Addie Bouwman, stafadviseur medische hulpmiddelen in het Universitair Medisch Centrum Groningen, windt er geen doekjes om. Er is volgens hem sprake van een ongewenste situatie. „Daar kwamen we achter toen we als ziekenhuis in 2005 zelf onderzoek deden naar de kwaliteit van bloeddrukmeters. Van de tien geteste meters vielen er acht om uiteenlopende redenen af. Ik viel bijna van mijn stoel toen ik de resultaten onder ogen kreeg.”
Bouwman liet de test uitvoeren om te zien welke bloeddrukmeters het beste kunnen worden verstrekt aan levertransplantatiepatiënten. Zij krijgen na de ingreep vanuit het UMCG een bloeddrukmeter mee om thuis metingen te doen.
De zogeheten CE-certificering zegt niets over de nauwkeurigheid van een apparaat, weet Bouwman. „Die zegt vooral iets over de eigenschappen van producten, zodat ze tussen de EU-landen verhandeld kunnen worden. Zij biedt geen houvast als het gaat om een kwaliteitsbeoordeling en de vereiste nauwkeurigheid.”
Cardioloog in opleiding Richard Braam, werkzaam in het Sint Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein, beaamt dit. Braam deed onder meer onderzoek naar de nauwkeurigheid van twee bloeddrukmeters en zal op woensdag 31 januari hierop promoveren aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Kwikmanometers
Vroeger vormden kwikmanometers het gereedschap waarmee artsen en verpleegkundigen de bloeddruk bij hun patiënten vaststelden. Het waren nauwkeurige apparaten. Uit milieuoverwegingen moesten de kwikmanometers echter het veld ruimen. Analoge en digitale meters hebben hun plaats ingenomen. Zowel professionals in de zorg als consumenten werken ermee. De keuze in digitale meters voor de consumentenmarkt is enorm en verandert voortdurend doordat fabrikanten meters van de markt halen en nieuwe apparaten introduceren.
„De slechte gaan uit de handel. Dat is niet verkeerd, ware het niet dat ze vaak in een ander jasje en met enigszins aangepaste software, voorzien van ondoorzichtige productnamen en nummercodes, weer terugkeren. De nieuwe meters moeten weer getest worden, maar er is op dit moment geen organisatie in Nederland die dit doet”, aldus Bouwman. Hoewel de keuze groot is, maken verschillende fabrikanten in de praktijk volgens hem nogal eens gebruik van dezelfde onderdelen.
Braam deed onderzoek naar een bovenarmmeter en een polsmeter (zie kader ”Arm- en polsmeters”). Beide waren onvoldoende nauwkeurig. Bij de bovenarmmeter ging het om de Welch Allyn Vital Signs Monitor 52000, een oscillometrisch (zie kader ”Manchet drukt slagader even dicht”) werkende bloeddrukmeter. De onderdruk week gemiddeld af (zie hetzelfde kader) met 5,3 millimeter kwikdruk (mm Hg), de bovendruk met 7,5 mm Hg, vergeleken met een kwikmanometer.
Dat lijkt niet erg verontrustend, maar er waren uitschieters waarbij Braam afwijkingen mat tot 20 mm Hg. Het kan het verschil betekenen van wel of niet naar een arts gaan. Wie een onderdruk meet van 90 mm Hg zal geen actie ondernemen. Maar als die in werkelijkheid 110 mm Hg bedraagt, is vaak behandeling vereist. De meter werd dan ook als onnauwkeurig gekwalificeerd.
Slecht exemplaar
Braam vindt het opmerkelijk dat dezelfde meter in een buitenlandse test wel goed uit de bus kwam, hoewel het testprotocol nagenoeg identiek was. „We hebben uitgezocht wat daarvan de oorzaak kon zijn, maar dit leverde geen sluitende verklaring op. Wellicht hebben wij een slecht exemplaar getest. Maar ook dat mag uiteraard niet voorkomen, vooral niet omdat dit type nogal eens in ziekenhuizen wordt gebruikt”, aldus Braam.
De Omron RX-M, een polsmeter die inmiddels uit de handel is genomen en vervangen door een ander type, kwam evenmin goed uit de bus. De gemiddelde afwijking van de onderdruk was ongeveer 8 mm Hg. Met betrekking tot de bovendruk was de score beter, met een gemiddelde afwijking van 2,5 mm Hg. Maar ook deze meter vertoonde in de praktijk afwijkingen tot 20 à 30 mm Hg. Braam kon niet anders dan ook deze meter afkeuren, al tekent hij er wel bij aan dat de meters van Omron niet over de hele linie slecht zijn.
