Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Meeopvoedende kinderen? Niet meer kapiteins op één schip!

 Soms pikken de oudste kinderen de ruimte in die ouders overlaten.

Soms pikken de oudste kinderen de ruimte in die ouders overlaten.

Vraag: Wij hebben vijf kinderen in de leeftijd van 6 tot 17 jaar. De ouderen bemoeien zich met de jongste. De jongste wordt iedere keer boos als hij door de oudere op zijn kop wordt gezeten. Wat doen we hieraan?
Het geschetste probleem is denk ik herkenbaar voor veel gezinnen met meer kinderen. Oudere kinderen weten hoe het allemaal moet en denken een jonger broertje of zusje de les te mogen lezen. Vanuit oudere kinderen gezien is het best logisch dat zij zich bemoeien met de opvoeding. Als oudsten hebben zij het eerst geleerd dat je niet met je schoenen op de bank mag, dat je niet zingt onder het eten, dat je eerbiedig je handen samen doet tijdens het Bijbellezen en bidden, dat je aan de rechterkant van de weg fietst. Ze zijn er dan ook als de kippen bij om onder de aandacht te brengen wat er allemaal schort aan het gedrag van een ander gezinslid.

Natuurlijk komen er situaties voor waarin ouders juist wél willen dat oudste kinderen sturen in het gedrag van jongere kinderen. Oppassen is zo’n uitzondering. Zijn ouders weer thuis, dan moet het aanmerkingen maken op elkaar weer zijn afgelopen.

Fijngevoeligheid
Met al dat bemoeien zijn jongere kinderen niet gediend. Omdat oudere broers of zussen geen ouders zijn en geen gezagsrelatie hebben. En omdat oudere kinderen meestal niet uitblinken in fijngevoeligheid. Oudere kinderen zijn wel ouder, maar ze zijn geen baas over een jonger kind. Zij mogen niet de lakens uitdelen.

Meer kapiteins op een schip gaat niet. Als diverse bazen allerlei opdrachten geven over hoe het wel of juist niet moet, is de kans groot dat er verwarring ontstaat. Dat zie je als Jan en alleman zich in een gezin met elkaar bemoeit. Er worden allerlei oordelen en veroordelingen over elkaar uitgesproken. Daarmee dienen gezinsleden elkaar niet. Ze zijn vooral bezig met te zeggen hoe goed zíj het wel weten.

Zelf de baas spelen maakt dat je wat hoger in de hiërarchie komt. En dat wil bijna ieder kind wel: thuis het voor het zeggen hebben. Als je dat bereikt door een ander gezinslid op de kop te zitten? Dan doe je dat.

Natuurlijk kunnen ouders dat niet goed vinden. Alleen al omdat dit de sfeer schaadt, maar ook omdat al dat gevit en al die negatieve opmerkingen het zelfvertrouwen bepaald niet bevorderen.

Doorsudderen
Waarom bemoeien kinderen zich met elkaar? Soms omdat ouders steken laten vallen. Ouders zouden moeten corrigeren, maar laten ongewenst gedrag maar doorsudderen. Het zou niet moeten dat de jongste dit of dat doet. „Maar ja, hij is ook nog klein…” „Maar ja, ik ben moe…” Die ruimte pikken de oudsten in en zij gaan zich ermee bemoeien.

Bemoeizucht treedt ook op als de gezagsverhouding niet duidelijk is. Kinderen zijn erbij gebaat als duidelijk is wie de baas is. Dat vraagt een actieve houding van ouders. Het oordeel van ouders is bepalend en de kinderen moeten zich daar niet mee bemoeien.

Als het goed is, wegen ouders de ontwikkeling mee. Een kind van vier jaar kan minder stilzitten dan een kind van twaalf. Ouders verlangen van oudere kinderen meer dan van jongere kinderen. Dat onderscheid maken oudere kinderen niet als ze zich bemoeien met hun jongere broertjes en zusjes. Ze stellen te hoge eisen. Dat roept vervolgens verzet op. Oudere kinderen brengen hun commentaar bij voorkeur ontactisch, recht voor z’n raap. „Jij mag niet staan!” Dat is niet zo leuk om te horen. Een ouder zou bijvoorbeeld, een arm om het kind heen slaand, zeggen: „Kom maar Benjamin, even netjes zitten.” Als ik Benjamin was, zou ik liever ook niet luisteren naar het eerste.

Bemoeizucht
Het geeft rust in huis als duidelijk is wie de touwtjes in handen heeft. Ouders mogen en moeten duidelijk maken dat bemoeizucht moet stoppen. Zíj hebben het gezag. Ouders kunnen dit probleem bespreken: „Jongens, ik ben niet blij met hoe het tegenwoordig gaat in ons gezin. Jullie bemoeien je teveel met elkaar. Vooral met Benjamin. Het is voor hem helemaal niet leuk om steeds te horen wat hij niet goed doet. Ik wil dat jullie hiermee stoppen. Als het nodig is, zeggen papa of ik er wel wat van. Stel je eens voor dat jij Benjamin was. Dan krijg je steeds te horen wat er niet goed is. Zou jij dat leuk vinden? Natuurlijk mag je wel van elkaar zeggen wat je goed doet!”

Vaak realiseren kinderen niet dat ze zich bemoeien met de opvoeding. Leg daarom de vinger erbij. „Aha, lieve baas. Nu ben je aan het bemoeien. Zeg nu gelijk ook maar iets positiefs.” Spreek eventueel een codewoord af: „Pardon?”

Het is belangrijk consequent te zijn. Bijvoorbeeld aan tafel. Noem de naam van je kind, kijk het aan en zeg: „Weet je nog? Jij bent geen moeder!” Een volgende keer wordt het bijvoorbeeld: „Ik zie dat je graag moeder wilt zijn. Fijn, want dat betekent dan ook dat je straks mijn taken doet. Ik moet vanavond nog strijken. En natuurlijk opruimen in de keuken. Weet je zeker dat je dat wilt? Ik heb wel zin in een vrije avond!” „Niet? Mooi, dan hoor ik graag iets positiefs.”

Het lastige is consequent te blijven. Je kunt de puntjes op de i zetten, het gaat een tijdje goed en dan versloft het weer. De bemoeizucht breidt zich weer uit. Dan moet weer een duidelijk signaal worden afgegeven. Want de sleutel om dit probleem in te dammen ligt echt in handen van de ouders.

Sarina Brons-van der Wekken is psychologe en moeder van drie kinderen.

Tips rond meeopvoeden door kinderen

Zorg als ouders dat je zelf de touwtjes in handen hebt.

Stimuleer positieve opmerkingen over elkaar.

Maak een grapje om het niet loodzwaar te maken.

Laat op bemoeien een negatieve consequentie volgen.

Trek af en toe de teugels opnieuw aan.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels