Diameter (equator): 4879,4 km
Dichtheid: 5,43 g/cm3
Omlooptijd om zon: 88 dagen
Rotatietijd/daglengte: 59 dagen/176 dagen
Gem. afstand tot zon: 58 miljoen km
Baansnelheid: 47,87 km/sec
Aantal manen: 0
Massa t.o.v. aarde: 0,055 (Met aarde = 1)
Volume t.o.v. aarde: 0,056 (Met aarde = 1)
Qua uiterlijk lijkt Mercurius veel op de maan. Beide hebben een oppervlak dat bezaaid ligt met inslagkraters; stille getuigen van duizenden botsingen met ruimtepuin. Mercurius’ grootste, het Calorisbekken, heeft een geschatte diameter van niet minder dan 1300 kilometer – vergelijkbaar met de afstand tussen Amsterdam en Marseille in Zuid-Frankrijk.
Metingen die de Amerikaanse ruimtesonde Mariner 10 in 1974 en 1975 verricht, maken duidelijk dat een dun laagje stof de planeet bedekt. Het oppervlak verpulvert door de grote temperatuurverschillen die op de planeet voorkomen.
Aan de zonkant kan de temperatuur oplopen tot boven de 400 graden Celsius, terwijl de temperatuur aan de schaduwzijde tot 200 graden onder het vriespunt kan zakken. Op aarde voorkomt de atmosfeer dat het ’s nachts ijzig koud wordt. Mercurius heeft die beschermende laag echter nauwelijks, zodat warmte gemakkelijk uitstraalt naar het heelal.
De planeet is klein; met een diameter van 4879 kilometer is zijn omvang ongeveer een vijfde van die van de aarde. Sinds 2006 –toen Pluto zijn status als planeet verloor– is Mercurius de kleinste van ons zonnestelsel.
De baan die hij beschrijft, is meer een ovaal (ellipsvormig) dan die van de aarde. Daardoor varieert de afstand tot de zon van 46 miljoen kilometer tot 70 miljoen kilometer, terwijl onze planeet op zo’n 150 miljoen kilometer afstand staat.
Door de geringe afmetingen en zijn plaats dicht bij het helder stralende middelpunt van het zonnestelsel is Mercurius vanaf de aarde meestal niet zonder telescoop waarneembaar.
Afhankelijk van de positie is hij net na zonsondergang laag aan de westelijke hemel te zien of staat hij voor zonsopgang aan de oostelijke hemel. De planeet blijft daarbij nooit langer dan twee uur zichtbaar.
Krimp
De meeste informatie over de planeet is afkomstig van de Amerikaanse ruimtesonde Mariner 10. Tijdens drie passages maakt het ruimtevaartuig een paar duizend foto’s van het oppervlak. Daarop zijn niet alleen de talloze inslagkraters te zien, maar ook kilometershoge glooiingen die vrij algemeen voorkomen op het deel van de planeet dat door het zonlicht beschenen wordt op het moment dat de sonde langsvliegt. Het brengt astronomen ertoe te concluderen dat de kammen en bergruggen zijn ontstaan in een tijd dat een voorheen gloeiend hete Mercurius afkoelde en daarmee kromp.
De opnamen van Mariner 10 bevestigen bovendien het vermoeden dat de planeet geen manen heeft. Daarnaast stelt de sonde vast dat Mercurius over een magnetisch veld beschikt, net als de aarde.
In 2004 vertrekt een tweede Amerikaanse sonde naar de planeet: Messenger. Vier jaar na lancering vliegt hij tweemaal langs Mercurius. Tijdens de beide passages maakt het ruimtevaartuig vijftien minuten lang foto’s van het oppervlak en brengt daarmee delen van de planeet in beeld die Mariner 10 nooit voor de lens kreeg.
In september 2009 zal Messenger voor de derde keer langs Mercurius scheren. Als alles volgens plan verloopt, zal NASA de sonde in 2011 in een baan om de planeet brengen, waar hij al cirkelend metingen zal verrichten aan onder andere het magnetisch veld.
Verder hopen astronomen meer zicht te krijgen op het binnenste van de planeet. Zo bestaat het vermoeden dat de vrij hoge dichtheid het gevolg is van een grote ijzerkern. Ook kunnen ze dan mogelijk vaststellen of de kern vloeibaar is of vast.
Ellenlange dag
Mercurius snelt weliswaar in hoog tempo om de zon – hij maakt zijn rondje in 88 dagen, terwijl de aarde er 365 dagen voor nodig heeft. Om zijn eigen as draaien doet hij niet zo vlot; daar heeft hij 59 aardse dagen voor nodig.
Doordat hij twee derde van zijn omlooptijd om de zon nodig heeft om één keer om zijn as te draaien, duurt een dag –de tijd tussen twee zonsopkomsten– op Mercurius 176 dagen. Precies twee Mercuriusjaren.
De planeet heeft een extreem ijle atmosfeer, die sporen bevat van zuurstof, natrium, waterstof, helium en kalium, zo blijkt uit de eerste metingen van de Messengersonde.
De aardse atmosfeer zorgt ervoor dat een belangrijk deel van de brokstukken uit de ruimte in de dampkring verbranden voor ze de bodem bereiken. Die bescherming heeft Mercurius echter niet, zodat het oppervlak met duizenden inslagkraters is bedekt.
Na de Amerikanen wil ook de Europese ruimtevaartorganisatie ESA een verkenner naar Mercurius sturen. Als alles volgens plan verloopt, vertrekt BepiColombo in 2013, om na een reis van zes jaar bij de binnenste planeet van het zonnestelsel aan te komen.
De sonde bestaat eigenlijk uit twee ruimtevaartuigen. De ene zal metingen verrichten aan het magneetveld, terwijl de andere het oppervlak zal scannen en met meetapparatuur zal doordringen tot het binnenste van Mercurius.