Jan Lievens bleek erg goed te zijn in het schilderen van portretten en hij was zich goed bewust van zijn eigen kunnen. Nadat hij Nederland had achtergelaten voor een bloeiende carrière in Londen, snoefde hij eens dat er geen kunstenaar in Nederland bestond die hem overtrof.
Maar de tijden veranderden. Rembrandt is een van de beroemdste oude meesters ter wereld geworden en Jan Lievens raakte in de vergetelheid. Zijn beste werken zag men aan voor schilderijen van Rembrandt en zijn naam ontbrak op belangrijke tentoonstellingen over de zeventiende eeuw. Dankzij een expositie in het Rembrandthuis en het jarenlange onderzoek dat eraan voorafging, krijgt Jan Lievens zijn naam en gezicht terug.
Duizendpoot
Duizendpoot Jan Lievens schilderde werkelijk van alles en gebruikte allerlei stijlen door elkaar. Een van zijn typische voorkeuren was mensen levensgroot in beeld te brengen. Of het nu de betreurenswaardige Job op de mesthoop was, een jong verliefd stel, Esther en Ahasveros, een allegorie op de vijf zintuigen of de lijdende Christus.
Lievens was zelf protestants, maar trouwde met een rooms-katholieke vrouw. Het leverde hem heel wat contacten in roomse kringen op en hij had er blijkbaar geen moeite mee voor hen vele altaarstukken te schilderen.
Net zo gemakkelijk paste hij zijn schilderstijl aan. Een grove, bijna ruw aandoende verftoets wisselde hij soms binnen één en hetzelfde kunstwerk af met een precieze en gladde manier van schilderen. De ene keer werkte hij elk facet van een mantel, inclusief kralen en kantjes, met veel zorg af en een andere keer leek hij een paar strepen met de kwast al voldoende te vinden.
Blijkbaar had men daar in de zeventiende eeuw niet zo veel moeite mee, want Jan Lievens was bijzonder geliefd. Zeker als portretschilder. Grootheden als de zeeheld Maerten Harpertsz Tromp, de toen al om haar intelligentie beroemde Anna Maria van Schurman, de nog steeds bekende dichter en toneelschrijver Joost Vondel en de kunstliefhebber Constantijn Huygens lieten zich gewillig vastleggen op een schilderij of gravure.
Als kunstenaar die uitblonk in het decoreren van publieke gebouwen, sleepte hij belangrijke opdrachten aan het Engelse hof, in Antwerpen en in Nederland in de wacht. Lievens mocht meewerken aan de muurschilderingen voor de Oranjezaal in Huis ten Bosch en het Paleis op de Dam in Amsterdam. Hij voldeed aan de idealen van koningshuizen, adel, aanzienlijke burgers en geestelijken.
Smaak
Maar Lievens’ werk is niet altijd de smaak van de gemiddelde Nederlander in de 21e eeuw. Een stralenkrans om het hoofd van Christus is al snel kitscherig en de muurschilderingen waarin hij stadhouders, koningen en deugden verheerlijkt, worden al snel als schijnheilig ervaren. Sommige schilderijen roepen zelfs de vraag op of dat wel producten zijn van een talentvolle kunstenaar. Vonden ze dat in die tijd werkelijk mooi?
Ja. Ze vonden het mooi. De tentoonstelling in het Rembrandthuis laat niet zien wat wij tegenwoordig mooi vinden, maar wat de elite in de zeventiende eeuw betitelde als goede kunst. Door die bril moet de tentoonstelling worden bekeken; dan gaat er een nieuwe wereld voor de bezoeker open. Deze krijgt op een dienblaadje de idealen van de zeventiende eeuw geserveerd: de schilderstijlen die in zwang waren, de onderwerpen die men graag een keer geschilderd zag en het fascinerende verhaal over roem en vergetelheid.
Het gaat over het leven van een man die zijn werk ondertekende met een L. omdat iedereen begreep dat het de L. van de gevierde Jan Lievens was.
”Jan Lievens. Loopbaan van een wonderkind” is tot en met 9 augustus te zien in Museum het Rembrandthuis in Amsterdam.
www.rembrandthuis.nl, 020-5200400.
Esther, Ahasveros en Haman
Esther, Ahasveros en Haman. Dat zijn de drie personen die in ieder geval moeten worden afgebeeld bij de maaltijd waarin Haman werd ontmaskerd. Ahasveros en Esther zijn rijk uitgedost, baden in het volle licht en zijn uiterst fijntjes geschilderd. Daarentegen zit de eenvoudig geklede Haman in de schaduw en is hij slechts in grove, brede streken neergezet. Ook Lievens is van de partij –hij voegde wel vaker een zelfportret toe– en schaarde zich liever aan de zijde van de koning en de koningin.