De promovendus deed ook literatuuronderzoek. Daaruit bleek dat de nauwkeurigheid van veel oscillometrische meters bij hogere bloeddruk afneemt. Braam wijst op een overzichtelijke Brits-Amerikaanse website (zie link aan het eind van dit artikel) waarop testresultaten staan vermeld en die geregeld wordt vernieuwd. „Patiënten met een hartritmestoornis, zoals het veelvoorkomende boezemfibrilleren, zijn uitgesloten. Zij hebben een onregelmatig ritme en verschillende polsgolven. De meters geven dan wel een waarde, maar die is onbetrouwbaar.” Ook zwangere vrouwen doen niet mee. Bouwman: „Voor die groepen zijn meer geavanceerde meters nodig.”
Bij de groep van Bouwman in Groningen kwamen twee apparaten uit de bus die de toets der kritiek konden doorstaan: de Tensoval Comfort en de BOSO Medicus Prestige, bovenarmmeters vervaardigd door twee Duitse bedrijven gevestigd in de buurt van Stuttgart. Bouwman: „We hebben de meters door onze eigen technische dienst op hun nauwkeurigheid laten testen en vervolgens gekeken hoe ze in het gebruik voldoen.”
Keurmerk
Zowel Braam als Bouwman pleit voor invoering van een keurmerk. De Consumentenbond krijgt geregeld vragen van leden over bloeddrukmeters. Woordvoerder Frederique Hermie: „Momenteel beschikken we alleen over een oude Duitse test. Die sturen we mensen desgevraagd toe. We overwegen om een groot onderzoek naar bloeddrukmeters te gaan doen en de uitkomsten te zijner tijd te publiceren in de Consumentengids.”
Ook TNO heeft plannen om het testen van bloeddrukmeters weer op te pakken nadat dit al jaren niet meer is gebeurd, zegt Mirjam van der Gugten van TNO Certification, een dochter-bv van TNO. „Met bloedglucosemeters voor diabetespatiënten hebben we dat al gedaan. De resultaten staan op onze website tnokeur.nl. We proberen nu fabrikanten van bloeddrukmeters over de streep te trekken. Dat kost geld, maar het is tegelijk in hun eigen belang het keurmerk te verwerven.”
Meer informatie: http://www.dableducational.com/sphygmomanometers/devices_2_sbpm.html#ArmTable en www.tnokeur.nl.
Voeding voor ideale bloeddruk
Een ideale bloeddruk schommelt rond de waarden van 120 en 80 millimeter kwikdruk (mm Hg); 120 is de bovendruk of systolische bloeddruk. Dit is de druk in de bovenarmslagader op het moment dat de hartkamers zich samenpersen en het bloed in de slagaders pompen; 80 is de onderdruk of diastolische bloeddruk. Dit is de druk die heerst in de slagaders als de hartkamers zich vullen met bloed voorafgaand aan het moment dat ze zich samentrekken.
Een systolische bloeddruk tot 140 mm Hg wordt als normaal beschouwd. Datzelfde geldt voor een diastolische bloeddruk tot 90 mm Hg. Daarboven is -afhankelijk van de gemeten waarden- sprake van een licht tot ernstig verhoogde bloeddruk (hypertensie).
In veel gevallen heeft hypertensie geen duidelijke oorzaak. Bepaalde leef- en eetgewoonten hebben wel een nadelige of positieve invloed op de bloeddruk. Bloeddrukverhogend werken overgewicht, keukenzout (natrium), overmatig alcoholgebruik en gebrek aan lichaamsbeweging. Ook stress geldt als een risicofactor, al verschilt de invloed daarvan per persoon. Sommige mensen reageren op stress door meer te snoepen, meer alcohol te drinken of meer te roken. Dan is niet de stress zelf, maar het gedrag om de spanning te verlichten oorzaak van de bloeddrukstijging.
Het Amerikaanse National Blood Pressure Education Committee deed in 2002 aanbevelingen voor een optimale bloeddruk. Geadviseerd werd de Body Mass Index onder de 25 kg/m2 te houden en de inname van keukenzout te beperken tot 6 gram per dag (is nu gemiddeld 9 gram), te streven naar een kaliuminname van ten minste 3,5 gram per dag, gedurende ten minste een halfuur per dag lichamelijk actief te zijn en het dagelijks alcoholgebruik te beperken tot omgerekend twee pilsjes of twee glazen wijn. Het programma legt de nadruk op een gevarieerde voeding met veel groente, fruit, vis, noten en magere zuivelproducten, waarbij de inname van transvetten en verzadigd vet beperkt wordt. Gewichtsbeperking en meer bewegen zorgen voor het sterkste bloeddrukverlagende effect, gevolgd door beperking van het alcoholgebruik en de inname van keukenzout.
Bloeddrukverlagende voedingsstoffen:
Magnesium (vis, bieslook, volkorenproducten, peulvruchten, spinazie, kool, pruimen, noten).
Kalium (vlees, kabeljauw, tonijn, volkorenproducten, broccoli, aardappelen, rozijnen, groente en fruit (onder andere banaan). De kaliumopname wordt negatief beïnvloed door koffie, alcohol, (geraffineerde) suiker, een koolhydraatarm dieet en een te hoog gebruik van keukenzout.
