt. Aanstaande donderdag vat de Consumentenbond de koe bij de horens. Op een congres maakt de bond cijfers bekend over de -soms opzienbarend hoge- zoutgehaltes in voedingsmiddelen. Tevens gaat een campagne van start die het zoutgebruik moet terugdringen. Daarbij richt de consumentenorganisatie de pijlen vooral op de industrie.
Driekwart van de dagelijkse zoutinname is namelijk afkomstig van producten die mensen veel gebruiken: brood, ontbijtgranen, kaas, vleeswaren, soepen en sauzen. De opkomst van kant-en-klaar producten heeft de situatie de laatste decennia fors verslechterd. Het zoutgehalte in al deze voedingsmiddelen kunnen consumenten niet beïnvloeden.
Producenten gebruiken zout vooral om voedingsmiddelen op smaak te brengen. Daarnaast heeft het een conserverende werking. Prettig is verder dat het een goedkope grondstof is, die een eventuele slechte smaak verdoezelt en vocht vasthoudt. Dat laatste betekent meer gewicht voor minder geld. Redenen te over voor producenten om het terugdringen van het zoutgebruik tegen te werken. Dat is de afgelopen jaren dan ook gebeurd.
„Maar het tij begint te keren”, zegt epidemioloog dr. Marianne Geleijnse. Ze is werkzaam bij de vakgroep humane voeding van Wageningen Universiteit en promoveerde in 1996 op onderzoek naar de invloed van zout op de bloeddruk. Ze is ook betrokken bij de World Action on Salt and Health (WASH), een internationale organisatie van wetenschappers die zich inzet voor het terugdringen van het zoutgebruik. „De organisatie heeft een vrij agressieve benadering. Dat deed mij aanvankelijk aarzelen om lid te worden, maar ik onderken nu dat er niets gebeurt als je er niet echt werk van maakt.”
Doden
Geleijnse leverde de cijfers waarmee de Consumentenbond de campagne onderbouwt. Keukenzout zorgt jaarlijks in Nederland voor naar schatting 2600 herseninfarcten en 2500 hartinfarcten met dodelijke afloop. Oorzaak is stijging van de bloeddruk door natrium in keukenzout (zie kader).
Natrium wordt uitgescheiden door de nieren. Daarbij maken die organen het hormoon renine aan. Dat leidt tot een reeks ingewikkelde hormonale en enzymreacties, waarbij onder meer de concentratie van het eiwit angiotensine-2 in het bloed stijgt. Dat eiwit zorgt voor vernauwing van de bloedvaten en stijging van de bloeddruk.
Een hogere bloeddruk betekent een grotere druk op de vaatwand, waardoor op langere termijn vaatwandbeschadiging kan ontstaan. Ook de hartspier moet permanent een grotere inspanning leveren. Gevolg is een verhoogd risico op een hart- of herseninfarct. Geleijnse: „Wij vinden het in westerse landen normaal als de bloeddruk stijgt met de leeftijd. Maar zo gewoon is dat niet.”
Dat blijkt bijvoorbeeld uit gegevens van de zogeheten Intersaltstudie. Daarin werd onder meer gekeken naar de bloeddruk van de Yanomamo-indianen in Brazilië. Zij eten alleen producten uit het oerwoud. De hoeveelheid natrium die ze via hun urine uitscheiden, ligt 200 keer lager dan die van de gemiddelde westerling. Opmerkelijk is volgens Geleijnse dat hun bloeddruk niet stijgt met de leeftijd. Bejaarde indianen uit deze stam lopen rond met een bovendruk van 100 mm kwik (Hg). In Nederland kijkt niemand ervan op als iemand van 70 jaar een bovendruk heeft van 160 mm Hg en een onderdruk van 95 mm Hg.
Geleijnse wijst erop dat genetische verschillen dit verschijnsel niet kunnen verklaren. Wel is het zo dat de indianen geen overgewicht hebben, veel bewegen en geen -bloeddrukverhogende- alcohol gebruiken. Bij indianen die verhuizen en anders gaan eten en leven, stijgt de bloeddruk na verloop van tijd.
