Coeliakie werd voorheen beschouwd als een onschuldige ziekte bij kinderen. De laatste tien jaar is het besef echter gegroeid dat de meerderheid van de patiënten deze aandoening pas ontwikkelt boven de dertig jaar; ongeveer 20 procent zou de ziekte krijgen na het zestigste levensjaar. Bij de groep boven de vijftig komt regelmatig refractaire coeliakie voor, dat wil zeggen coeliakie die niet reageert op een glutenvrij dieet, met afwijkende T-cellen als voorstadium van lymfoom.
Het verschijnsel refractaire coeliakie is pas zo’n vijf à zes jaar bekend. De meerderheid van deze patiënten sterft uiteindelijk aan lymfklierkanker. In Nederland wordt per jaar bij 1000 mensen coeliakie vastgesteld, van wie 250 boven de vijftig jaar. Binnen deze laatste groep ontwikkelt 5 tot 10 procent binnen tien jaar na ontdekking van de aandoening lymfklierkanker. De promovendus pleit er daarom voor om standaard microscopisch bioptonderzoek en typering van een bepaald gen toe te passen bij nieuwe coeliakiepatiënten boven de vijftig jaar.
In eerste instantie was refractaire coeliakie met afwijkende T-cellen niet te behandelen. De klassieke middelen die het afweersysteem onderdrukken hielpen niet. VUmc paste als eerste centrum ter wereld de therapie van autologe beenmergtransplantatie toe - transplantatie met lichaamseigen weefsel van de patiënt. De resultaten hiervan verschenen onlangs in het wetenschappelijk tijdschrift Blood 2007. Door het onderzoek van Al-Toma slaagden Amsterdamse medici erin de ontwikkeling van een lymfkliertumor te stoppen door hoge dosis chemotherapie en stamceltransplantatie.