Omega 3-vetzuren (visolie, haring, zalm, makreel) en omega 9-vetzuren (olijfolie).
Lycopeen (tomaten, abrikozen, rode grapefruit).
Meer informatie en bronnen: www.voedingsmagazine.nl/artikel.asp?id=706&uitgaveid=47; http://sitemap.voorhethart.nl/?i_id=4121; http://www.kruidenvrouwtje.nl/mineralen/kalium.htm; http://www.zibb.nl/landentuinbouw/voedingstuinbouw/nieuwsbericht/asp/artnr/1219071/vrie/3/index.html.
Arm- en polsmeters
Er zijn voor thuisgebruik twee typen automatische bloeddrukmeters verkrijgbaar: de bovenarmmeter en de polsmeter. Beide maken gebruik van een manchet dat respectievelijk om de bovenarm of de pols wordt gelegd. De meting gebeurt vervolgens automatisch. Het resultaat is afleesbaar op een schermpje.
Bij de polsmeter is het voor de nauwkeurigheid van de meting belangrijk dat de pols wordt opgetild ter hoogte van de borstkas. Het handige van deze meter ten opzichte van de polsmeter is dat de mouw niet hoeft te worden opgestroopt om de meting te kunnen verrichten. De groep van Bouwman (UMCG) koos bewust voor bovenarmmeters omdat mensen daar de minste fouten mee kunnen maken als het gaat om de juiste houding.
Een goede meter voldoet volgens Bouwman ten minste aan de volgende eisen: hij is voorzien van een begrijpelijke Nederlandstalige handleiding met duidelijke afbeeldingen; snelle en nauwkeurige meting door één druk op de knop; ook meting hartfrequentie; goede geheugenfunctie; foutmelding bij verkeerd gebruik en signaal bij voltooien meting; verwisselbaar (voor kinderen) en met water en zeep te reinigen manchet; werkzaam op netvoeding en batterijen; minimaal drie jaar garantie.
Wat betreft de technische nauwkeurigheid van de apparaten zelf zijn er volgens promovendus Braam in principe geen verschillen. „De bloeddrukwaarden die de polsmeters geven, zijn geijkt op die van de bovenarmmeters. De bloeddruk van de pols wijkt af van die van de bovenarm, maar dit verschil corrigeert het apparaat.”
Zelf bloeddruk meten
Bij bloeddrukcontroles is het belangrijk altijd aan dezelfde arm te meten. Tussen beide armen kan namelijk een verschil zitten. Als de afwijking groot is, duidt dit op vaatvernauwing en is verder onderzoek nodig.
Een goede vergelijking van bloeddrukwaarden op verschillende dagen is alleen mogelijk als de meting plaatsheeft op dezelfde tijd en onder dezelfde omstandigheden. Wie wil weten hoe de bloeddruk zich in de loop van een dag ontwikkelt, dient uiteraard op verschillende tijden te meten.
De bloeddruk is ’s morgens en ’s avonds vaak wat lager dan midden op de dag.
Manchet drukt slagader even dicht
Het oppompen van de manchet om de bovenarm of de pols heeft als effect dat de armslagader wordt dichtgedrukt. Bij het leeglopen van de manchet loopt de druk terug. Op het moment dat de druk in de slagader gelijk is aan de druk van de manchet perst zich weer bloed door de slagader. Daardoor ontstaat een pulserend geluid op het ritme van de hartslag. De arts kan deze zogeheten Korotkovtonen -genoemd naar de Russische militaire chirurg Nicolai S. Korotkov, die in 1909 het principe ontdekte- horen via de stethoscoop in de elleboogplooi. Zodra de tonen hoorbaar zijn, leest de arts de bovendruk of systolische bloeddruk af op de kwikmanometer. De bovendruk in de slagaders is de druk die heerst op het moment dat de hartkamers zich samentrekken en bloed in de slagaders persen.
Als de manchet verder leegloopt, verwijdt de slagader zich. Op het moment dat het bloedvat weer volledig is geopend, verdwijnt het geluid van het passerende bloed. Op dat moment leest de arts de onderdruk of diastolische bloeddruk af. Dat is de druk in de slagaders die heerst op het moment dat de hartkamers zich ontspannen en de druk in de slagaders lager is.
De werking van moderne oscillometrische bloeddrukmeters is anders. Deze bloeddrukmeters meten trillingen. Oscillare is het Latijnse woord voor ’schommelen’. Het apparaat meet trillingen in de vaatwand die ontstaan tijdens het dichtdrukken en weer opengaan van de slagader in de arm, ook weer door druk op en af te bouwen in de bloeddrukmanchet. De maximale trilling komt overeen met het niveau van de gemiddelde slagaderlijke bloeddruk. De bovendruk (systole) en de onderdruk (diastole) worden vervolgens via een ingebouwd softwareprogramma berekend op basis van deze gemiddelde slagaderlijke bloeddruk.