Door vermindering van de hoeveelheid keukenzout in voedingsmiddelen valt op bevolkingsniveau volgens Geleijnse een forse gezondheidswinst te behalen. Uit Brits onderzoek bleek dat een vermindering van de zoutconsumptie met 3 gram per dag bij mensen met een te hoge bloeddruk leidde tot een daling van de bovendruk van 3,6 tot 5,6 mm Hg. De onderdruk daalde met 1,9 tot 3,2 mm Hg. Bij mensen met een normale bloeddruk lagen die waarden op 1,8 tot 3,5 mm Hg (bovendruk) en 0,8 tot 1,8 mm Hg (onderdruk). Bij 6 gram is die daling twee keer en bij 9 gram zelfs drie keer zo groot.
Mensen met een verhoogde bloeddruk profiteren er dus het meeste van, maar ook op gezonde personen heeft vermindering van de zoutconsumptie een positieve invloed. De meeste patiënten met een beroerte of een hartinfarct komen niet uit de kleine groep mensen met een sterk verhoogde bloeddruk, maar uit de rest van de bevolking met een gemiddelde bovendruk van 125 mm Hg. Geleijnse: „Als je zo’n waarde kunt verlagen naar 122 mm Hg of minder, lijkt dat misschien weinig, maar over de gehele bevolking gezien leidt dat tot een forse vermindering van het aantal beroertes en hartinfarcten.” Op basis van een paar rekensommen met de meest recente cijfers van de Hartstichting schat ze dat in Nederland een zoutreductie van 6 gram per dag resulteert in 24 procent minder dodelijke beroerten (2661 personen) en 18 procent minder hartinfarcten (2535 personen).
Vergelijkbare positieve uitkomsten werden vorige week gepubliceerd in de British Medical Journal op basis van langetermijngegevens van 2400 onderzoeksdeelnemers. Daaruit komt naar voren dat mensen met een licht verhoogde, maar nog net als normaal beschouwde bloeddruk al baat hebben bij een zoutbeperking van 25 tot 35 procent. Dat leidde in een periode van tien tot vijftien jaar tot 25 procent minder hartinfarcten en beroertes en een sterftedaling van 20 procent vergeleken met een controlegroep die de zoutinname niet aanpaste.
Het advies van een zoutconsumptie van 6 gram per dag is overigens niet gebaseerd op wat vanuit gezondheidsoogpunt het meest gewenst is, maar wat praktisch haalbaar is, zo geeft de Gezondheidsraad aan in de eind vorig jaar gepresenteerde Richtlijnen Goede Voeding. De Wereldgezondheidsorganisatie houdt 5 gram aan.
Actie
Bij het huidige voedingsmiddelenaanbod is 6 gram zout per dag niet haalbaar. Het is daarom tijd voor actie, vindt Geleijnse en met haar de Consumentenbond. Nederland loopt op dit punt toch al achter vergeleken met andere Europese landen. In België, Engeland, Finland en Frankrijk, zijn bakkerijen inmiddels begonnen de hoeveelheid zout in brood geleidelijk te verlagen. „Als je dat op die manier doet, merken mensen er niets van. Er zijn goede ervaringen mee opgedaan.”
Belangrijk is volgens Geleijnse ook de etikettering van voedingsmiddelen. De hoeveelheid zout of natrium wordt vaak niet vermeld of er staat het Engelse woord sodium, waarvan vrijwel niemand de betekenis kent. „Dat moet veranderen. Op de labels moet voortaan komen te staan hoeveel zout er in een product zit en hoeveel procent dat is van de aanbevolen maximale dagelijkse hoeveelheid. Dat kan betekenen dat je door het eten van een bepaald product in één keer die grens hebt bereikt. Mensen hebben er recht op dat te weten.”
Meer info: www.worldactiononsalt.com/index.htm; www.consumentenbond.nl; www.voedingscentrum.nl
Een kwestie van de juiste balans
Twee mineralen spelen een belangrijke rol bij het regelen van de bloeddruk: natrium en kalium. Natrium verhoogt de bloeddruk, kalium verlaagt deze juist. „Als je natriumzout vervangt door kaliumzout, snijdt het mes aan twee kanten”, zegt Geleijnse.
Onze oorspronkelijke voeding uit de natuur is arm aan natrium en rijk aan kalium. In de bewerkte voedingsmiddelen die we kopen, is die verhouding uit balans geraakt.
Door toegevoegd zout en verlies van kalium tijdens allerlei bewerkingen krijgen we nu veel meer natrium binnen dan kalium, stelt Geleijnse, terwijl de verhouding andersom hoort te zijn.
Wie denkt dat zeezout of andere speciale zouten een goed alternatief vormen, heeft het mis. Dat zout bevat namelijk net zoveel natrium als gewoon keukenzout.
Toch bestaan er wel degelijk vervangende middelen. In dergelijke producten is het natrium voor een belangrijk deel vervangen door kalium. In principe smaakt dit natriumarme zout hetzelfde als de gewone variant, al vinden sommige mensen het iets bitterder van smaak.
Voor zouten met kalium geldt: ze zijn niet voor iedereen geschikt. Mensen met nierproblemen moeten oppassen met het gebruik van kaliumhoudende middelen. Datzelfde geldt voor gebruikers van kaliumbesparende plastabletten of medicijnen tegen een hoge bloeddruk of hartfalen. Wie een zoutvervanger met kalium wil gebruiken en medicijnen slikt, moet dat eerst overleggen met de behandelend arts of specialist, diëtist of apotheker.
Beperking van de consumptie van keukenzout kan door zo weinig mogelijk gebruik te maken van door de industrie bewerkte producten. Wie bijvoorbeeld zelf soep maakt, zonder een pakje te gebruiken, bepaalt zelf wat erin gaat. Met kruiden zijn maaltijden ook goed op smaak te brengen zonder bloeddrukverhogende effecten.
Een aantal zoutvervangers op een rij:
JOZO Natriumarm
Prijs en inhoud: 0,79 euro voor 90 gram
Te koop bij: diverse supermarkten
Omschrijving: Mengsel van 29,9 procent natriumchloride (keukenzout) en 68,8 procent kaliumchloride. Bevat jodium (50 mg/kg), wat belangrijk is voor de werking van de schildklier. Ook verkrijgbaar in een bus van 450 gram. Het product werd voorheen verkocht onder de naam JOZO Vitaal.
Herbamare Natriumarm (A. Vogel)
Prijs en inhoud: 3,95 euro voor 125 gram
Te koop bij: natuurvoedingswinkel
Omschrijving: Mengsel van 97,3 procent kaliumchloride en veertien verschillende biologisch geteelde groenten, tuinkruiden en specerijen. Bevat verder jodiumhoudende zeewieren (minder dan 1 procent), maar het jodiumgehalte blijft onduidelijk.
LoSalt
Prijs en inhoud: 0,72 euro voor 75 gram
Te koop bij: verschillende supermarkten
Omschrijving: Mengsel van 66,6 procent kaliumchloride en 33,3 procent natriumchloride. Verkrijgbaar met en zonder jodium (50 mg/kg) en in een 350-grams verpakking.
Rekenen met zout
Keukenzout bestaat uit natriumchloride. Wie wil weten hoeveel keukenzout een product bevat, moet het natriumgehalte vermenigvuldigen met 2,5. Als een voedingsmiddel 400 milligram natrium bevat, betekent dit dat er 1 gram keukenzout in zit. Meer natrium heeft een mens per dag niet nodig. De huidige inname van de gemiddelde Nederlander schommelt rond de 11 gram (4400 milligram natrium) per dag.
Als een snee brood bijvoorbeeld 185 milligram natrium bevat, dan komt dat overeen met 0,46 gram keukenzout. Vijf boterhammen leveren dan 2,3 gram keukenzout. Dat is zo’n 40 procent van de aanbevolen maximale dagelijkse inname van 6 gram.
Belangrijke zoutbronnen in de voeding zijn: brood, kaas, vleeswaren, sauzen, groenten uit glas of blik en kant-en-klaarmaaltijden.
Natriumgehalte van enkele voedingsmiddelen:
Volkorenbrood, per snee 185 mg
Goudse 48+-kaas, 1 plak: 176 mg
Salami of cervelaat voor snee brood: 189 mg
Sperziebonen uit blik/glas (200 gram): 498 mg
Groentesoep, 1 bord: 828 mg
Halvanaise, 1 lepel: 188 mg
Tomatenketchup, 1 lepel: 179 mg
Bamibal: 659 mg
Bitterbal: 145 mg
Loempia: 915 mg
Pizza met kaas en tomaat, 1 stuk: 2094 mg
Bron: Hartstichting. Meer informatie: www.hartstichting.nl/hartfalen/leven_tabel_tabel.html